Boer zoekt schrijver

Hans den Hartog Jager
Maltus
De Bezige Bij, 221 blz., €17,90

Martin Maltus is een verre nazaat van Thomas Malthus, de achttiende-eeuwse filosoof en econoom die het ‘had gewaagd te verkondigen dat de wereld ten onder zou gaan als de mensheid zo zelfvoldaan en ongeremd bleef groeien’. De nieuwe Maltus is een onderzoeker aan het Charles Darwin Instituut voor Evolutionaire Psychologie. In het geheim royaal gefinancierd door de overheid, doet dit instituut onderzoek naar de ‘biologische kanten van het menselijk brein’, maar verder dan simpele analyses van ratten- en apengedrag is het nog niet gekomen. Het ‘ministerie van Algemene Zaken’ wil research naar de effecten van overbevolking en geeft het instituut de opdracht tot een ‘dichtheidsonderzoek’. Maltus zal samen met een assistente, de studente Julia, dit dichtheidsonderzoek uitvoeren door een veertig jaar oud controversieel experiment met ratten te imiteren.
Maar hij is niet tevreden met zijn onderzoek naar het gedrag van snel groeiende rattengemeenschappen. Met Julia krijgt hij een verhouding die vooral seksueel is. Maltus zou het liefst experimenten willen uitvoeren met orang-oetans in een Big Brother-achtige setting. Uiteindelijk blijkt het onderzoek niet de gewenste resultaten op te leveren, waarna Maltus de ratten moet vergassen. Na ontdekking door de media van de clandestiene experimenten op het instituut, chanteert hij zijn baas voor geld dat hij zal gebruiken voor zijn plannen met de orang-oetans. Julia blijkt dan ook nog zwanger van hem te zijn, maar ze verlangt niet van Maltus dat hij zich opwerpt als vader. ‘Honden of poezen of wolven weten ook niet wie hun vader is.’ Maltus verlaat Nederland om in België aan zijn werk met de orang-oetans te beginnen.

Hans den Hartog Jagers roman lijkt het allemaal te hebben: geheime experimenten, samenzweringen en verheven en schijnbaar controversiële ideeën over menselijke hoogmoed en dierlijk instinct. Maar deze in essentie boeiende elementen hebben niet de verhalenverteller gekregen die zij verdienen. De stijl van de roman is kleurloos, alsof de schrijver verwacht dat het alleen opwerpen van grote thema’s voldoende is. Dit leidt tot vooral opsommende passages waaruit alle spanning – de synergie van de suggestie door de schrijver met de verbeelding van de lezer – wordt gewrongen. Het belangrijke denkwerk van de hoofdpersoon geschiedt bijvoorbeeld aldus: ‘Als je het leven van dieren louter tot hun instincten terug kon brengen, hoe kon je als mens dan over ze oordelen? Was het dan wel eerlijk om beslissingen voor dieren te nemen? Moest je de natuur niet gewoon haar werk laten doen? Of moest je de superioriteit van de geest laten overheersen?’ Dit zijn vragen die niet echt iets vragen. Ook Den Hartogs Jagers stroeve en uitleggerige dialogen dragen bij aan het machteloze effect van zijn stijl.

En toch had de schrijver belangrijke zaken in handen. Natuur en cultuur, overbevolking: een land als Nederland zou kunnen snakken naar een werk waarin de vragen over deze materie overtuigend worden gepresenteerd. Ergens schrijft Den Hartog Jager: ‘De Hoge Veluwe was niet ideaal, niet natuurlijk, maar vermoedelijk de enige vorm waarin de natuur zich in dit land kon handhaven.’ Hier zit tragiek in, de implicatie van nationale moed en zelfbedrog. Het had het uitgangspunt van een ander, beter boek kunnen zijn.

Complotten met wilde dieren, fanatieke politici, gekke wetenschappers: misschien moet dit boek niet worden opgevat als een thrillerachtige ideeënroman maar als satire. Misschien is de schrijver meer geïnteresseerd in het schetsen van een te ver doorgevoerde ambtelijkheid, de kneuterige perikelen rond mens en dier in een klein land. Maar ook daarvoor zijn zijn karikaturen te eenzijdig, de gebeurtenissen te vlak.

Grootste obstakel van het boek is uiteindelijk de titelheld, de ongeloofwaardige Martin Maltus, kaal, lang, loensend, maar toch woest aantrekkelijk. De geniale wetenschapper die zogenaamd veel heeft gepubliceerd, raakt tijdens het verhaal geen pen aan, turft wat ratten en verschoont hun bak een keer, wat hem blijkbaar ook nog het salaris oplevert voor een auto en luxe appartement in Amsterdam. Den Hartog Jager geeft zijn hoofdpersonage dan ook weinig kans. Nadat in de eerste bladzijden min of meer het hele karakter van Maltus uit de doeken wordt gedaan, lijkt de schrijver pas tevreden als ook al die getoonde aspecten keurig zijn uitgelegd. Even wordt een geheimzinnige, donkere kant van Maltus gesuggereerd door hem bijna letterlijk te laten transformeren tot een beest. Gewelddadig verwondt hij Julia tijdens de daad: ‘“Ik was weg”, mompelde hij… Ineens werd hij bang voor de krachten waaraan hij had geroken.’ Maar deze tijdelijke transformatie blijkt slechts de zoveelste uiting van de vrouwonvriendelijkheid van Maltus: ‘Ze had zijn gedrag, zo had hij bedacht, door haar zwijgzaamheid en haar manipulatiedrift grotendeels aan zichzelf te wijten.’

Van alle personages blijft alleen boer en voormalige buurman van Maltus, Art Dorst, overeind. Hij is een man die het gevecht tussen instinct en bevochten ruimte indringender had kunnen verbeelden. Tegen het einde van het boek verzucht Julia: ‘Wat is er mis met een leven van verlangens en fantasie?’ Een mooi sentiment.

Maltus is Hans den Hartog Jagers tweede roman