Alles flex bij Deliveroo

Boeman van de kluseconomie

Al innoverend rekt maaltijdbezorger Deliveroo de grenzen op van wat werken is. Volgens tegenstanders jongleert het bedrijf met regels, naar eigen zeggen opereert het in nieuw gebied. ‘Een pensioen is bij koeriers niet top of mind.’

‘Rider’ voor Deliveroo, Amsterdam © Michiel Wijnbergh / HH

Grote bedrijven hebben tegenwoordig een ‘authentieke’ anekdote. Een verhaaltje dat eindeloos wordt herhaald en in één klap antwoord geeft op de vraag die elke startup moet beantwoorden: welk probleem los je op? Bij Deliveroo is dat het verhaal van oprichter Will Shu die als zakenbankier in de Londense City lange dagen moest werken en niet langer wilde leven op döner kebabs en pizza’s. Een fatsoenlijke maaltijd aten hij en zijn collega’s niet, totdat… zie daar de geboorte van Deliveroo.

In elk interview met de oprichter kom je steevast deze mini-geschiedenis tegen: hoe een particulier probleem uitgroeide tot een wereldwijde startup die in grote steden het straatbeeld is gaan bepalen. Jongens en meisjes in turquoise jassen met grote voedselkisten op hun rug trappen zich een weg door wereldsteden, maar inmiddels ook door de straten van Amersfoort, Breda en Nijmegen. Aangestuurd door een algoritme rijden koeriers naar een restaurant, pikken daar een maaltijd op en brengen die naar de klant. Nog zo’n leuk feitje dat in elk interview met Deliveroo voorkomt: de oprichter zelf stapt ook nog eens per maand op zijn fiets. Simpelweg omdat hij daarvan geniet. ‘Ik beleef er veel plezier aan.’

Het probleem met dit verhaal? Het steekt nogal schril af bij de ervaringen van daadwerkelijke koeriers en de stortvloed van kritiek die het hippe bedrijf het afgelopen jaar over zichzelf zag uitgestort. Een van hun koeriers sleepte deze zomer het platformbedrijf voor de rechter, gesteund door de pvda. De leider van diezelfde partij – toenmalig vicepremier Lodewijk Asscher – zei dat het bedrijf de arbeidsmarkt ‘verziekt’. Een cda-Kamerlid gaf aan ‘het gevoel te hebben in de maling te worden genomen’ en zelfs de vvd had, bij monde van fractieleider Klaas Dijkhoff, kritiek: ‘Onder een bepaald bedrag kun je niet doen alsof je freelancer bent en een keuze hebt.’

In een zeldzame vlaag van eensgezindheid richtten politici de pijlen op het Londense bedrijf. Al ziet Den Haag ook dat de economie aan verandering onderhevig is en je innovatie niet makkelijk buiten de deur houdt. Misschien nog wel het alleraardigst verwoord door Alexander Pechtold in zijn afscheidsinterview in Vrij Nederland: ‘Ik vind het óók een gruwel hoe mensen worden afgeknepen bij nieuwe bedrijven als Deliveroo, maar dat zijn excessen. We kunnen ook niet terug naar de tijd dat iedereen na veertig jaar bij de baas een gouden klokkie kreeg.’

Wie voet zet in het imposante grachtenpand aan de Keizersgracht in Amsterdam waar Deliveroo huist, waant zich kort in het nabijgelegen regentenpand van Museum Van Loon. Ook hier zijn de vloeren van marmer, de schouwen gigantisch en de deuren van zwaar, donker hout. Turquoise logo’s en ogenschijnlijk lukraak neergekwakte banken verraden dat we in de 21ste eeuw zijn, bij een succesvolle startup welteverstaan.

Hippe twintigers en dertigers in vlekkeloze overhemden lopen gehaast langs hoge koelkasten voor wijn, bier en Ben & Jerry’s-ijs. ‘Helaas niet voor de vrijdagmiddagborrel’, zegt Stijn Verstijnen, directeur van de Nederlandse tak van Deliveroo, lachend. ‘Het is deel van een experiment.’ Af en toe komt er een gigantische regenjas voor ijs en drank het pand binnenlopen met een vierkante maaltijdbox op de rug, vaak een stuk jonger dan het kantoorvolk en opvallend vaak student of niet Nederlands sprekend. Zij behoren tot de tweeduizend bezorgers van Deliveroo, wereldwijd fietsen er vijftigduizend mensen voor het bedrijf rond in vijfhonderd steden, veelal met die vrolijke kangoeroe op hun fluorescerende jas.

