Boekingsfout

Deborah Levy, _Swimming Home. Faber Faber, 176 blz., € 10,99_

In de zomer van 1994 betrekt Joe Jacobs, een beroemd Brits dichter, samen met vrouw (Isabel, oorlogsverslaggeefster), kind (Nina, veertien jaar oud) en het bevriende echtpaar Laura en Mitchell een vakantievilla in Frankrijk: ‘factsheet’ naast de telefoon, zwembad in de tuin, een hippieachtige Duitse klusjesman die Jürgen heet in de buurt, en op het balkon van de aanpalende woning een argwanende buurvrouw, Madeleine, die het schouwspel vanaf boven gadeslaat. Aan onderlinge spanningen ontbreekt het de cast van Swimming Home, de voor de Man Booker Prize genomineerde roman van Deborah Levy, allerminst: Nina’s jeugd stond in het teken van een moeder die ze vaker op televisie tussen de rondsuizende kogels zag staan dan bij haar thuis in Londen; Isabel wil weg bij de notoir vreemdgaande Joe; Joe en Mitchell kunnen elkaar niet uitstaan; en Mitchell en Laura zijn praktisch failliet. Toch begint de actie pas met de komst van een buitenstaander. Die buitenstaander is Kitty, een jonge ‘soort van botanist’ die, lange haren rood en golvend, magere lichaam teer en naakt, op pagina één drijvend in het zwembad wordt aangetroffen.

De Britse Deborah Levy is ooit begonnen als theatertekstschrijver, en tijdens het lezen van Swimming Home had ik vaak het idee een toneelstuk te zien – geregisseerd door Alex van Warmerdam bijvoorbeeld, met Halina Reijn in de rol van Kitty. Of een film, een Franse, in de sfeer van Sous le sable of Swimming Pool: sinister en een beetje gestoord. Dat zit ’m in de personages, die karikaturaal maar ook dramatisch zijn; in de relatief korte scènes; de compactheid van plaats en tijd; de ronde, uitgekiende compositie.

De lengte werkt ook mee: met 176 pagina’s is Swimming Home in principe kort genoeg voor één zit, net als een film of voorstelling. Maar het meest komt het door de weelde aan beeldende en veelzeggende details – de kersen­print op Nina’s bikini, de dennennaalden in het zwembad, de bijen ‘that were in various stages of dying in the water’. Het is alsof een decor­ontwerper de roman heeft ingericht: aan de muur van een café waar de barjongen op Mick Jagger lijkt hangt een poster van Charlie Chaplin, ‘standing white-faced in a circle of light, his walking stick between his legs’. Les temps modernes, staat erop; daarnaast staat een opblaasbare ET, ‘his baby alien neck garlanded with a string of fake plastic ivy’. Maar of de toneelversie net zo sterk zou zijn als het boek is de vraag, want uiteindelijk gaat Swimming Home vooral over dingen de je niet kunt zien – dingen die alleen toegankelijk zijn voor de personages zelf, in de privacy van hun gedachten en dromen: depressie, angst, waanvoorstellingen, zelfmoordneigingen. En zelfs dan zijn ze niet altijd bereikbaar, want Levy’s personages zijn voortdurend bezig de meest prangende zaken te verdringen, te vergeten en te verzwijgen.

Kitty’s aanwezigheid in het domein van de vakantievierders heeft iets met een boekingsfout te maken; ze heeft haar koffers al gepakt, maar Isabel biedt de verstekeling de logeer­kamer aan. Kitty, die door Jürgen liefkozend Kitty Ket wordt genoemd, stottert en eet niets, is verstrooid en mysterieus – een borderline­achtige vrouw van het type dat bij de ene helft van de mensheid louter irritatie oproept, terwijl de andere helft haar in bescherming wil nemen. Mitchell, Laura en buurvrouw Madeleine behoren tot de eerste groep; Nina is juist zeer onder de indruk van Kitty’s ranke verschijning, lange haren en korte jurkjes; en van haar eindeloze kennis van planten, bomen, en plamuurwerk. Ook Joe Jacobs is gecharmeerd, al heeft hij sneller dan de rest door dat de boekingsfout een verzinsel is: de ware reden voor Kitty’s komst is haar bewondering voor Joe’s werk en de hoop dat hij een van haar eigen gedichten zal lezen. Isabel is te gepreoccupeerd met haar eigen ontrafelende huwelijk om echt iets van Kitty te vinden, al heeft ze zelf ook wel door dat het meisje waarschijnlijk slecht nieuws betekent. ‘De poëzie van Joe is meer als een conversatie met mij dan iets anders. Hij schrijft over dingen waar ik vaak aan denk. We staan in zenuwcontact’, zegt Kitty wanneer Isabel haar vraagt of ze een fan is van haar man. Voordat Isabel vraagt wat ‘zenuwcontact’ in vredesnaam betekent, dooft ze haar brandende sigaret met een blote voet: ‘If Isabel had burned herself she seemed not to care.’

In de loop van Swimming Home wordt duidelijk waar die ‘conversatie’ tussen Kitty en Joe over gaat: over zelfhaat, zelfpijniging, zelfmoord. Kitty en Joe lijden het meest, maar ook de andere personages zijn belast met elementen van de depressie die daaraan ten grondslag ligt: eenzaamheid, onrust, minderwaardigheid, verdriet. De zonneschijn en het zwembad en het strand en de gastronomische avonturen in Swimming Home vormen de bedrieglijke oppervlakte van een ondertoon die niet alleen somber is, maar gaandeweg ook steeds dreigender. Met de nachtmerries van Mitchell en Nina, Kitty’s wanen, en Joe’s pijnlijke jeugd­herinneringen, wordt de roman allengs beklemmender, meer en meer thriller en steeds minder blijspel. Niets is vrijblijvend, ieders hart is zwaar.

Het boek eindigt zoals het begon – met een lichaam in het zwembad. De laatste act weerspiegelt de eerste, zij het met een hoger tempo en een andere rolverdeling. Die ontknoping ligt voor de hand maar verrast toch, en roept een sfeer op die heel lang blijft hangen, benauwd als een winterjas in de zomer van Frankrijk.