Wietplantages in Brabant

Boeren, boeven en boa’s

Eén op de vijf Brabantse boeren is wel eens benaderd door drugscriminelen voor verhuur van een schuur. Ruim negentig procent van hen meldt dat niet bij de politie. Ze zien er het nut niet van in. ‘De politie pakt wel de boeren, maar niet de boeven.’

Drugsafval gevonden in Eindhoven, 3 maart 2018. © Rob Engelaar / Novum / HH

‘Ze rijden gewoon je erf op’, vertelt een recent gestopte veehouder uit Oost-Brabant. In een paar jaar tijd kwam dezelfde persoon drie keer langs. ‘Of ik een schuur wilde verhuren, voor zaadjes die naar Spanje moesten. Het bracht 35.000 euro per maand op.’ Hij heeft ze altijd afgewimpeld, maar geeft toe dat het je wel aan het denken zet. ‘Ik heb wel eens een rekensommetje gemaakt aan de keukentafel.’ De politie informeren heeft hij nooit overwogen.

Deze gepensioneerde boer was niet de enige. Bijna één op de vijf Brabantse boeren is benaderd om een schuur of stal te verhuren aan louche figuren. Dat blijkt uit een representatieve enquête onder 426 Brabantse boerenbedrijven. Goede cijfers over het platteland in ‘pillenprovincie’ Brabant ontbreken, toch spreken lokale bestuurders steeds vaker hun bezorgdheid uit over het ‘buitengebied’.

Wat gebeurt er eigenlijk op de Brabantse velden, akkers en in de bossen? Om daar meer zicht op te krijgen spraken de Brabantse Onderzoeksredactie, een initiatief van het Brabants Dagblad, BN/De Stem en het Eindhovens Dagblad, en platform voor onderzoeksjournalistiek Investico met tientallen boeren en met bestuurders en opsporingsambtenaren en voerden we in samenwerking met marktonderzoeksbureau AgriDirect een telefonische enquête uit. Daaruit blijkt ook dat ruim negentig procent van de benaderde boeren hier geen melding van maakte bij de politie. Dat is opmerkelijk, omdat bestuurders in Brabant zich al een paar jaar inspannen om de ‘meldingsbereidheid’ onder boeren te verhogen.

Zoals iedereen de afgelopen weken kon zien, is het wantrouwen tegen de overheid groot binnen boerengemeenschappen. De strijd waarin vorige week de deuren van het Groningse provinciehuis werden versplinterd en waarbij het leger werd ingeschakeld om het centrum van Den Haag te beschermen, is daarvan slechts het meest zichtbare resultaat. Het boerenanarchisme zit diep en manifesteert zich in alle contacten met de overheid.

‘Het komt niet in je op’, zegt een koeienboer uit Fijnaart. ‘Er is ook nog niets gebeurd. Wat moet ik dan bij de politie melden?’ Meestal was het een vreemde die het erf op kwam om te vragen of de boer interesse had in verhuur. In bijna veertig procent van alle gevallen benoemde deze persoon zelfs onomwonden dat het voor een wietplantage was, maar vaker bleef de bestemming iets schimmiger. ‘Voor de opslag van meubels, maar ze wilden wel water en stroom’, zo vertelde een akkerbouwer. Bij een tuinbouwer kwam iemand langs die ‘kruiden wilde gaan kweken in een leegstaande kas’.

Een andere boer kreeg bezoek van een campinggast die de koeien graag wilde zien. ‘Maar het bleek om de mestkelder te gaan. Hij zou er een muurtje in bouwen en wietplantjes inzetten, dat deed hij bij meer boeren in de omgeving.’ De boer wilde er niets mee te maken hebben en weigerde het aanbod. Ook hij meldde niets aan de politie. Vrijwel alle geënquêteerde agrariërs zeggen dat een duidelijk ‘nee’ volstaat. Als je niet ingaat op het aanbod vallen criminelen je niet meer lastig.

