In april van dit voorjaar schreef een Tsjechische boerenvereniging een brief op poten naar de grootste en machtigste boerenbelangenorganisatie van Europa: copa. Samen met partner cogeca, vertegenwoordiger van landbouwcoöperaties, is copa al sinds de jaren zestig de belangrijkste agrarische belangenbehartiger in Brussel. Deze boerenlobbyisten zitten letterlijk bij de beleidsmakers aan tafel wanneer iedere zeven jaar opnieuw de honderden miljarden aan Europees landbouwgeld moeten worden verdeeld. Met name centrum-rechtse politici houden deze sector maar wat graag te vriend, afhankelijk als ze zijn van de agrarische stem.

Over dit onderzoek

Voor dit verhaal bracht De Groene Amsterdammer, in een samenwerking met de onderzoeksjournalisten van Lighthouse Reports, maandenlang in kaart hoe boeren vertegenwoordigd worden, wat de werkelijke belangen zijn en welke agenda door de traditionele boerenlobby wordt nagestreefd.

Desondanks nam de Vereniging van private boeren te Tsjechië (apf cr) na zestien jaar lidmaatschap de rieken op tegen deze invloedrijke lobbyclub. In haar brief bezigt de Tsjechische boerenafdeling klare taal over haar grieven. Voor haar vormde de druppel dat copa lobbyt tegen voorstellen om een maximum te zetten op de Europese subsidies die boeren kunnen krijgen. In de praktijk stroomt namelijk tachtig procent van de landbouwgelden naar de twintig procent rijkste agrariërs, zoals grootgrondbezitters, olichargen en zelfs corrupte bestuurders: de voormalige Tsjechische premier Andrej Babis wist honderdtwintig miljoen euro aan EU-subsidies zijn kant op te buigen. De kleinere boeren komen daarentegen amper rond. ‘Als de huidige doelstellingen van copa worden behaald, zullen uiteindelijk de familiebedrijven de dupe zijn’, concludeerde apf cr, en ze zegden hun vertrouwen op.

De afscheidsbrief landde op de deurmat van de boerenbelangenkoepel in een precaire periode. In Brussel worden momenteel voorstellen uitgewerkt die de koers van het Europese landbouw- en voedselbeleid ingrijpend zullen veranderen. Om de duurzaamheidsdoelstellingen uit de Green Deal te halen zal ook in dit deel van de economie de negatieve impact op klimaat en milieu moeten worden teruggedrongen. Daarvoor moet de hele voedselketen op de schop: het gebruik van pesticiden en de verspreiding van vervuilende stoffen als stikstof moeten aan banden, aanvoerlijnen moeten korter, voedselverspilling teruggedrongen. Kortom, een aardverschuiving die veel vraagt van alle betrokkenen.

Maar waar voorheen copa-cogeca zich als één machtig blok kon opstellen richting de Europese machthebbers verkeert de agrarische lobby nu in een crisis. In heel de Europese Unie verliezen boeren niet alleen het vertrouwen in de overheid en in hun politieke vertegenwoordigers, maar keren velen zich zelfs af van hun brancheorganisaties. Ze herkennen zich niet in de koers van het huidige beleid, noch in de toekomstplannen zoals die op de vergadertafels worden uitgevouwen. Bovendien voelen ze zich in het verdomhoekje gezet: aangewezen als medeschuldigen van grote klimaat- en milieuproblemen, terwijl ze zich dikwijls al diep in de schulden hebben gestoken om aan de huidige duurzaamheidseisen te voldoen. We onderzochten hoe het kan dat een traditionele achterban van meer dan tien miljoen bedrijven, van oudsher diep geworteld in de Europese beleidsmachinerie en overladen met subsidies, zich zo slecht vertegenwoordigd waant.

Ver van de Brusselse schermutselingen, tussen de landerijen ten zuidwesten van Rome, bevindt zich het fruit- en groentebedrijf van Valentina Pallavicino. Het is het soort boerderij waar beleidsmakers en groene activisten graag op wijzen als voorbeeld van hoe het ook kan: geen chemicaliën of andere toevoegingen aan hun wortelen, bloemkolen, kiwi’s en meloenen. In Pallavicino’s kruidenierszaakje pronken de producten blakend van versheid in houten kistjes, ze is er trots op. Als ze aanhoort wat de richting is die de Europese Commissie op wil, zegt ze dan ook: ‘In feite doen wij dat al.’ Zelf houdt ze zich amper bezig met de ontwikkelingen op het Europese politieke toneel. Maar twee zaken heeft ze wél scherp voor ogen: goedkoop geproduceerd voedsel speelt vooral de grote agrofoodspelers in de kaart, terwijl aan de andere kant veel boeren best duurzaam willen ondernemen. ‘Voor de retailers is het aantrekkelijker als de prijzen laag zijn.’

