Ger Groot

Boekenblues

Bijna een kwart van de mensen in het boekenvak denkt dat over een halve eeuw de boekhandel is uitgestorven. Dat blijkt uit een enquête op de laatste Buchmesse in Frankfurt. Optimistischer waren de professionals over het boek zelf – al blijft de vraag hoe dat zijn lezers dan nog moet vinden. Via het internet waarschijnlijk: downloaden of printing on demand, de toverformules van de glazen boekenbol.

Boekensnuffelaars staan dus barre tijden te wachten, gesteld als ze zijn op kasten met echte boeken, de geur van papier en stof, en het reliëf van het omslag in de vingers. Misschien kijkt er vanachter een lessenaartje een bestofjaste boekhandelaar mee, de onopvallende weetal die altijd klaar staat met zijn literaire kennis voor al wie maar wil samenzweren in de broederschap van het gedrukte woord.

Zo’n boekhandel, liefst met zo’n eigenaar (aan ketens en filialen doen we hier niet) blijft voor de bibliomaan even archetypisch als het bepuntdakte huisje voor de kindertekening in het tijdperk van de torenflat. Een verloren paradijs, waarnaar ook de vijftien schrijvers in de bundel Uit liefde in boeken (van Kader Abdolah tot Jan Siebelink, Gerrit Komrij en Francine Oomen) stuk voor stuk op zoek blijken, wanneer ze er op uit worden gestuurd om hun liefste (Europese) boekwinkel te beschrijven. Veel succes hebben ze niet, want zoals Proust al opmerkte bestaan er alleen maar verloren paradijzen.

Toch is het interieur van de neogotische boekenkapel Lello & Irmãos in het Portugese Porto om te zwijmelen zo mooi. Een paar jaar geleden liep ik er zelf rond en maakte foto’s. Kocht ik er ook boeken? Ik weet het niet meer. Veel kan het niet geweest zijn, want van boekenkopen komt het met het klimmen der jaren almaar minder.

Dat ligt niet alleen aan de gestage toestroom van drukwerk, die nu eenmaal tot de charmes van het recensentendom behoort. En al helemaal niet aan een aflopend leesvolume, want al was het maar om professionele redenen, de vaart blijft er in mijn papierverwerkende industrie goed in. Het ligt eerder aan de vage beklemming en neerslachtigheid die mij bij het betreden van een boekwinkel steeds vaker besluipen.

De vijftien schrijvers in deze bundel hebben daar geen last van. Voor hen is de ideale boekwinkel een belofte aan de einder. Soms zó ver weg dat zij het, op hun eindeloze reis, van arren moede maar voornamelijk over zichzelf gaan hebben. Het zij hen vergeven – net als hun montere hoop op de ideale boekhandel, die tegelijk een boekenhemel is. Ook zij hebben tenslotte hun beroepsmatige belangen.

Maar iets onschuldigs heeft het wel – net als de kindertekening van huisje-boompje-beestje. Zou werkelijk niet één van hen ooit in een boekhandel slachtoffer geworden zijn van wanhoop? Door het besef dat wat ooit een belofte was inmiddels onvermijdelijk is omgeslagen in een nederlaag? Alles te lezen wat er is – nu ja vooruit: wat op z’n minst de moeite waard is – blijkt met ieder boekhandelbezoek een grotere illusie.

De eindeloze rijen banden die zich ooit aanboden als vooruitzicht voor de toekomst worden meer en meer stille verwijten – en gezamenlijk een duizendstemmig tribunaal onder de aanklachten waarvan mijn schouders almaar dieper doorbuigen. Schuld slaat om in afkeer. Het teveel wordt een bijna fysieke benauwenis die dwingt tot een snelle aftocht. ‘Noodtrappen naar het morgenlicht/ vervaald en veel te vroeg’ – zelfs in de vlucht dringt zich de literatuur nog op in Achterbergs regels over zijn ontkomen aan een andere dodenstad.

De boekhandel als hemel is een kinderfantasie, die denkt dat heel veel lekkers ook heel veel genot is: de klassieke fout van Hans en Grietje, die zelfs op kleine schaal al een catastrofe blijkt. Want het helpt niet de grote mega-stores te vermijden: de verkleining van het titelaanbod in de ideale eenmanswinkel wordt door de verdichting van de belangwekkendheid onmiddellijk tenietgedaan. Jawel, ik moet dit lezen – zegt de handelaar, mijn boekenbroeder, met alweer een nieuwe titel in de hand, die ik het hart niet heb te weigeren.

Zo wordt de boekhandel een hel: schrikwekkend en toch fascinerend, zoals de klassieke omschrijving van het sacrale luidt. Dat Lello & Irmãos zo veel van een kapel weg heeft is bij nader inzien dan ook gepaster dan verwacht. Het boek wordt er een beetje heilig – en dus ontzagwekkend, bedreigend en bedrukkend. Daar ga je niet achteloos mee om, zoals je deze plek niet welgemoed betreedt. Er zijn geen boekenparadijzen, alleen plaatsen van loutering en inkeer. Wie door de boekenblues is aangeraakt, heeft bij het binnenkomen van de winkel alle hoop al laten varen.