Boemerang

In de Eerste Kamer is een motie van afkeuring zeldzaam. De motie van Tiny Cox gaat ook nog eens over actueel beleid, wat doorgaans niet het terrein van de Eerste Kamer is. Het risico is dat het een precedent schept.

‘Niet aftreden, maar optreden.’ Ik hoor het minister-president Ruud Lubbers in de jaren tachtig nog zeggen toen een van zijn bewindspersonen zwaar onder vuur was komen te liggen. Afgelopen week nam Eerste-Kamerlid Tiny Kox van de SP die woorden van Lubbers bijna letterlijk over nadat in de senaat een motie van afkeuring van zijn hand was aangenomen tegen minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken. Maar hoe moet Ollongren optreden als Eerste en Tweede Kamer tegengesteld beleid van haar vragen en het armpjedrukken is geworden tussen beide Kamers?

Want er is een groot verschil met zo’n dertig jaar geleden. Destijds was het de Tweede Kamer die druk uitoefende op een minister, Gerrit Braks van Landbouw, waardoor deze ten val kwam; nu is het de senaat. Al noodzaakt een motie van afkeuring niet direct tot aftreden.

Wat het nu vooral ingewikkeld maakt, is dat de meerderheid in de Tweede Kamer anders denkt over het onderwerp waar het allemaal om draait – de jaarlijkse huurverhoging – dan de meerderheid in de Eerste Kamer. Daar heeft niet de coalitie, maar de oppositie de meeste zetels. Wat nog maar weer eens blootlegt dat de samenstelling van de Tweede en Eerste Kamer in de loop der jaren dusdanig is veranderd dat een regeringscoalitie niet altijd meer kan bogen op een stabiele meerderheid.

De huidige patstelling begon met het coronavirus. Omdat veel mensen door de lockdown financieel in de problemen dreigen te komen, is er in april bij de Tweede-Kamerleden met de portefeuille Wonen al aandacht voor de jaarlijkse huurverhoging. Zouden huurders daardoor niet in de knel komen? Om die reden dient toenmalig cda-Kamerlid Erik Ronnes, inmiddels gedeputeerde in Brabant, een motie in waarin hij de regering vraagt om een beroep te doen op verhuurders om maatwerk te bieden aan huurders die financieel in de problemen komen als gevolg van de coronacrisis.

Er vallen drie dingen op aan deze motie. Dat woord maatwerk. De datum waarop die motie wordt ingediend: 21 april. En de uitslag van de hoofdelijke stemming: met algemene stemmen aangenomen. Alle Kamerleden zijn vóór, dus ook de oppositie, ook GroenLinks en pvda, en ook de SP. Zes dagen later al dient SP-senator Kox voor de eerste keer zijn motie in waarin hij om een tijdelijke, algemene huurstop vraagt. Deze wordt aangenomen, met steun van bijna de voltallige oppositie. Je kunt van mening veranderen, zeker in onzekere tijden waarin het ook voor de oppositie waden in dichte mist is. Maar dit is opvallend snel. Ook bij een tweede stemming krijgt Kox een meerderheid. Waarop deze vervolgens zijn motie van afkeuring in stelling brengt. Dan zit Ollongren klem, want een huurstop is wat anders dan maatwerk.

Kajsa Ollongren zit klem: een huurstop is wat anders dan maatwerk

Ollongren heeft aanvankelijk niet alleen de voltallige Tweede Kamer achter zich, ze noemt ook redenen waarom ze geen voorstander is van een algemene huurstop. Niet alle huurders komen financieel in de knel en huurders die zich al bij hun verhuurder hebben gemeld, worden in driekwart van de gevallen geholpen met maatwerk. Ook rekent de minister voor dat de sector bij een algemene stop op een huurverhoging vierhonderd miljoen euro misloopt. Denk niet te snel: nou en? Want dat is geld dat de verhuurders nodig hebben voor de verduurzaming van de bestaande huizen én voor nieuwbouw, dringend nodig als gevolg van de woningnood. Op beide, verduurzaming en nieuwbouw, dringt ook de oppositie steeds aan. Ook op dit punt is de oppositie niet consequent.

Een motie van afkeuring, ingediend in de Eerste Kamer: het is op zich al een zeldzaamheid. Extra bijzonder is het dat deze motie niet gaat over een wet, het terrein waarop de senaat toch voornamelijk een – controlerende – rol heeft, maar over actueel beleid. Dat zet de discussie over waar het primaat van de politiek ligt extra op scherp.

In de taal van staatsrechtgeleerden heet het dat er geen conflictregeling is, oftewel het ligt niet vast hoe uit deze patstelling tussen Tweede en Eerste Kamer te komen. Stel dat het kabinet ervoor kiest om de senaat ter wille te zijn. Dan veronachtzaamt het de wens van de coalitiepartijen. Die hebben al een nieuwe motie opgesteld om de oppositiepartijen in de Tweede Kamer de nieren te proeven: willen zij nog steeds maatwerk of nu ook een huurstop? Bovendien schept het een precedent. Want de macht komt dan te liggen bij de oppositie in de Eerste Kamer. Bij senatoren die niet rechtstreeks zijn gekozen.

Waar de oppositiepartijen goed over moeten nadenken, is niet alleen of ze inhoudelijk consequent zijn op dit onderwerp, de huurverhoging, maar ook over die precedentwerking. Ze kunnen nu wel denken dat zij de macht hebben en die gaan gebruiken ook. Maar dat kunnen ze als een boemerang terugkrijgen als ze in een volgend kabinet zelf coalitiepartner zijn. Kan die coalitie niet bogen op een meerderheid in de senaat, dan kunnen ze zelf ook klem komen te zitten.

Uiterste consequentie kan zijn dat Nederland onbestuurbaar wordt, omdat de twee Kamers elkaar dwars zitten, vechtend om het primaat. Er is geen conflictregeling, dus is het aan de politici zelf om goed na te denken over het verschil in rollen tussen senaat en Tweede Kamer en over de consequenties van hun optreden. Gaat het om de huurstop of om het dwarszitten van het kabinet? En pas op, politici met minder goede intenties kunnen ermee op de loop gaan.