Media

Boemerang

In een van de laatste decennia van de vijftiende eeuw vond aan de voet van de toen nog Moorse stad Granada een interessant conflict plaats tussen een van de belangrijkste edellieden van het land, een oom van de koning met de naam Enrique Enríquez, en chroniqueur Hernando de Ribera.

Laatstgenoemde had geweigerd van een klungeligheid een heldendaad te maken. De ridder had zich namelijk met zijn eigen geweer in het been geschoten maar wilde niet dat dit in de annalen terechtkwam. In plaats hiervan wilde hij zichzelf als held en slachtoffer beschreven zien. Ribera daarentegen wilde enkel de waarheid schrijven. Ruzie was het gevolg. Uiteindelijk trok de edelman aan het langste eind. Hij stuurde zijn mannetjes naar het klooster waar de kroniek bewaard werd en liet deze vernietigen. Slechts dankzij een andere kroniekschrijver is de herinnering aan het voorval bewaard gebleven.
Niets nieuws onder de zon, zij het dat zowel de macht van de media als de reactie van de politici oneindig is gegroeid en een conflictje als dit tegenwoordig een structureel
conflict én wereldnieuws is. Je leest nogal eens dat de grote omslag in de
Vietnamoorlog plaatsvond. De Amerikanen zouden de strijd niet op het slagveld maar thuis en niet met wapens maar door camera’s verloren hebben. Dat is overdreven. Eerder is het zo dat de macht van de media met de groei gelijk op is gegaan, dat de grote verandering gekomen is met de intrede van de massamedia en dat de politiek op deze verandering heeft ingespeeld, aanvankelijk zonder zich te realiseren dat dezelfde media die in haar voordeel gebruikt konden worden ook in haar nadeel konden werken. Het proces begon in de negentiende eeuw met de in grote oplage en voor een relatief lage prijs verspreide krant, werd vervolgd met de radio en bereikte een eerste hoogtepunt dankzij de televisie. Met elke nieuwe stap, met elk nieuw medium werd de penetratie en daarmee de invloed van de media groter. Dat klopt als een bus met het verhaal over de Vietnamoorlog. Dat was de eerste grote oorlog van het televisietijdperk en dus ook de eerste oorlog waarin de media zo veel invloed konden hebben als inderdaad het geval bleek. Hetzelfde zou in mindere mate van het radiotijdperk gezegd kunnen worden. Wat zou nazi-Duitsland zonder radio zijn geweest, wat het verzet en de geallieerde strijd? Ondertussen zijn we dankzij een volgend medium weer een stap verder, met als belangrijkste verschil dat het niet langer enkel de journalisten zijn die invloed uitoefenen maar dat de burgers in toenemende mate zelf de touwtjes in handen hebben. Stuk voor stuk hebben zij=wij immers onze eigen media én eigen kanaal ter beschikking.
Zo bezien is het niet verbazingwekkend dat dictators als Moebarak eerst het internet dichtgooien en dan hun aanhangers de straat op sturen om journalisten te molesteren. Leider en volgelingen zijn als edelman Enríquez: ze willen niet dat de eigen klungeligheden in de openbaarheid komen omdat ze beseffen dat die openbaarheid maakt of breekt. Maar ze zien blijkbaar niet in dat dergelijke pogingen in het internettijdperk zo goed als tevergeefs zijn. De kroniek van Ribera kon vernietigd worden, zijn verhaal welhaast uitgewist. Hoe anders het nieuws in - vrij naar Walter Benjamin - ‘het tijdperk van zijn technische reproduceerbaarheid’. Je kunt proberen uit te wissen wat je wilt, het effect is averechts.
Er is meer. De pen is vanouds een sterk wapen. Maar het was ook altijd een langzaam wapen: terwijl pistool of zwaard de tegenstander met één klap konden uitschakelen, had de pen veelal sluipend effect. Anders gezegd, op de lange termijn was de winst aan de geest terwijl de daad op korte termijn effectief was. Om hetzelfde met de namen van twee beroemde en voor de westerse cultuur bepalende tijdgenoten te zeggen: Machiavelli won de slag, Erasmus de strijd. Nog anders gezegd: op den duur is water harder dan steen. Het grote probleem van de moderne machiavellisten is dat zij door de alomtegenwoordigheid van de media in toenemende mate ook de slag dreigen te verliezen en op die dreiging geen adequaat antwoord gevonden hebben - als dat er al is. Elk geweld wordt meteen omgezet in beeld en is voor iedereen zichtbaar. Je moet wel verduiveld goede argumenten hebben om het te legitimeren. Zo niet, dan werkt het als een boemerang. Dat was tot op grote hoogte eind vijftiende eeuw al het geval. Enrique Enríquez wordt met name herinnerd om zijn klungelige poging de eigen klungeligheid uit de annalen te houden. Hoe sterker het fenomeen tegenwoordig. Zie Berlusconi: zijn kracht is zijn valkuil. Moebarak schijnt dat te beseffen en heeft vermoedelijk daarom niet werkelijk geprobeerd tot geweld over te gaan. Alsof hij vermoedde dat dit meteen zijn einde betekend zou hebben. Nu probeert hij nog slechts zijn gezicht te redden. Een kind kan bedenken dat het ook daarvoor te laat is. Wat dat betreft kan hij Enrique Enríquez alvast de hand schudden.