De Britse rellen

Boekwinkels bleven ongemoeid

De rellen in Groot-Brittannië nopen tot herwaardering van amodieuze waarden als beleefdheid, moed, discipline, plicht en opofferingsgezindheid. Dat geldt niet alleen voor mensen in de Engelse Vogelaarwijken, maar voor álle burgers.

‘I AM AN ANARCHIST/ I am the anti-Christ/ I don’t know what I want/ But I know how to get it/ I wanna destroy the passer by/ 'Cos I wanna be anarchy.’ Precies 35 jaar nadat de druktemaker Johnny Rotten zijn maatschappijvisie voor het eerst ten gehore bracht, vond deze soepele overgang van beschaving naar chaos plaats in de straten van Londen en andere Britse steden. Er is één verschil: de huidige gelegenheidsanarchisten weten precies wat ze willen: Rolex-horloges, Nike-schoenen, Gibson Les Paul-gitaren, JVC-plasmaschermen en de nieuwste Apple iPhones. In Catford vroeg een plunderaar aan een opticien of hij toevallig nog wat Ray-Bans in voorraad had en een dievegge in Tottenham paste doodgemoedeerd een paar schoenen, wat deed denken aan hetgeen Samuel Johnson noteerde bij het aanschouwen van plunderaars in Londen anno 1780: 'They did their work at leisure.’

In de 35 jaar sinds Johnny Rotten heeft rechts het economische en links het sociaal-culturele debat gewonnen. Kortom, de slechtste van twee werelden. De eerste pyrrusoverwinning vond, onder het neoliberale mom van greed is good, plaats in de jaren tachtig. Tijdens deze democratisering van het kapitalisme konden jonge zakenmensen urenlang praten over de voor- en nadelen van de BMW 318i en de BMW 323i, terwijl de komiek Henry Enfield succes oogstte met zijn personage Loadsamoney. Op sluipende wijze boekte het progressieve deel van de bevolking ondertussen een zege op sociaal-cultureel gebied, waarbij dertien jaar New Labour de triomf vormde. Nu is gebleken hoe explosief deze combinatie van hebzucht en het ondermijnen van traditionele waarden kan zijn. Om de reactie op gang te brengen was niet meer nodig dan een toevallige samenloop van omstandigheden: het neerschieten van een bendeleider, lankmoedig optreden van een stuurloos politiekorps en warme zomeravonden.

In de afgelopen jaren zijn de Britten getrakteerd op een orgie van hebzucht. Londen is de speeltuin voor rijke Russen, Arabieren en Amerikanen die hun materiële rijkdom op een decadente wijze ten toon spreiden. De autochtone bankiers, topondernemers en sprinkhaankapitalisten doen hun best om niet achter te blijven. Anders dan de bezitters van het oude geld ondervinden de meesten van hen geen hinder van het adagium noblesse oblige. Onlangs nog verhuisde de hippe miljardair Sir Richard Branson een deel van Virgin om fiscale redenen naar Genève. Collega-miljardair Sir Philip Green woont uit het zicht van de belastinginspecteur in Monte Carlo, vanwaar hij de regering-Cameron bezuinigingsadvies heeft gegeven. En Sir Fred Goodwin geniet van zijn gouden handdruk nadat hij zijn bank om zeep had geholpen en de staat had opgezadeld met een enorme schuldenlast. 'Het is niet alleen de verwilderde jeugd van Tottenham die naast rechten ook plichten heeft. Dat geldt evenzeer voor de verwilderde rijken van Chelsea en Kensington’, schreef Peter Oborne in The Daily Telegraph.

Vervolgens wees deze conservatieve opinieleider op de hypocrisie van de volksvertegenwoordigers. Daar was bijvoorbeeld Hazel Blears, die tijdens het spoeddebat na de Dwaze Dagen van Londen opriep tot draconische maatregelen tegen de plunderaars die tekeer waren gegaan in haar kiesdistrict Salford. Dezelfde Blears was een van de hoofdrolspelers tijdens het onkostenschandaal, waarbij ze de kiezers voor duizenden ponden had gedupeerd. Ondertussen eist de leider van de gemeente Liverpool een salaris van tweeduizend pond per dag, overnachten rijksambtenaren op hun reizen in Ritz-hotels en maakte de vereniging van politiecommissarissen afgelopen jaar een winst van vijftien miljoen pond. De sterren van de populaire cultuur voeden de cultuur van halen, hebben en houden: voetballers die klagen dat een salaris van 195.000 pond per week niet hoog genoeg is omdat een collega op het middenveld 225.000 verdient, een Rowan Atkinson die Maserati’s van twee miljoen pond benut als botsauto’s en de armoedebestrijder Bono die zijn geld veilig in belastingparadijs Nederland heeft geparkeerd.