In een rommelig vergaderhok met een presentatiescherm en een whiteboard waar ‘Xclusiviteit’ op is gekrabbeld, vertelt Verstijnen, vergezeld door een woordvoerder, over hoe deze pionier van de nieuwe economie tegen wil en dank ook boeman is geworden. ‘Of wij het symbool zijn weet ik niet, maar ik kan wel vertellen wat wij hier doen’, begint de jonge ceo. ‘Iedereen eet in Nederland tussen zes en acht, maar daarbuiten is het een dynamisch gebeuren waarbij klanten spontaan beslissen of en wanneer ze de app aanzetten en eten gaan bestellen of niet. Als het plots regent wordt dat nog ingewikkelder. Dat roept automatisch vragen op: hoe werk je met die bezorgers en wat wordt onze relatie met hen?’

Volgens Verstijnen is dat een doorlopende zoektocht, maar geldt voorlopig: ‘Onze bezorgers willen een goed zakcentje verdienen en veel vrijheid hebben. Werken wanneer je maar wil en fietsen in de wijken die je zelf uitkiest. Wij komen dan uit op een model waarbij je werk organiseert rondom één zo’n bestelling.’

Die beslissing past in een wereldwijde trend: die van de gig economy, waarbij mensen geen banen aannemen maar klusjes. Niet te verwarren met de ‘deeleconomie’ die idealistischer van aard is en erop gericht om goederen die al in de samenleving aanwezig zijn slimmer in te zetten. ‘Bij de kluseconomie gaat deze redenering niet op, omdat hier geen sprake is van betere benutting van stilstaande capaciteit, maar de creatie van nieuwe capaciteit op afroep’, schrijven onderzoekers van het Rathenau Instituut.

Platformbedrijven zoals Deliveroo – maar ook Airbnb, Uber en Temper – werken constant aan hun algoritmen om klant en aanbieder zo slim mogelijk aan elkaar te knopen. Bij Uber is dat de taxichauffeur en een reiziger, bij Deliveroo is het een fietskoerier, een restaurant en iemand die geen zin heeft om te koken. Wat op het klassieke marktplein van Adam Smith de ‘onzichtbare hand’ is willen platformen zijn in de kluseconomie. Ze regelen haast onzichtbaar de balans tussen vraag en aanbod: klanten krijgen af en toe een mailtje of ze weer eens wat komen bestellen, terwijl koeriers met bonussen worden verleid om soms last-minute toch even een uurtje te gaan fietsen.

‘Je hebt de student die plots een tussenuur heeft en een paar bestellingen doet, maar ook iemand die in een band speelt en wiens gig voor die avond ineens wordt gecancelled – die kan dan even voor ons gaan rijden’, zegt Verstijnen. ‘Die vrijheid is voor iedereen leuk.’

Keizersgracht, Amsterdam, 15 juni. Overhandiging van de dagvaarding aan Stijn Verstijnen van Deliveroo © Elmer van der Marel / De Beeldunie

In het voorjaar van 2017 wordt Rens Lieman van zijn zadel gekatapulteerd. Zijn spatbordstang is losgetrild en in het wiel geraakt, waardoor de fiets onderweg naar een restaurant aan het Amsterdamse Surinameplein abrupt tot stilstand komt. ‘Sommige Deliveroo-bezorgers belanden op hun eerste werkdag in het ziekenhuis, leer ik later. Bij mij gebeurde dat op mijn achtste’, schrijft hij in zijn boek Uber voor alles, waarvoor hij bij verschillende platformbedrijven is gaan werken om uit te vinden ‘wat waar is van het pr-verhaal dat wordt verteld’.

Om de hoek bij waar zijn ongeluk plaatsvond vertelt Lieman over die zoektocht, waar hij trouwens van genoot: ‘Ik fietste betaald door de stad in de zomer en in het begin was de sfeer leuk.’ De koeriers blijken jonge, slimme mensen. Ze houden samen pauze op wachtpunten in de stad en in een app-groep worden foto’s gedeeld, tips uitgewisseld. Een door Deliveroo aangewezen lead rider spoort mensen aan om voorzichtig te fietsen bij gladheid of storm. ‘Op dat moment waren wij nog in loondienst’, zegt Lieman, die ook opbiecht dat je in die tijd als bezorger soms in het park op een tablet een boek kon lezen, wachtend op orders. Dat loont nog best aardig: boven op het minimumloon mogen bezorgers de fooien houden en door de vele bonussen die de app weggeeft voor sneller bezorgen of op drukke momenten toch gaan werken lopen de bedragen op.