‘Moooeeehoooee!’ klinkt het luid door een zaaltje vol verzamelde zlto-leden in multifunctionele accommodatie Het Klooster in Zijtaart in Oost-Brabant. Achter in de zaal grijpt een boer naar z’n broekzak. ‘Moooeeehoooee’ klinkt het nogmaals terwijl hij snel z’n telefoon aanneemt en de zaal uit beent. Ondertussen gaat Wiljan Rooijackers, vertegenwoordiger in het buitengebied van Taskforce-RIEC Brabant-Zeeland, door met zijn presentatie. Hij heeft vandaag een filmpje bij zich over drugscriminelen die schuren innemen, boeren bedreigen en onder een indringende beat synthetisch drugsafval dumpen in een mestkelder.

Rooijackers en zijn Taskforce zouden op deze avond graag willen dat de boeren de ‘oren en ogen’ van de politie in het buitengebied worden. ‘Alleen kunnen wij het niet’, benadrukt Rooijackers, ‘we hebben u, de boeren, nodig.’ De boeren moeten melden, melden, melden. Om de verzamelde agrariërs – de gemiddelde leeftijd in de zaal zal boven de vijftig hebben gelegen – te helpen deelt Rooijackers flyers uit waarop de kenmerkende anijslucht van xtc-productie gespoten is. Ruik je dat bij de buren? Melden. Zie je iets vreemds? Heb je ook maar een vermoeden? Bel dan de politie of gebruik het speciale ondermijningsmeldnummer.

Een boerin achter in de zaal steekt haar hand op: ‘Dat heb ik gedaan.’ Ze vertelt dat ze aan een doodlopend straatje woont en dat ze op een avond een gehuurd busje het pad op zag rijden. Toen ze het speciale nummer belde, verwezen ze haar door naar 112. Daar kreeg ze te horen dat ze maar naar buiten moest om het nummerbord op te schrijven als het busje weer terug kwam rijden. Het was nacht en ze was een vrouw alleen. ‘Ik kijk wel beter uit.’ Rooijackers knikt meelevend.

Een andere boerin vertelt aan de Brabantse Onderzoeksredactie over de ervaring met de politie van haar varkenshoudende broer. In zijn schuur zou een ‘zuigend en zoemend geluid zijn waargenomen dat zou kunnen duiden op een drugslab’. De boer was niet op zijn erf, dus besloot de politie op eigen houtje de stal binnen te gaan. Zonder beschermende kleding, terwijl dat verplicht is. De agenten troffen niet het veronderstelde drugslab aan, wel een paar biggen die er naar hun inzicht te mager uitzagen. De politie schakelde de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit in, die de boer vijftienhonderd euro boete gaf. ‘Hij werkt keihard om zijn hoofd boven water te houden’, vertelt de vrouw. ‘Mijn broer voelde zich als een crimineel behandeld. Het heeft de hele familie diep geraakt.’ De overheid vraagt met de ene, maar slaat met de andere hand. ‘Ze pakken wel de boeren, niet de boeven’, vat een boer het samen.

‘Ik vrees het beleid van de provincie meer dan de drugscriminaliteit’

Voorlichtingscampagnes en -bijeenkomsten moeten boeren bewust maken van drugscriminaliteit en ervoor zorgen dat zij verdachte praktijken melden. Maar die aanpak lijkt half succesvol. Boeren zijn inderdaad meer doordrongen van het probleem. Negen op de tien geënquêteerde boeren denkt dat de drugscriminaliteit de afgelopen tien jaar is toegenomen. Ruim een kwart is op de hoogte van de overheidsinitiatieven. Veel boeren zeggen nu alerter te zijn. Maar ze vertikken het nog steeds om te melden.

De drugscriminaliteit die wel in het bewustzijn ligt is het dumpen van drugsafval: tientallen geënquêteerden beginnen er uit zichzelf over wanneer we vragen naar criminaliteit in hun directe omgeving.

