Imre Kertész, De samenzwering

Boekje

Imre Kertész

De samenzwering

Uit het Hongaars (Detektívtörténet, 1977) vertaald door Henry Kammer

De Bezige Bij, 123 blz., € 16,50

Betwijfeld mag worden of het werk van Imre Kertész in het Nederlands naar behoren gelezen is; niet alleen zijn de boeken pas veel later, soms na dertig jaar, vertaald, ook staat niet één titel in de juiste volgorde. Het nu verschenen De samen zwering is van 1977, indertijd tegelijk verschenen met het twee jaar geleden vertaalde Sporenzoeker, beide boeken van twee jaar na Onbepaald door het lot (vertaald in 1995). Het voorwoordje van Kertész bij De samen zwering lijkt daarom bijna een mysti fi catie: na alle verwikkelingen rond zijn eerste boek voelde hij zich, toen in 1975 een tweede niet omvangrijk genoeg bevonden werd, genood zaakt in twee weken een roman erbij te schrijven; dat is dan dit boekje.

Om niet rechtstreeks over het communistische bewind te schrijven, situeerde Kertész zijn verhaal over eigenmachtigheid en martelpraktijken van de geheime politie in een Zuid-Amerikaans land. Daarvoor koos hij ook nog eens een literair sjabloon: een bekentenis geschreven door een betrokkene, een voormalig lid van het Korps, zo heet de geheime dienst, ten tijde van de handeling een nieuweling in het vak. De ex-politieman beschrijft hoe hij de logica leerde kennen van de staat in de staat. «Eerst komt het gezag en dan pas de wet», zegt een verhoordeskundige, de denker van dienst: «De gebeurtenissen zelf hebben geen enkele betekenis en het leven kan als een reeks toevalligheden worden beschouwd, maar de politie is er om orde in de schepping te brengen.» Volgens die logica wordt bij studen ten onlusten een marginaal type uitgekozen, toevallig de zoon van de eigenaar van een groot warenhuis. De jongen keert zich tegen zijn milieu en wil zich, gedreven door eerlijke maar vage motieven, bij het verzet aansluiten. Om de jongen tegen zichzelf te beschermen betrekt de vader zijn zoon in een imaginair complot. Maar voor de politie maakt het niets uit of het echt is – echt is in elk geval de executie van beiden. De schrijver van het verslag was erbij en zit nu zelf in de gevangenis.

Dat is allemaal voorstelbaar, ook nogal bekend, en behalve de hier verklapte clou is er weinig verrassends aan. Dat komt ook door het schematische van het verhaal, het effect van de verplaatsing indertijd van Oost-Europa naar Zuid-Amerika. Zo’n ab stractie werkt niet meer: een reëel verhaal wordt een fabel, een mal. Zonder het voorwoord van Kertész komt een lezer niet eens op het idee om aan Hongarije anno 1975 te denken.