‘We kunnen ook niet terug naar de tijd dat iedereen na veertig jaar bij de baas een gouden klokkie kreeg’

Dan ploft er een e-mail in de mailboxen van alle koeriers. Een ‘rider needs’-enquête. Lieman valt het direct op dat de vragen direct of indirect gaan over de behoefte aan flexibiliteit. ‘Voor mij was het meteen duidelijk dat Deliveroo op zoek was naar legitimatie om contracten stop te zetten en over te gaan op zelfstandigen.’ Dat was eerder al in Groot-Brittannië gebeurd. Niet veel later volgt er een proef in Zuid-Holland en al gauw volgen de eerste online videosessies waarin wordt uitgelegd dat iedereen beter wordt van een bestaan als zelfstandig ondernemer. Stijn Verstijnen, op dat moment nog operationeel directeur, belooft dat wie in loondienst wil blijven niet verzelfstandigd wordt. Inmiddels zijn alle koeriers bij Deliveroo zelfstandigen.

‘De lonen gingen voor sommigen iets omhoog, maar de zekerheden vielen weg’, vertelt Lieman. En dat niet alleen: ‘Langzaam verdween dat democratische, gezellige gevoel waarmee we waren begonnen. Dat werd versterkt doordat wij als koeriers steeds in de media teruglazen dat we hier zelf voor hadden gekozen.’

Ondanks grote weerstand – koeriers protesteerden op het Museumplein, er kwam een heuse vakbond en politici waren woest – onderschrijft Deliveroo nog altijd die lezing. ‘Onze bezorgers wíllen dit’, herhaalt Verstijnen. ‘Daarnaast kan het ook niet anders. Bij een nul-urencontract werk je op basis van oproep en ben je altijd gebonden aan minimaal drie uur. Als ik iemand oproep om naar mijn fabriek te komen moet die persoon minimaal drie uur werken. Voor ons is die drie uur raar. Ik wil juist dat mensen kunnen in- en uitloggen wanneer ze willen en zo kunnen kiezen tussen verschillende apps met verschillende klussen. Een contract maakt dat onmogelijk. Onze werkers willen dit ook.’

Lieman lacht als hij dit hoort. ‘Natuurlijk willen werknemers flexibiliteit, zeker, maar ze hebben nooit expliciet aangegeven dat ze geen zekerheden willen.’ Daarnaast is er op die veronderstelde vrijheid behoorlijk wat af te dingen, het is een van de belangrijkste inzichten die de schrijver opdoet in zijn maanden bij het platformbedrijf: je hebt misschien formeel geen baas meer, maar die autoriteit is de facto vervangen door een app. ‘Op papier ben je eigen baas, in de praktijk is dat vaak een algoritme.’ Lieman leert al snel dat hij een goede rider is: de overdracht van maaltijden duurt bij hem slechts 2,63 minuten. Dat soort statistieken zijn belangrijk, als je goede cijfers haalt kun je terechtkomen in een hogere groep. Zo heeft ‘Groep 1’ het privilege om tijdig in te roosteren op lucratieve diensten.

‘Als schrijver ben ik ook freelancer, maar bepaal ik mijn eigen tarief en mijn eigen werkwijze. Dat maakt mij een zelfstandige. Een fietskoerier is dat natuurlijk niet, die moet zo goed mogelijk voor het algoritme trappen.’ Bij Lieman vertaalt zich dat vooral in nog harder fietsen en brutaler voorrang nemen. ‘Ik fietste mij de tering.’ Ondertussen gebruiken klussers in de kluseconomie veelal hun eigen spullen. Bij Deliveroo draai je zelf op voor reparaties aan je fiets, pensioensopbouw is er niet en tot voor kort was er ook geen verzekering voor ongevallen.

Dat roept de vraag op of er niet gewoon sprake is van een ‘gezagsverhouding’, wat weer belangrijk is voor de discussie over de vraag of bezorgers geen verkapte werknemers zijn. In Nederland is sprake van een arbeidsovereenkomst wanneer een opdrachtnemer loon krijgt, het werk niet doorgegeven mag worden aan iemand anders en – heel belangrijk – er een duidelijke gezagsstructuur is. ‘Dat het niet helemaal klopt wat Deliveroo doet zie je duidelijk aan dit rijtje’, zegt Evert Verhulp, hoogleraar arbeidsrecht en lid van de Sociaal Economische Raad (ser). ‘Die koeriers zijn heel duidelijk hun asset. Dat is letterlijk wat ze verkopen. Ze wringen zich in bochten om dat geen werknemers te noemen en om zichzelf als werkgever…’, Verhulp onderbreekt zichzelf, ‘excuus. Ik bedoel natuurlijk “opdrachtgever” te profileren.’