In het zaaltje in Zijtaart drukt Rooijackers de boeren op het hart dat ze niet zelf met de shovel aan de slag moeten om de vaten op te ruimen; het spul kan levensgevaarlijk zijn. Toch stuit die oproep ook weer op wantrouwen. Tot voor kort draaide je als boer namelijk zelf op voor de kosten wanneer de overheid het drugsafval van je erf kwam halen. Dat kon makkelijk oplopen tot tientallen duizenden euro’s. Er moest een rechtszaak tot aan de Raad van State aan te pas komen om te zorgen dat provincie en gemeente nu de rekening oppakken. Die uitspraak was pas in februari van dit jaar.

Boeren hebben ook wel iets anders aan hun hoofd. Driekwart van de door ons ondervraagde boeren meent dat er in hun directe omgeving diefstal plaatsvindt. Bijna de helft heeft er zelf mee te maken gehad, bijvoorbeeld van diesel- of van gps-apparatuur die ze gebruiken op het veld. En dan zijn er de dierenactivisten. De schrik zat er goed in nadat honderd leden van Meat the Victims in mei van dit jaar een varkensboerderij in Boxtel bezet hielden. ‘Ze hadden ze er meteen uit moeten halen’, zegt een boer uit Oost-Brabant. ‘Als je ze zo zacht aanpakt, nodigt dat uit tot herhaling.’

Maar het meest benauwd zijn ze voor milieumaatregelen. ‘Ik vrees het beleid van de provincie meer dan de drugscriminaliteit’, zegt een boer op de bijeenkomst in Zijtaart. De provincie Brabant loopt voorop met nieuwe milieu-eisen en bepaalde twee jaar geleden, tot ieders schrik, dat veestallen al in 2022 aan strengere eisen voor onder meer ammoniakuitstoot moeten voldoen, terwijl landelijk 2028 is afgesproken en in het naastgelegen Limburg zelfs 2030. ‘De regels worden tijdens de wedstrijd aangepast, het is voor boeren niet meer bij te houden’, stelt een akkerbouwer.

Zoals de landelijke stikstofprotesten en bestormingen van provinciehuizen lieten zien is het wantrouwen jegens de overheid groot. ‘De politie laat je gewoon verrekken. Tenzij ze je moeten hebben natuurlijk. Als mijn mestkar een druppel lekt, heb ik meteen een fikse boete aan mijn broek. Dan is de politie er zo bij’, zegt een boer.

Wie kijkt naar de presentatie van Rooijackers, of luistert naar Taskforce-bestuurder en burgemeester van Breda Paul Depla, krijgt de indruk dat de drugscriminaliteit in de buitengebieden de pan uit rijst. Op tv, aan tafel bij Jinek, verkondigde Depla dat boeren die weigeren een loods te verhuren aan criminelen een pistool op hun hoofd kunnen verwachten. Maar wie goed luistert naar bestuurders en medewerkers van de politie hoort ook, schoorvoetend, een ander verhaal: er is geen paniek omdat we in de gaten hebben wat criminelen allemaal uitvreten op het platteland, maar andersom. Er is paniek omdat eigenlijk niemand meer weet wat zich afspeelt op de akkers, in de velden en in de bossen. En dat is een resultaat van bewust beleid.

In 2013, bij de vorming van de Nationale Politie, telde Brabant nog 56 politiebureaus, inmiddels zijn daar nog maar 23 van over. Wel kregen de Brabanders daar een flink aantal politieposten voor terug. Maar zo’n post in een bibliotheek of gemeentehuis is vaak maar enkele dagdelen per week bemand, en vaak kun je er alleen op afspraak terecht. Vooral op het platteland zijn veel bureaus opgedoekt, waardoor je op sommige plekken bijna twintig kilometer moet rijden om een geopend bureau te vinden.