Meer dan duizend kilometer verderop ziet een jonge Poolse melkveehouder dezelfde tegenstellingen. ‘Ik vind dat landbouw in Europa duurzaam moet zijn ten bate van de natuur en van voedselzekerheid’, zegt Alina Lis. De boerin houdt veertig koeien op dertig hectare land, wat haar een kleine krabbelaar maakt vergeleken met de melkfabrieken waartoe veel van haar collega’s zijn opgeschaald in een poging zo veel mogelijk inkomsten te genereren. Haar grootste probleem is dan ook dat haar verdienmodel onder druk staat. ‘De kosten van grondstoffen, veevoer en diensten, rijzen de pan uit, terwijl de opbrengsten van de productie iedere dag verder teruglopen.’ Haar toekomstbeeld is van onzekerheid doordrenkt.

Het is een veelgehoorde klacht vanuit de agrarische wereld. De kosten liggen hoog, terwijl de winstmarges minimaal zijn. Zeker binnen de veehouderij houden boeren met moeite het hoofd boven water. Alleen degenen die snel genoeg opschalen kunnen nog meedoen in de prijzenslag. Zo is in de Europese vlees- en zuivelsector het aantal boerenbedrijven tussen 2005 en 2016 met meer dan een derde gedaald, naar 5,6 miljoen, terwijl in dezelfde periode het totaal aantal dieren dat gehouden werd juist toenam. De winnaars van dit systeem zijn de grootste spelers in de agrarische voedselketen. Verwerkers en verhandelaars, zoals slachthuizen en voedingsproducenten, alsook zaadveredelaars, veevoerleveranciers, de producenten van diergeneesmiddelen en de supermarkten. Zij dicteren de prijzen in de voedselketen en noteren doorgaans wél comfortabele winsten. En vergeet niet de consument, die naar verhouding steeds minder geld is gaan betalen voor basisbehoeften als groente, vlees, fruit en zuivel.

De groene activist Jeroom Remmers doorzag reeds enkele jaren terug deze problematiek. Hij begreep dat het weinig zin heeft om boeren alsmaar meer eisen op te leggen, als ze simpelweg niet voldoende inkomsten hebben om te investeren. In 2019 dacht hij daarvoor een slimme en simpele oplossing te hebben gevonden. Wat nou als iedereen wat extra zou gaan betalen voor vlees – het vervuilendste agrarische product – en de meerprijs zou worden gebruikt om de verduurzamingsslag van de boer te financieren en het mogelijk te maken met minder dieren een bedrijf draaiende te houden. Zo zou de populariteit van vleesproducten worden afgeremd, terwijl de boer eindelijk een eerlijke vergoeding zou krijgen voor zijn investeringen in milieu- en diervriendelijker bedrijfsvoering.

In de hoop een grote coalitie achter zich te scharen, liep Remmers de hele sector af op zoek naar medestanders. Hij klopte op de deuren van slachthuizen, supermarkten, grote landbouwcoöperaties en kleine biologische verenigingen. Maar ondanks vele intensieve gesprekken – waarin dikwijls de problematiek volmondig werd beaamd – durfden belangrijke partijen als de Nederlandse landbouworganisatie lto uiteindelijk toch niet hun handen aan zijn initiatief te branden. ‘Ze waren bang voor de reacties vanuit hun achterban’, ervoer Remmers. ‘Ook omdat het plan niet uit hun eigen koker kwam.’

Toch zette Remmers met zijn tapp Coalitie door. Hij verwierf steun van kleinere landbouwclubs, enkele voedselbedrijven, jongeren-, milieu-, gezondheids- en dierenwelzijnsorganisaties. Uit enquêtes blijkt bovendien dat de meerderheid van de Nederlandse, Franse en Duitse bevolking inmiddels zijn plannen steunt. Remmers praatte zich vervolgens bij beleidsmakers in Brussel naar binnen. Hoewel de Europese Commissie niet gaat over de belastingstelsels van de lidstaten heeft Brussel immers wel zeggenschap over de btw, en of landen aan de btw-knop mogen draaien om bijvoorbeeld groente en fruit goedkoper te maken, en vlees en zuivel duurder. Zoals alle beleidsprocessen in Brussel is ook dit er een van de lange adem. ‘Het gaat er eerst om het principe erkend te krijgen, de vraag of btw op deze manier kan worden ingezet’, aldus Remmers. ‘Pas daarna kunnen we proberen het principe van “de vervuiler betaalt” concreet door te voeren in de tarieven.’