Dat Deliveroo zelf ook worstelt met de terminologie bleek twee jaar geleden toen via The Guardian documenten lekten bedoeld voor managers bij het bedrijf. Vol instructies om bepaalde woorden niet te gebruiken en zo juridisch getouwtrek te vermijden. ‘Heb het niet over loonstrookje maar over een factuur, en spreek niet over trainen, inwerken of aanmelden maar over onboarden.’

‘Bijbaan’ is de term die Verstijnen graag gebruikt. Ook dat is bewust. ‘Het ís ook een bijbaan. Onze riders werken gemiddeld twaalf à dertien uur per week. Dat zijn mensen op zoek naar een bijbaan en die willen andere dingen dan mensen die veertig uur per week werken. Zij willen snel geld verdienen met iets wat leuk is, ik had als student dit werk graag gedaan.’ Dat Deliveroo uiteindelijk geen echte baan aanbiedt is geen geheim: ‘Als je verder komt in je leven en je wil een fulltime baan hebben, dan past dit er misschien minder goed bij.’

Al zou het wel kunnen, denkt Verstijnen. Een zwerm zelfstandige koeriers die ongebonden door de stad fietst en klussen aanneemt voor verschillende platformen is in zijn ogen een interessant toekomstscenario. ‘We moeten ons daarbij niet beperken tot de eetmarkt. Als je kijkt naar wat er allemaal bezorgd wordt zijn de combinaties eindeloos. Laatst zag ik in Den Haag een bezorger van ons die aan zijn fiets ook posttassen van Sandd had hangen. Inmiddels heb je ook bloemenbezorging en de elektronicapakketten van Coolblue.’

Cijfers bestaan nog nauwelijks over het fenomeen van de fulltime klussende mens, maar uit een enquête van Deliveroo Londen blijkt dat 22,2 procent van de bezorgers daar meerdere apps naast elkaar gebruikt. Precies hierin schuilt volgens de Nederlandse Deliveroo-baas het voordeel voor de verzelfstandigde koerier: ‘Zij kunnen constant vergelijken en beslissen: wat is de beste klus? Welk werk kan ik nu het best verrichten? Daardoor is er voor ons veel aan gelegen ervoor te zorgen dat ze in dat speelveld van verschillende mogelijkheden voor onze app kiezen.’

Hoogleraar Evert Verhulp gelooft daar weinig van. ‘We zien juist consistent dat platformen machtiger worden en een monopolie nastreven, ze willen uiteindelijk de enige zijn.’ Dat geldt al helemaal voor de markt van maaltijdbezorging. Het besluit om de werknemers te verzelfstandigen viel samen met een territoriumstrijd tussen de verschillende platformen. Naast het Britse Deliveroo kwam in 2015 ook de Duitse maaltijdbezorger Foodora naar Nederland, te herkennen aan de roze jassen. Het Amerikaanse UberEats – zwarte jassen – kwam een jaar later maar focuste zich toen slechts op Amsterdam.

‘Zo’n beetje jullie hele land is dichtbevolkt, iedereen fietst en heeft een smartphone, bezorgers zijn gemakkelijk te vinden’, zo verklaarde Deliveroo-oprichter Shu eerder dit jaar in het Algemeen Dagblad de toestroom van maaltijdplatformen. Al was dat Nederland zelf ook niet ontgaan: al sinds 2000 is er Thuisbezorgd (oranje jassen) dat nog altijd veruit het grootst is.

‘Laatst zag ik een bezorger van ons die aan zijn fiets ook posttassen van Sandd had hangen. Inmiddels heb je ook bloemenbezorging’

De fluorescerende jassen mogen verschillen, de strategie is hetzelfde: nu zo veel mogelijk territorium veroveren om zo het dominante platform van de toekomst te worden. Een belangrijk verschil tussen de bedrijven is dat Thuisbezorgd en Foodora hun platform willen inpassen in het klassieke economische model van werkgever en werknemer. ‘Deliveroo heeft op zeker moment de switch gemaakt naar het freelance-model. Wij hebben dat natuurlijk ook overwogen’, zegt Vincent Hosman, de voormalige directeur van Foodora Nederland, in een telefoongesprek. ‘Uiteindelijk hebben we er bewust voor gekozen om ons te conformeren aan de geldende normen. Of dat slim was zal moeten blijken.’