Ruim de helft van de boeren uit onze enquête beoordeelt de zichtbaarheid van de politie op het platteland met een onvoldoende. Volgens Maarten Brink van politievakbond acp is dat volkomen terecht. ‘We willen wel, maar we kunnen niet. De binding met de mensen op het platteland is er niet meer. Het werkgebied is zo groot dat de politie niet meer weet wat er speelt. De informatiepositie van de politie in het buitengebied is verslechterd’, geeft hij toe.

‘De politie surveilleert nog wel’, stelt een boer uit het hart van de provincie, ‘maar als je nooit uitstapt, weet je nog niets. Toen we hier nog een eigen politiepost hadden, was er een wijkagent die iedereen kende en overal een praatje maakte. Dat geeft vertrouwen.’

‘In de nachtdienst is er nog maar één auto beschikbaar. Criminelen weten dat ook’

De gevolgen van de strategische terugtrekking van de politie van het platteland zijn terug te zien in de cijfers. De politie stelt zichzelf ten doel om bij een noodmelding binnen een kwartier ter plaatse te zijn. Meestal lukt dat aardig: landelijk is de politie in 85 procent van de gevallen op tijd. Maar de lokale verschillen zijn groot. Zo scoort Tilburg uitstekend (92 procent), maar moeten inwoners van gemeenten als Reusel-De Mierden (57 procent), Sint Anthonis (58 procent) en Baarle-Nassau (61 procent) veel vaker te lang wachten tot de politie er is. Als we de reactietijden naast de lijst van overgebleven politiebureaus leggen, zien we een duidelijk patroon. In gemeenten waar nog steeds één of meerdere bureaus zijn, krijgen bewoners in 83 procent van de gevallen op tijd ondersteuning. In gemeente zónder bureau arriveert de politie maar bij 73 procent van de meldingen op tijd.

De twaalf commissarissen van de koning luidden in 2017 de noodklok over de te lange aanrijtijden. ‘Het politieloze platteland’ is een ‘luilekkerland voor criminelen’ geworden, schreven ze. ‘Als je als crimineel carrière wilt maken, doe je er verstandig aan naar landelijke gebieden te gaan. Daar is nauwelijks politie.’ Maarten Brink van de politievakbond schetst eenzelfde beeld: ‘Vroeger reden we ’s nachts met vijf auto’s door het buitengebied om de criminelen te pakken. Die capaciteit is er niet meer. In de nachtdienst is er nog maar één auto beschikbaar. Criminelen weten dat ook.’

‘Aan de knopen in de vuilniszakken kun je zien dat het dezelfde ploegen zijn’, zegt Erik de Jonge gelaten te midden van een grote stapel afvalzakken, luchtfilters en ventilatoren langs een bospad in West-Brabant. ‘Ze hebben ergens een plantage volledig vervangen, vorige week vonden we allemaal snoeren, ik zei nog tegen mijn collega: binnenkort gaan we de rest tegenkomen.’ De Jonge is boswachter voor de provinciale natuurorganisatie Brabants Landschap. Hij stuurt een team aan van ‘buitengewone opsporingsambtenaren in het groene domein’, ‘groene boa’s’ in handhavingsjargon. Zijn werkterrein is het buitengebied rondom Bergen op Zoom, dat fungeert als het bulkproductieterrein voor wiet die onder meer geëxporteerd wordt naar België.

Boswachters en groene boa’s zijn de frontlinie in het buitengebied. ‘Hier wordt niet meer standaard door de politie gepatrouilleerd’, legt De Jonge uit, ‘die komt alleen bij nood. Dat is beleid. Dus wij moeten hier ’s nachts het bos in, tegen stroperij, drugsdumpingen en illegale plantages. Maar van alle boa’s hier in de regio heeft er maar één een vuurwapen. En hij is freelancer.’

Over de individuele agenten niets dan goeds, aldus De Jonge. ‘Vaak zijn ze er razendsnel, ik heb een uitstekende relatie met de politie. Maar in de organisatie is geen kennis van het buitengebied meer.’ Het leidt tot ongemakkelijke situaties. Zo vertelt De Jonge dat bij een inval op een buitenplantage in een natuurgebied de politiehonden waren meegenomen, maar dat die al vlug geveld werden door distels en brandnetels. Ze moesten jankend van pijn terug de politieauto in.

