Boekzoeken

Onder lezers en boekenliefhebbers heeft het internet geen goede naam. Het zou het ware lezen al net zo grondig aantasten als het ware schrijven. Het eerste gaat ten onder aan het diagonaal scannen van willekeurig welke tekst, eventueel naar nuttigheid opgebroken in kleine, zoekfunctiewijs geselecteerde fragmenten. Het tweede lijdt onder de _sample-_cultuur die het componeren van een tekst reduceert tot de samenvoeging van hapklare brokken. Beide ondeugden zijn de schrik van leraren en universitaire docenten – van oudsher bevoorrechte boekenliefhebbers –, alleen nog overtroffen door de voortdurende dreiging van het digitale plagiaat.

Die cyberschrik is begrijpelijk, maar overdreven en eenzijdig. Want dankzij honderden literaire sites, literatuurpleinen en Gutenberg-projecten is een groot deel van de wereldliteratuur onmiddellijk voorhanden. Nooit meer urenlang zoeken naar een citaat, nooit meer vruchteloos wachten op een bibliotheekboek. En nooit meer vruchteloos struinen van antiquariaat naar antiquariaat, op zoek naar die éne onverkrijgbare titel.

Juist in het struincircuit van het oude of gewone tweedehandsboek heeft het internet een revolutie veroorzaakt, constateerde Piet Buijnsters in zijn monumentale Geschiedenis van het Nederlandse antiquariaat. Via antiqbook, boekwinkeltjes, of boekenvondst is de gezochte titel binnen de kortste keren gelokaliseerd, besteld, ontvangen en betaald. De meest onooglijke antiquariaten hebben inmiddels hun aanbod op hun website staan. De tragiek van de grootste van hen, De Slegte, schijnt juist te zijn dat die de internetrevolutie te lang genegeerd heeft. Het ene na het andere filiaal verdwijnt, terwijl de internetzoeker er in nog hoger tempo onopvallende antiquariaten voor terug-ontdekt.

Iets treurigs heeft dat schermzoeken natuurlijk wel. De charme van het rondscharrelen in boekenkasten, omgeven door de geur van oud papier, schiet erbij in. En ook de verrassing dient zich dankzij die uitermate doelgerichte zoekfunctie minder gemakkelijk aan. Maar eerlijk gezegd was de tijd die met dat alles heengaat al jarenlang een onbetaalbare luxe. Wanneer heb ik mij voor het laatst werkelijk in een winkel met oude (of zelfs nieuwe) boeken kunnen verliezen?

De stapels leeswerk op mijn bureau maakten de gang door de bladzijden op weg naar de deadline steeds haastiger. En de gedachte dat ze allemaal nog veel hóger zouden kunnen worden, wordt boven een bepaald crisispunt eerder een bron van neerslachtigheid dan opwinding. De aseptische nuchterheid van de titellijsten op het scherm is zakelijk genoeg om die fysieke bedreiging te beteugelen. Ze houdt het boekenzoeken bovendien toegankelijk voor méér dan alleen de zonderling die alle tijd heeft aan zichzelf.

Zo is het antiquariaat, van oudsher toonbeeld van tijdloosheid, plots hip en bij de tijd geworden: snel, doelgericht en met een bijna feilloze trefkans. Alleen wanneer die uitblijft, keren weer even de oude tijden terug. Maandenlang heb ik gezocht naar een Frans kunstboek waarvan wel een pocketeditie maar niet de oorspronkelijke geïllustreerde uitgave verkrijgbaar was. Antiquariaten wisten alleen maar te melden dat ik niet de énige zoeker was – en wensten mij hartelijk succes. Zelfs bibliotheken hadden het niet in hun bezit, tot aan de Library of Congress toe. De uitgever hulde zich in een bedenkelijk stilzwijgen. Bestond het boek eigenlijk wel?

Een vermelding in de catalogus van de Franse Bibliothèque nationale maakte een einde aan de twijfel en ook de Italiaanse bleek in het bezit ervan. Maar nationale bibliotheken lenen (met uitzondering van de KB) geen boeken uit. Even daagde er licht: de boekerij van de Brusselse Université Libre, bijna op loopafstand, bleek ergens nog een exemplaar te hebben. Maar ook daarvoor, zo bleek pas aan de balie, gold wegens zijn zeldzaamheid een wanhoopwekkend leenverbod.

Op dat moment maakte zich van gemobiliseerde vrienden en collega’s een ouderwets soort opwinding meester. Een boek zoeken bleek nog altijd een avontuur te kunnen zijn – zozeer tot de verbeelding sprekend dat daaruit zelfs een bescheiden romangenre is voortgekomen. Naar onze eigen ‘schaduw van de wind’ zochten wij in boekenkasten van bevriende kunstkenners, obscure museumbibliotheken en zelfs in het adressenbestand van de auteurs van de uitgever. Misschien dat één van hen de familie kende van de inmiddels overleden schrijver?

Het kwam met onze speurtocht toch nog goed. De Franstalige Leuvense bibliotheek bleek niet alleen bezitter van het boek, maar met enige aandrang ook bereid tot lenen. Onder mijn vrienden doofde de opwinding zoals ze was gekomen, aangeblazen door de bijna negentiende-eeuwse fascinatie die nog altijd kan uitgaan van het zoeken naar een onvindbaar boek.