Twee maanden geleden moest Hosman al zijn personeel ontslaan, Foodora heeft Nederland verlaten omdat de concurrentie te groot bleek. ‘Dat was een afweging van vele factoren, maar de onduidelijkheid in Nederland rondom flexibiliteit was er een van’, zegt Hosman. ‘Deliveroo kreeg zeer veel kritiek op het verzelfstandigen van medewerkers, maar er is nauwelijks echt actie. Behalve dan die op voorhand kansloze rechtszaak.’

‘Een verzekering is geen gift in Nederland maar een recht. Net als een pensioen’ © Harold versteeg / HH

Deze zomer trof Stijn Verstijnen een van zijn koeriers in de rechtbank. De twintigjarige Sytze Ferwerda eiste werknemersrechten op. ‘Zij willen een semi-werknemer, eentje zonder rechten’, zegt de student politicologie zittend in een café bij de Universiteit van Amsterdam. ‘Natuurlijk is koerier zijn een baan. Je bent altijd voor hetzelfde bedrijf klussen aan het uitvoeren. Ik draag hun jas, heb hun rugzak op, ik kan niet onderhandelen over de prijs en doe precies wat zij willen. Ik voer altijd dezelfde handelingen uit. In de Albert Heijn vraag je toch ook niet aan iemand of hij een baan of een bijbaan heeft?’

Dat uitgerekend deze student naar de rechtbank toog is geen toeval. Als lid van de jongerenbeweging van de pvda, de Jonge Socialisten, kreeg hij veel bijval vanuit Den Haag. pvda-Kamerlid Gijs van Dijk zette een crowdfundactie op om zevenduizend euro te verzamelen voor de advocaatkosten. ‘Ik wilde een politiek voorbeeld stellen’, geeft Ferwerda toe. ‘Normale werkgevers worden in bedwang gehouden door regelgeving die we in vele jaren hebben geschreven. We hebben afgesproken dat het normaal is dat iemand verzekerd is, pensioen krijgt en een aantal andere zaken. Als we dit toestaan creëer je een nieuwe werkende onderklasse.’

Verstijnen fronst als hij hoort dat hij regels aan zijn laars lapt. ‘Wat wij doen past perfect binnen de wettelijke kaders die gesteld zijn. Wij houden ons altijd aan de wet en de rechter heeft dat deze zomer ook uitgewezen.’ Dat klopt, Ferwerda verloor zijn rechtszaak en voldeed inderdaad aan de kenmerken van een zzp’er, zo stelde de rechter, die in de rechtbank het algoritme ‘superingewikkeld’ noemde, maar uiteindelijk wel akkoord ging met het verweer van Verstijnen dat het systeem slechts ‘aanwijzingen’ geeft en geen ‘instructies’. Ook mocht Ferwerda prima in een andere jas of met een tas van een concurrent gaan fietsen, zei Verstijnen. Dat was nooit een probleem geweest.

Dat de publiekstribune tijdens het vonnis vol zat met journalisten en politici verwonderde niemand: deze zaak was de eerste in Nederland die ging over de gevolgen van de kluseconomie. Al is het niet aan de rechter om over die nieuwe ontwikkeling een oordeel te vellen, vond de rechter. ‘Wanneer het ongewenst wordt geacht dat werkplatforms als Deliveroo dergelijke overeenkomsten aanbieden, zal de wetgever daartegen maatregelen moeten treffen.’

Een zo’n eventuele maatregel staat al in het regeerakkoord: een minimumloon voor zelfstandigen van tussen de vijftien en achttien euro. Wie door die ondergrens zakt wordt automatisch werknemer. Dat dit voor Deliveroo – waar bezorgers gemiddeld 12,60 verdienen – een probleem kan worden is iets waar Verstijnen niet op in wil gaan. ‘We houden rekening met alle scenario’s. Maar het heeft weinig zin om te spreken over een eventueel voorstel waarvan de inhoud onbekend is. Wat ik lastig vind aan deze discussie is dat het vaak meteen het een of het ander moet zijn: je bent óf werknemer óf zelfstandige. Terwijl wij zoeken naar een nette manier om onze manier van werken in te passen in de samenleving.’ Als voorbeeld noemt Verstijnen de introductie van een ongevallen- en aansprakelijkheidsverzekering eerder dit jaar.