Ook de ‘boa’ is het resultaat van bezuinigingen op het buitengebied. Vroeger had je de veldpolitie, maar die is sinds 1995 afgebouwd, nu vallen wat vroeger veldwachters waren onder de definitie van boa. Maar het goed uitrusten van die opsporingsambtenaren is een bezoeking geworden.

Iedere functionaris in het buitengebied kan een avondcursus doen om ‘opsporingsbevoegdheid’ te krijgen, dat geldt voor boswachters, maar ook voor leden van jagersverenigingen die een bepaald gebied moeten vrijhouden van stroperij en voor natuurbeheerders van Staatsbosbeheer of private landeigenaren. Alleen komt met de cursus niet standaard een vuurwapen. Die moet de werkgever van de boa aanvragen. Het Brabantse provinciebestuur wil voorlopig zijn betaalde boa’s niet voorzien van wapens. Toenmalig gedeputeerde Johan van den Hout stelde in een debat over het buitengebied afgelopen februari dat een boa uiteindelijk niets te zoeken heeft bij drugsdumpingen of andere criminele activiteiten. Die moet maar de politie bellen. ‘Ik vind niet dat de boa’s massaal in het gat moeten springen dat de Nationale Politie heeft achtergelaten door de veldpolitie af te schaffen.’

Voor boa’s zelf is dat wat makkelijker gezegd dan gedaan. Vorig jaar werd een boa in elkaar geslagen, hij moest gered worden door z’n diensthond. Een ander werd beschoten toen hij onverhoopt op een dumping stuitte.

Ondertussen komen er op het Brabantse platteland alleen maar meer leegstaande schuren en stallen bij. Het slopen van een stal of loods kost ook veel tijd en geld. Veel boeren geven er de brui aan; in twintig jaar tijd hield meer dan veertig procent ermee op. Waren er in 2000 nog ruim zeventienduizend boerenbedrijven in Brabant, tegenwoordig zijn het er geen tienduizend meer. ‘Vroeger kreeg je een subsidie om te beginnen, nu om te stoppen’, zegt een voormalig pluimveehouder. Maar de toenemende leegstand verergert de problemen die er nu al zijn.

Volgens Edo Gies, onderzoeker van Wageningen Environmental Research, staat er nu in Brabant al bijna 1,4 miljoen vierkante meter aan stallen en schuren leeg. Hij voorspelt dat daar de komende tien jaar nog eens 2,5 miljoen vierkante meter bijkomt. Dat zou betekenen dat in 2030 één op de vier Brabantse stallen leegstaat. En dat is een berekening van vóór het stikstofbesluit van afgelopen zomer. ‘De boeren zijn met steeds minder’, zegt Theo Linssen die als advocaat veel agrarische bedrijven bijstaat, ‘maar de verwachting is wel dat ze als een onbezoldigd veldwachter de boel in de gaten houden en misstanden melden. Logisch dat een boer ook tot tien telt en denkt: zoek het zelf maar uit.’

Over het onderzoek

In opdracht van de Brabantse Onderzoeksredactie, een samenwerking tussen het Brabants Dagblad, BN/De Stem en het Eindhovens Dagblad, en platform voor onderzoeksjournalistiek Investico, voerde marktonderzoeksbureau AgriDirect een provinciebrede, representatieve enquête uit onder Brabantse boerenbedrijven over hun ervaringen met criminaliteit. In totaal zijn 426 boeren uitgebreid bevraagd, 74 procent van het totaal aantal benaderde agrariërs. De boeren zijn naar rato verdeeld op basis van hun toekomstplannen: stoppen, doorgaan op dezelfde weg of groeien. Ook is rekening gehouden met de geografische spreiding binnen de provincie en de verdeling over de verschillende agrarische sectoren.