GEWONE BRITTEN doen enthousiast mee met de graaicultuur. Bij prijzenacties, lanceringen van producten en op Tweede Kerstdag bestormen zij massaal de winkels. Soms vallen er gewonden. Geen wonder dat onder de plunderaars een ballerina, soldaat, fotomodel, sociaal werker, makelaar en een kustwachter zaten, een willekeurige greep uit de middenklasse. Een televisie bemachtigen zonder ervoor te werken? Yes, we can! Het deed denken aan wat de verpleegster Rebecca Leighton aan haar vrienden schreef voordat ze een paar weken geleden werd gearresteerd op verdenking van het vermoorden van vier patiënten: 'Ik wil wel het geld, maar ik wil er niet voor werken.’ Leighton had in ieder geval nog een baan, een eervolle zelfs, wat niet kan worden gezegd van de leden van de lagere sociale klassen die dagelijks de luxe en welvaart aanschouwen. Afgelopen week besloten ze dat het tijd was om op een Clockwork Orange-manier mee te doen aan de consumptiemaatschappij.

De aanwezigheid van een sociale onderklasse is een van de grootste problemen in het Verenigd Koninkrijk. Twintig jaar geleden wees Douglas Murray al op de gevaren ervan. In The Sunday Times schreef de Amerikaanse socioloog dat deze mensen niet zozeer materieel arm zijn, maar dat ze zich bevinden in de marges van de samenleving, unsocialised en vaak gewelddadig. De toenmalige Conservatieve regering negeerde de waarschuwing en een verontwaardigde progressieve elite moest er niets van weten. Onder New Labour zou de situatie in Little Britain verergeren door de experimenteerdrift van politici, onderwijskundigen en studeerkamergeleerden. Uit een recent Unicef-onderzoek is gebleken dat een gemiddeld Engels kind minder gelukkig is dan zijn vriendjes in vrijwel alle andere westerse landen. Een kind op een Engelse council estate valt al helemaal niet te benijden.

Elke poging om het huwelijk of een traditioneel gezinsleven te stimuleren is in het voorbije decennium afgedaan als stigmatisering van de alleenstaande moeder, de Jeanne d'Arc van New Labour. Volgens ex-ministers als Harriet Harman en Patricia Hewitt is het gezin niet de hoeksteen van de samenleving, maar een vorm van mannelijke onderdrukking. Veel jongeren, zeker in de Brits-Jamaicaanse gemeenschappen, groeien op in gebroken gezinnen en in te veel gevallen ging de bendeleider fungeren als de plaatsvervangende pater familias.

HOE SOMMIGE kinderen aan hun lot worden overgelaten, bleek afgelopen week, zowel tijdens de rellen als bij de nasleep. Bij de rechtbank van Westminster moest een rechter moeite doen om de ouders van een veertienjarige dievegge zo ver te krijgen dat ze hun aangeklaagde dochter gingen bijstaan, terwijl een andere rechter zich hardop afvroeg waarom een moeder niet weet waar haar vijftienjarige zoon midden in de nacht is. Het gebezigde familiebeleid werd samengevat door dit biografische detail in een profiel van een zekere Shereka Leigh die wegens plunderingen was opgepakt: 'Ze raakte op haar zeventiende zwanger en kreeg een flatwoning van de gemeente Tottenham.’

In vroeger tijden zou een strenge maar vooral bevlogen docent de rol van plaatsvervangende vader op zich hebben kunnen nemen. Veel schoolgebouwen zijn de laatste jaren vernieuwd, maar binnen het openbaar onderwijs is discipline nagenoeg afgeschaft, dit met het oog op de universele rechten van het kind. Inhoudelijk gezien vond er 'dumbing down’ plaats, mede als gevolg van de invloed die de progressieve Amerikaanse psycholoog John Dewey heeft op de gevestigde orde. Het opdoen van kennis was naar zijn idee een bijzaak. Sterker, leraren konden evenveel leren van de scholier als andersom. De huidige minister van Onderwijs probeert deze zotternij, met weerstand van de onderwijsvakbonden, te beëindigen, maar een generatie scholieren heeft al een kennisachterstand opgelopen. Plunderaars lieten boekwinkels dan ook ongemoeid.