‘Wij luisteren naar wat bezorgers willen. Toen wij erachter kwamen dat er behoefte was aan verzekeringen hebben we dat geregeld. Maar zo’n pensioen is dan weer iets waarvan ik denk: dit staat niet op nummer één om te regelen. Voor onze bezorgers is dat ook niet top of mind. Een verzekering voor ongevallen en aansprakelijkheid is dat wel, dus dan doen we dat. Op die manier binden we de bezorgers aan ons.’

Gijs van Dijk van de pvdaen ook woordvoerders van de fnv worden witheet als ze dergelijke opmerkingen horen. ‘Pardon?’ roept Van Dijk verontwaardigd. ‘Dit bewijst juist dat ze verkapte werkgevers zijn. En daarnaast: een verzekering is geen gift in Nederland maar een recht. Net als een pensioen. Als hun model niet op onze wetgeving past, dan is dat hun probleem.’ Hoogleraar Evert Verhulp sluit zich daar in mildere bewoordingen bij aan: ‘Dat Deliveroo zich beklaagt over het arbeidsrecht in Nederland en het te rigide vindt is prima. Maar wat dan nog? Ze hebben zich aan de wet te houden.’

De huidige ceo van Deliveroo benadrukt dat ze ‘willen praten’ en graag zoeken naar oplossingen. ‘We spreken inmiddels met het ministerie, de vakbonden én Kamerleden over waar dit heen gaat’, zegt Verstijnen. Zijn voorganger Philip Padberg biecht in het boek Uber voor alles op hier inderdaad laat mee begonnen te zijn. ‘We hebben inderdaad niet eerst gevraagd om een aanpassing van de wet en daar vervolgens netjes op gewacht. Je kunt hier niet om vragen. Zie je me aankomen, bij de vvd of de pvda?’

‘Elke revolutie heeft overheidsbemoeienis nodig’, beaamt Kamerlid Gijs van Dijk. Hij is niet de enige die refereert aan de industriële revolutie, waarin technologische innovatie de relatie tussen werknemer en werkgever ingrijpend veranderde. ‘Toen had je tenminste nog broederschap en de samenkomst van werknemers in vakbonden’, zegt Sytze Ferwerda. ‘Het probleem met de digitale werkrevolutie is dat die leidt tot individualisering. Iedereen opereert via een eigen app, volstrekt anoniem. Ga daar maar eens een beweging op bouwen.’

De Riders Union – de vakbond die werd geboren uit onvrede onder koeriers die plots zelfstandigen werden – kreeg korte tijd veel media-aandacht, maar lijkt inmiddels roemloos van het toneel te verdwijnen. ‘Er was een groepschat met tweehonderd mensen of zo. Ze spraken voor een klein clubje’, zegt Ferwerda. Inmiddels is de Riders Union geadopteerd door de fnv, maar behelst nu niet meer dan een website met goed gevonden leuzen. Updates verschijnen niet meer. De telefoon wordt wekenlang niet opgenomen.

‘Deze groep is vaak niet geïnteresseerd in het verstevigen van de eigen arbeidspositie’, zegt Verhulp. ‘Ze stemmen met hun voeten en stappen op wanneer het ze niet bevalt. Teleurgesteld, dat wel.’ Dat terwijl volgens de hoogleraar de vakbonden hier nieuwe legitimatie kunnen vinden, zeker wanneer het Deliveroo-model zich uitbreidt naar andere takken van de economie. ‘Dit gebeurt nu aan de onderkant van de arbeidsmarkt, zet de deur op een kier naar een toekomst waarin we allemaal klussers worden’, zegt Verhulp. ‘Dan is mijn uurtje college plots een klusje geworden, maar mijn werk behelst veel meer. Ik moet ook lezen, onderzoek doen of mensen te woord staan zoals bij dit interview. Wie gaat dat straks betalen?’

Op het Nederlandse kantoor van Deliveroo aan de Keizersgracht kijken ze op van die vraag. ‘Onze mensen verdienen meer dan eerder op een arbeidscontract en volgens mij is er niemand slechter geworden van de verzekering die we ze hebben gegeven. Daar focus ik mij op’, zegt Stijn Verstijnen. ‘Wat werkt voor de hele samenleving en de toekomst daarvan… Tsja. Dat weet ik ook niet.’


Filmmaker Eelke Verboom woonde een tijd in Melbourne, Australië, en volgde daar drie fietskoeriers die vertellen over hun ervaringen met de maaltijdapps, en de risico’s en onzekerheden van hun werk.

Sacked | The cost of the food delivery industry from PONY film on Vimeo.