Boemerang

Wil je als politicus het algemeen belang dienen of grijp je alles aan om het vuur van wantrouwen bij de kiezers te doen oplaaien? Die vraag moeten politici zichzelf stellen, ook als het gaat over de stijging van de energierekening.

Ik probeer me voor te stellen hoe kwaad cda-staatssecretaris van Economische Zaken Mona Keijzer afgelopen week moet zijn geweest op haar ambtenaren. Die stuurden haar eind vorig jaar, toen ze moest invallen voor vvd-minister Eric Wiebes, de Tweede Kamer in met te stellige voorspellingen over de stijging van onze energierekening. Energie zit niet in haar portefeuille, dus moest ze extra kunnen vertrouwen op haar ambtenaren.

Maar waarom nam ze het woord bangmakerij in de mond toen de pvv die stijging veel hoger inschatte? Keizer heeft waarschijnlijk gedacht terug te moeten slaan toen de pvv haar om de oren sloeg met dat hogere bedrag voor gas en licht, maar dat komt nu als een boemerang naar haar terug. Want de pvv zat dichter bij de daadwerkelijke stijging van onze energierekening dan haar departement.

Die boemerang raakt niet alleen de staatssecretaris, de feitelijk verantwoordelijke minister en het departement, maar rakelt ook het vuurtje op dat wantrouwen heet. De smeulende veenbrand in de bodem van de samenleving, waar directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau Kim Putters het in zijn vorige week verschenen boek Veenbrand over heeft, komt daardoor als het ware even bovengronds.

Vraag het een ervaren politicus en die zal je buiten het zicht van de camera’s op het hart drukken nooit te stellig te zijn met cijfers over toekomstige economische groei, koopkrachtplaatjes, energiereductie, bouwkosten van infrastructuur of straaljagers, noem maar op. Maar de verleiding dat toch te doen is groot. Telkens weer. Die cijfers geven politici houvast bij het uitstippelen van beleid of juist munitie om er vanuit de oppositie tegen te ageren. En ze gebruiken de cijfers ook graag om de kiezer zekerheid te bieden, of vanuit de oppositie juist voor het omgekeerde, om ermee te betogen dat de bestaansonzekerheid groter wordt. Dat cijfers geen garantie geven voor welke toekomstvoorspelling ook zeggen ze er liever niet bij.

De verleiding om met cijfers te strooien, met koopkrachtplaatjes, blijkt groot. Telkens weer

Kim Putters geeft in zijn boek een aantal suggesties om het opvlammen van dat ondergronds smeulende veen te voorkomen. Een daarvan gaat over de opvatting die politici zelf hebben van hun rol. Ben je er als politicus om, uiteraard vanuit je eigen politieke opvattingen, het algemeen belang te dienen? Of grijp je alles aan om het vuur te doen oplaaien om daar zelf baat bij te hebben? En ja, dat laatste is makkelijker dan het eerste. Dan hoef je alleen maar ‘brevet van onvermogen’ te roepen tegen staatssecretaris Keijzer, zoals Thierry Baudet deed, en het smeulende wantrouwen is weer gevoed. Terwijl de fractievoorzitter van Forum voor Democratie zelf ook graag met cijfers schermt als hem dat uitkomt bij het bang maken van mensen. Om het vuurtje op te poken, en de aandacht van de eigen staatssecretaris af te leiden, kun je – zoals regeringspartij cda deed – de fout met de energierekening ook bij het Planbureau voor de Leefomgeving leggen. En meteen vraagtekens plaatsen bij de 13 maart te verschijnen doorrekening van het Klimaatakkoord door dat Planbureau.

Het voor ogen houden van het algemeen belang is veel moeilijker. Daarvoor moet de politicus erkennen dat de wereld complex is. Dat de politiek bij het maken van beleid zelf heeft besloten de hulp in te roepen van planbureaus. Dat die bureaus werken met wetenschappelijke modellen die een richting aangeven waarin als gevolg van beleid bijvoorbeeld de CO2-uitstoot kan verminderen en dat die voorspellingen op langere termijn steeds onzekerder zijn als gevolg van onvoorziene gebeurtenissen, oorlogen, technische vernieuwingen, menselijk gedrag. Dat bij zoiets als het Klimaatakkoord gegevens over CO2-uitstoot afgezet moeten kunnen worden tegen een basisuitstoot omdat je anders niet kunt vergelijken. En ja, dat bekt allemaal niet zo lekker en kan al helemaal moeilijk in 140 Twitter-tekens worden gepropt.

In zijn boek verwijt Putters de huidige politiek dat ze de zogeheten koopkrachtwolken te veel leidend laat zijn in de discussie. Afgelopen week bleek dat weer eens. Of het nu het kabinet, een coalitie- of oppositiepartij was, allemaal leden ze aan de ziekte die ik koopkrachtwolk-waan noem, een ziekte waarin ze elkaar en de kiezers gevangen houden.

Mooie koopkrachtplaatjes zeggen niet veel over de verduurzaming van de economie en de consumptie. Ook niet over de mate waarin mensen onder druk staan door de combinatie van werk, kinderen en mantelzorg, of ze eenzaam zijn, geen baan kunnen vinden omdat ze worden gediscrimineerd, zich gemangeld voelen in de bureaucratie of het gevoel hebben niet gehoord te worden door de politiek. Alle politieke spelers weten dat. Op verzoek van de Tweede Kamer verscheen vorig jaar zelfs de Monitor Brede Welvaart. Daarin is de kwaliteit van leven op zestien beleidsterreinen onder de loep genomen. Maar de reflex om direct naar de koopkracht te kijken zit blijkbaar diep. En is ook makkelijker.

Putters hoopt dat een uitslaande veenbrand wordt voorkomen doordat politici genezen van die koopkrachtwolk-waan, kernkabinetten instellen die de grote maatschappelijke thema’s in samenhang aanpakken in plaats van verkokerd, zichzelf hergroeperen in nieuwe politieke bewegingen, de polder laten herleven, en hun rol als politicus dus anders opvatten dan nu. Ze moeten beginnen met hun rolopvatting. Zonder dat volgt de rest toch niet. Putters heeft zijn hoop gevestigd op de jeugd. Maar waarom wachten? Zonder medewerking van de ouderen die nu aan de touwtjes trekken, gaat het niet lukken.