ZONDER WARM NEST, zonder fatsoenlijke opleiding en zonder zelfdiscipline groeien honderdduizenden Engelse jongeren op zonder perspectief en struinen ze als autodidactische psychogeografen door de straten van Londen, waar ze politieagenten, verworden tot sociaal werkers in uniform, uitlachen. Geldzorgen hebben ze zelden, zeker niet als ze de eerste stap op de uitkeringsladder hebben weten te zetten. Omdat Engeland net als Nederland een armoedeval kent, is er weinig stimulans om een baan te gaan vinden. Wie een laagbetaalde betrekking accepteert, verliest tal van uitkeringen en financiële tegemoetkomingen. Veel eentonige banen gaan naar immigranten, van vluchtelingen tot gastarbeiders, die vaak een sterk arbeidsethos bezitten en bovendien wel móeten werken omdat ze geen beroep kunnen doen op de sociale zekerheid. Een voorbeeld daarvan is Monika Konczyk, de Poolse vrouw wier sprong uit haar brandende flat in Croydon een van de iconische foto’s zou worden van de onlusten.

Jarenlang heeft de overheid deze jongeren wel geld gegeven, een soort zwijggeld in feite, maar geen hoop of zelfrespect. Dat uit zich in de manier waarop ze zich met tatoeages en piercings toetakelen, waarmee ze hun kansen op de arbeidsmarkt niet vergroten. Bovendien verbergen de 'hoodies’ hun tronies onder Armani-capuchons. De praktische reden is om niet te worden herkend door beveiligingscamera’s, maar ze lijken zich ook te verschuilen voor de rest van de samenleving. Ze leven in een voortdurende staat van agitatie en oogcontact door vreemden wordt vaak opgevat als een uitnodiging voor een duel. 'Het aan het werk zetten van een hoodie is even moeilijk als hem omhelzen’, constateerde Theodore Dalrymple in The Spectator.

Hij refereert hiermee aan de 'hug-a-hoodie’-toespraak waarin Cameron zes jaar geleden reeds opmerkte dat ook hoodies liefde nodig hebben. De overheid kan geen liefde geven, maar wel de voorwaarden scheppen waarin gemeenschapszin kan bloeien, door probleemgezinnen te helpen, goed onderwijs aan te bieden en mensen die hun buurt willen opknappen niet langer dwars te zitten met regeltjes. Tevens moet de overheid ervoor zorgen dat gangsters zowel de politie als de rechter vrezen, iets waar nu geen sprake van is. In The Times schreef Matthew Parris dat links ten onrechte denkt dat meer geld de oplossing is, en dat rechts moet beseffen dat hard straffen niet zaligmakend is.

Veel hangt af van de vraag of de sociale inkijkoperatie van Iain Duncan Smith gaat werken. De zacht sprekende minister van Sociale Zaken wil per council estate kijken wat er kan worden gedaan om de leefbaarheid te verbeteren, met hulp van politie, kerken, gemeenschapsleiders, liefdadigheidsorganisaties en vooral ook de bewoners zelf.

EEN WEDEROPBOUW van buurten is eenvoudig vergeleken bij een herontdekking van amodieuze waarden als beleefdheid, moed, discipline, plicht en opofferingsgezindheid. Dat geldt niet alleen voor mensen in de Engelse Vogelaarwijken, maar voor álle burgers. Voor Cameron heeft de Week of Shame een voordeel gehad: hij zal nu minder moeite hebben om uit te leggen wat hij met zijn Big Society bedoelt, een onderwerp waar hij al jaren mee bezig is.

Sterker, burgers gaven zelf het voorbeeld. Nadat was gebleken dat de dienders van de overheid het sociale contract niet konden naleven, gingen sikhs, Turken en Bangladeshi zélf hun wijken verdedigen (in Eltham, zuidoost-Londen, deed de blanke gemeenschap hetzelfde, nadat men zich moed had ingedronken). In Claphams Nappy Valley veegden yuppen de straten schoon en via internet zamelden mensen geld in voor de 89-jarige barbier Aaron Biber, wiens salon in Tottenham was leeggeroofd. Bij sommige winkels had zich tijdens de plunderingen een keurige rij gevormd, wat enige hoop geeft. Het belangrijkste idee kwam echter niet vanuit de politiek, maar vanuit de anglicaanse kerk, waar aartsbisschop Rowan Williams beweerde dat we de jongeren niet moeten opvoeden tot consument, maar tot burger.