Boer vindt dood meisje

Een vriend van mij kwam langs en zei dat er te veel televisie was en dat hij daarom niet meer keek. Dat ‘daarom’ was vreemd. Net of iemand zegt: er zijn te veel boeken, daarom lees ik niet meer. Maar er zit een kern van waarheid in.
Ik kijk ook minder. Hoe komt dat? Volgens mij komt dat doordat goede informatie over programma’s ontbreekt en je eigenlijk ook geen status meer hebt rond bepaalde programma’s. Je mist niks als je het niet ziet.
Bij boeken is dat anders. Over boeken kun je ook informatie krijgen van vrienden. Die zeggen: de nieuwe Die En Die, die moet je hebben gelezen. (Als je die boeken niet leest is er sprake van statusverlies binnen de groep waartoe je wilt behoren.)
Waarom kijk ik tegenwoordig veel naar internet? Omdat ik daarover goede dingen hoor. Omgekeerd: over televisie hoor ik alleen maar slechte zaken. Ik ben van de eerste generatie televisiekijkers. Wij meenden dat televisie ons wijzer zou maken. Dat bleek volstrekt naïef.
Ik kijk niet naar Boer zoekt vrouw (BZV) - ik wil wel, maar ik kan op het moment van uitzending nooit kijken, en ofschoon iedereen erover spreekt, zie ik het belang er niet van om het op Uitzendinggemist op te zoeken. Ik snap zo wel waarom iedereen het wil zien: een romantische soap, de reality van onhandige mensen die zich niet goed weten uit te drukken maar toch aangeraakt worden door het spook van de liefde.
Nu was ik onlangs bij een vriend en zijn vrouw móest absoluut honderd procent wat er ook gebeurde BZV zien. Na een minuut dwaalden mijn gedachten af. Ik kon het niet meer volgen. En dacht aan 'verhalen’.
Zit er een lijn in verhalen die ik mooi vind, probeerde ik te bedenken. Eigenlijk niet. Ik vond vroeger de verhalen van Kuifje de mooiste die er waren vanwege het avontuur. Maar van het ene op het andere jaar vond ik opeens de Maigrets goed van Simenon. Daarna de romans van Simenon. Ik was toen zestien. Weer een jaar later las ik verhalen van Remco Campert en daar was ik kapot van - en toen kwam Ik, Jan Cremer van Jan Cremer. Wat een grote literaire ontdekking was dat voor mij. Wat werd ik geil van dat boek!
Wat is de lijn? Terugkijkend: alle boeken die ik wilde lezen en herlezen gingen misschien over het leven dat ik wilde leven. Het leven van Nescio, van Reve, van Wolkers, van Cremer, maar ook van Céline. En van Campert. Zo wilde ik niet alleen leven, maar ook schrijven. Ik wilde hetzelfde meemaken.
Misschien was er toch een ideaal verhaal. Een verhaal dat altijd op de achtergrond speelde. Dat verhaal 'zie’ ik wel, en voel ik ook wel, maar kan ik waarschijnlijk nooit opschrijven. Het moet zoiets zijn als Het boek van het violet en de dood van Reve.
Het ideale verhaal is een afsplitsing van je persoonlijkheid. Het is een combinatie van de persoonlijkheid die je bent en de persoonlijkheid die je zou willen zijn, Daarom bestaat het ideale verhaal uit een evenwicht: wat je bent, en wat je wilt zijn.
Boer zoekt vrouw was voor mij een soort hel. Mannen die ik verafschuw en wier leven ik verafschuw, wier taal ik verafschuw (ik vind boer zijn een prachtig vak, maar niet voor mij), willen een vrouw die ik verafschuw.
Het was alsof ik naar omgekeerde decadentie zat te kijken. Een vrouw in overall in de stront tussen de varkens en de koeien.
Ik wil de dronken man zien, wanhopig, dansend met een fles of een stoel, die zoekt naar een hoer met netkousen en verslaafd is aan de morfine, maar in bed belandt met een dertienjarig meisje dat ’s ochtends naast hem dood wordt aangetroffen.
Dat zou mijn Boer zoekt vrouw zijn.