Martin Bossenbroek, De Boerenoorlog

Boeren in oorlog

Martin Bossenbroek, De Boerenoorlog, € 24,95

De oorlog die de Britten rond 1900 voerden tegen de Zuid-Afrikaanse ‘Boeren’ – grotendeels afstammelingen van Nederlandse kolonisten die zich in de zeventiende en achttiende eeuw rond Kaap de Goede Hoop hadden gevestigd – wordt wel de eerste mediaoorlog genoemd. Dankzij de aanwezigheid van oorlogscorrespondenten en telegraafverbindingen werd het publiek in de westerse wereld uitgebreid op de hoogte gehouden van de gebeurtenissen in Transvaal en Oranje-Vrijstaat. Bovendien werden de media volop ingezet om de mening van datzelfde publiek te beïnvloeden.

Ook dit weekblad, toen nog officieel De Amsterdammer geheten maar in de wandeling reeds De Groene genoemd, besteedde uitgebreid aandacht aan dit conflict. Ondanks de onmiskenbaar links-liberale denkbeelden van de redactie ging de sympathie zonder meer uit naar de calvinistische, reactionaire en de ‘Kaffers’ onderdrukkende Boeren, die immers tot de ‘Nederlandse stam’ zouden behoren. Vele prenten van vaste tekenaar Johan Braakensiek waren gewijd aan het dappere verzet van de Boeren en het laaghartige optreden van ‘het perfide Albion’.

Zo werd de _Groene-_lezer op 3 december 1899 getrakteerd op een prent met als kop ‘Engelsche taktiek in Zuid-Afrika’, waarop John Bull een Britse soldaat met de bijbel in de hand opdracht geeft op ongewapende ambulancebroeders te schieten: ‘Vuur daar maar op, ze schieten toch niet terug!’ En op 2 september 1900 tekende Braakensiek de Britse opperbevelhebber Roberts die in een gemakkelijke stoel toekijkt hoe zijn soldaten gevangen genomen Boeren fusilleren en boerderijen in brand steken. Naast hem staat echter de geest van de hertog van Alva, die tot de Britse generaal spreekt: ‘Plundering … Brand …. Moord…! Zóó heb ik hun vaderen ook gedaan en toch vochten zich de zonen vrij.’

In Holland op zijn breedst (1996) had Martin Bossenbroek reeds uitgebreid aandacht besteed aan de wijze waarop in Nederland werd gereageerd op de oorlog in Zuid-Afrika, en waarbij de nationalistische sentimenten hoog oplaaiden. In zijn onlangs verschenen De Boerenoorlog daarentegen richt hij zijn blik op de strijd zelf, die uitbrak omdat Groot-Brittannië de rond 1850 gestichte Boerenrepublieken Transvaal en Oranje-Vrijstaat wilde annexeren.

Nadat de Britten in de Eerste Boerenoorlog (1880-1881) een smadelijke nederlaag hadden geleden, koersten zij halverwege de jaren negentig opnieuw aan op annexatie, wat gezien de enorme rijkdom aan bodemschatten niet verwonderlijk mocht heten. Na het opvoeren van de diplomatieke en economische druk, en de mislukte Jameson-raid van 1896, stuurde Groot-Brittannië in de herfst van 1899 bijna zestigduizend militairen naar Zuid-Afrika en was de Tweede Boerenoorlog een feit. Hoewel de Boeren aanvankelijk enkele verrassende overwinningen boekten, was de imperialistische stoomwals niet te stuiten. In maart 1900 veroverden de Britten Bloemfontein, de hoofdstad van Oranje-Vrijstaat, en drie maanden later de Transvaalse hoofdstad Pretoria.

Tot stomme verbazing van de Britten gaven de koppige, eigengereide en ruige Boeren het niet op en voerden zij nog twee jaar lang een guerrillaoorlog tegen het machtigste rijk van de toenmalige wereld. De Britten antwoordden met het in brand steken van boerderijen, het afmaken van het vee en het opsluiten van vrouwen en kinderen in concentration camps, waar velen aan ondervoeding en ziekte bezweken. Hoewel de Boeren, en vooral leiders als de Transvaalse president Paul Kruger en generaals als Jan Smuts en Christiaan de Wet, in West-Europa mateloos populair waren, en zo’n tweeduizend Nederlanders als vrijwilliger naar Zuid-Afrika trokken, keek de wereld werkeloos toe hoe stelselmatig het verzet gebroken werd. In mei 1902 moesten de laatste Boeren, de bitter­einders, de strijd staken en na de Vrede van Vereeniging kwamen Transvaal en Oranje-Vrijstaat onder Brits bewind.

Om deze dramatische geschiedenis zo indringend en meeslepend mogelijk te beschrijven, heeft Bossenbroek ervoor gekozen zijn verhaal op te hangen aan de belevenissen van drie mannen: de Nederlandse jurist Willem Leyds, die vanaf 1884 voor de regering van Transvaal werkte; de Britse aristocratenzoon Winston Churchill, die als oorlogscorrespondent zo embedded was dat hij vrolijk meevocht, en Deneys Reitz, die in 1899 als zeventienjarige de overwinning van de Boeren bij Spionkop meemaakte en daarna als guerrillastrijder in de Britse Kaapprovincie vocht. Ieder van hen is de hoofdpersoon van een van de drie delen van het boek.

Het nadeel van deze methode is dat Bossenbroek veel flashbacks moet inlassen om achtergronden te schetsen en hij zijn verhaal dikwijls onderbreekt om ontwikkelingen en gebeurtenissen te beschrijven waar de hoofdpersoon uit het betreffende deel niet bij betrokken is geweest. En aangezien geen van drie echt een hoofdrol speelde, zijn er veel van dergelijke intermezzo’s, die soms tamelijk omvangrijk zijn.

Hier tegenover staat dat Bossenbroek wel kan schrijven en er vaak in slaagt de opwinding, overmoed, wanhoop en vertwijfeling voelbaar te maken. Ook heeft hij oog voor het treffende detail en het verhelderende citaat. Hoewel de bestuurlijke en diplomatieke activiteiten van Leyds, die in de aanloop naar de Tweede Boerenoorlog centraal staan, niet altijd spannende lectuur vormen, wordt dit ruimschoots gecompenseerd door de avonturen van de twee anderen. Uiteraard is de uitzichtloze strijd van Reitz en de boerencommando’s heel aangrijpend, maar toch is het vooral het deel over Churchill dat men met rode oortjes leest.

De naïeve arrogantie en vanzelfsprekendheid waarmee deze 25-jarige rijkeluiszoon zich opdringt aan Britse bestuurders en generaals is vaak hoogst ergerlijk, maar tegelijkertijd werkt het enthousiasme waarmee hij in deze oorlog schrijft en vecht ook aanstekelijk. Overigens had hij wel degelijk oog voor de gruwelijke kanten van de oorlog en schreef hij, in een passage die doet beseffen dat zijn latere Nobelprijs voor literatuur niet geheel onverdiend was: ‘Ah, horrible war, amazing medley of the glorious and the squalid, the pitiful and the sublime, if modern men of light and leading saw your face closer, simple folk would see it hardly ever.’


Martin Bossenbroek

De Boerenoorlog

Athenaeum-Polak Van Gennep, 613 blz., € 24,95