De Europese Commissie stelt zich vooralsnog welwillend op, zeker nadat de Europese Rekenkamer afgelopen zomer met een vernietigend rapport kwam over het Europese klimaatbeleid binnen de landbouwsector. Inmiddels zijn bovendien verschillende landen zelf bezig met plannen voor heffingen op vlees en zuivel. Zoals Engeland, dat deze maand vlak voor de klimaattop in Glasgow een importheffing aankondigde, alsook Denemarken, dat komt met een CO2-taks voor alle sectoren, inclusief de landbouw.

Remmers’ lobby bleef niet onopgemerkt. Reeds lang voordat het tot concrete btw-voorstellen kon komen, trapte copa - cogeca– waar lto lid van is – vol het rempedaal in. In mei vorig jaar, een dag voor de Europese Commissie haar nieuwe landbouwvisie zou presenteren, had de boerenlobbyclub lucht gekregen van de plannen en een woedend persbericht de deur uit gedaan. ‘Als veehouders inspraak zouden hebben gehad, was duidelijk geworden dat dit voorstel behoorlijk problematisch is en zelfs simpelweg contraproductief’, foeterde daarin de Ierse boer Joe Healy, vice-president van copa .

Hij somde een lange lijst bezwaren op. De boerenvoorman weersprak bijvoorbeeld dat agrarische bedrijven zouden profiteren van de extra vleesheffing. Daarbij nam hij het nadrukkelijk op voor de kleinere familiebedrijven. ‘Veeboeren investeren al enorm om zich aan te passen aan klimaat-, milieu-, en dierenwelzijnseisen’, benadrukte Healy. ‘Hoewel hun inkomensniveau soms flink lager ligt dan dat van de rest van de samenleving. Een belasting op vleesproducten zou al die inspanningen ondermijnen, omdat een deel daarvan dan simpelweg aangewend zou worden om boeren te helpen stoppen met hun activiteiten. Dit zou het toch al kritieke probleem van de plattelandsvlucht in de hele Unie nog verergeren.’Opmerkelijk is dat Healy daarmee onderkende dat een deel van de boerengemeenschap in het huidige voedselsysteem amper rondkomt, maar dat hij geen alternatief bood voor de suggestie van Remmers om agrariërs van een beter verdienmodel te voorzien. Bovendien valt op dat niet alleen de handtekening van de boerenbelangenorganisatie onder het opiniestuk staat, maar dat het uit naam van een hele trits van agrofoodlobby’s is geschreven die zich hebben verzameld onder de naam European Livestock Voice. Behalve copa - cogeca waren dat bijvoorbeeld foie gras-leveranciers, bontvervaardigers, leerlooiers, vleesverwerkers, zaden- en veevoerproducenten, slachthuizen, vleesexporteurs en de dierengeneesmiddelenindustrie. Achter de authentieke boerenverschijning van Healy en de warme steunbetuiging voor de kleine boerenfamilies ging blijkbaar de miljardenindustrie van vrijwel de gehele agrofoodsector schuil.

Het was niet voor het eerst dat uiteenlopende agrofoodbelangen voor het gemak op de grote hoop worden gegooid. Zodra er in Brussel grote vraagstukken voorliggen die de productie in de hele keten raken, wordt er door de lobby geschermd met boerenbelangen om het pleidooi kracht bij te zetten. Zélfs als het maar de vraag is of boerenbedrijven er wel echt mee gediend zijn.

Zo werden in het afgelopen decennium de onderhandelingen tussen de EU en de Verenigde Staten over het handelsverdrag ttip gepresenteerd als een ‘kans’ voor de agrarische sector. Ook het loslaten van het melkquotum werd aan melkveehouders voorgespiegeld als een ‘boerenbevrijdingsdag’. Waarschuwingen dat dit soort liberaliseringsslagen de marges van de boeren juist zouden drukken, werden weggewuifd. ‘Ik verwacht niet dat deze verhoogde productie een groot effect heeft op de Nederlandse melkprijs’, waren letterlijk de woorden van voormalig lto -voorzitter Kees Romijn in 2013. Traditionele boerenpartijen als het cda gingen daarin mee. Twee jaar later tuimelden de melkprijzen omlaag. De grote coöperaties als FrieslandCampina hadden hun plekje op de wereldmarkt veiliggesteld, en de Rabobank verdient goed aan alle nieuwe leningen, terwijl de melkboeren hun laatste marges zagen verdwijnen.

'De kosten van grondstoffen, veevoer en diensten, rijzen de pan uit, terwijl de opbrengsten van de productie iedere dag verder teruglopen’

Die penibele situatie van de Europese veeboeren leidde de afgelopen jaren in heel Europa tot woedende protesten. Woede die zich richtte op de eisen die beleidsmakers stellen aan de agrarische sector, omdat dit hoge kostenposten zijn. Protesten die financieel werden ondersteund door veevoerbedrijven en vleesverwerkers. Gretig sprongen ook electorale gelukszoekers zoals Thierry Baudet op het podium om een slaatje te slaan uit de diep gevoelde onvrede. ‘Jullie land wordt voor een tientje per vierkante meter afgepakt en zometeen als de asielzoekerswoningen erop zijn gezet voor driehonderd euro per vierkante meter weer verkocht’, riep hij afgelopen juli nog op een boerenbijeenkomst. ‘De grootste diefstal uit de Nederlandse geschiedenis!’ De televisiekijker zag ’s avonds op de journaals toeterende tractoren die de wegen verstopten en schreeuwende boeren die de politiek overal de schuld van gaven. Het opiniepanel van EenVandaag vond er al gauw niks meer aan. Halverwege 2020 bleek dat de steun voor de protesten in hoog tempo was verdampt. De boeren eindigden weer precies in de positie waar ze nu juist zo graag uit willen komen: het verdomhoekje.

Hooien in Lublin bij Kazimierz Dolny, Polen © philippe Giraud / Corbis / Getty Images

Het is niet makkelijk om Caroline van der Plas te pakken te krijgen tussen al haar Kamerdebatten, tv-optredens en werkbezoeken door. Het beste moment is eigenlijk wanneer de voorvrouw van de BoerBurgerBeweging in haar auto naar haar volgende bestemming rijdt. Hoewel ze met één zetel in de Kamer kwam, stijgt ze inmiddels in de peilingen boven het cda uit: de traditionele boerenpartij waar ook zij tot een paar jaar terug nog lid van was.

Met het geruis van het verkeer op de achtergrond zet Van der Plas in duidelijke bewoordingen uiteen waarom de boerenachterban volgens haar op drift is geraakt. Ze heeft het van dichtbij meegemaakt, als actief lid van het cda en communicatiemedewerker van de Nederlandse Vakbond Varkenshouders. Eén voor één rakelt ze de anekdotes op waar de christen-democraten volgens haar de mist in gingen. ‘Dankzij het cda kwam er in Overijssel een stop op geitenhouderijen, zonder dat was aangetoond dat er inderdaad een rechtstreeks verband was met longaandoeningen in die regio’, vertelt ze. ‘In mijn ogen nam het cda toen definitief afscheid van de agrarische sector.’

Ook de lto liep wat haar betreft tijdens het voorzitterschap van de pvda’er Marc Calon geregeld uit de pas. ‘Onder boeren hoorde je dikwijls dat die alleen maar opkomt voor de grote melkveehouderij. Handelsverdragen als ttip zijn goed voor grote jongens zoals de kaasmakers en FrieslandCampina, maar lang niet altijd voor de gewone boer. Sommige boerensectoren worden gewoon ingezet als wisselgeld. Dat is denk ik in die tijd misgegaan.’ Onder de huidige lto-voorzitter Sjaak van der Tak heeft de boerenvereniging volgens haar ‘wel weer een beetje het licht gezien’. Van der Plas: ‘Ik miste de vakbondstaal, maar dat vind ik nu beter. Tegen aanstormende boeren zeg ik ook: word lid, want als de lto geen leden meer heeft is er niemand meer die voor je opkomt.’Onderzoeksbureau I&O Research voerde afgelopen jaar in opdracht van de Volkskrant een peiling uit naar de stemming onder Nederlandse boeren. De onderzoekers stuitten op een muur van onbegrip over hoe de politiek met hen omgaat. Bijna negen op de tien stelden dat de overheid ‘niets begrijpt van de positie van de veeteeltbedrijven’. Ze hebben daarom afscheid genomen van de traditionele boerenpartijen die doorgaans in het kabinet terechtkomen, zoals het cda en de vvd. Maar liefst twee derde van hen zou nu op de BoerBurgerBeweging van Van der Plas stemmen. De sgp komt met acht procent als tweede partij uit de bus, terwijl het cda en de vvd het moeten hebben van respectievelijk vier en drie procent van de stemmen.

Maar misschien wel opmerkelijker dan deze electorale aardverschuiving is de sympathie die boeren over het algemeen nog altijd koesteren voor de grote marktpartijen waarvan ze afhankelijk zijn: volgens I&O Research ervaren veeboeren steun van voerleveranciers, melkfabrieken, vleesverwerkers, banken en de consument. Voor de meer activistische verenigingen zoals Farmers Defence Force is er vooral sympathie omdat ze in ieder geval het boerengeluid laten horen. Maar ook hebben veel agrariërs nog altijd vertrouwen in hun aloude ledenclubs, zoals de lto, omdat die hun belangen vertegenwoordigen. Of althans, zéggen dat ze dat doen.

In een viertal schermvakjes zijn de hoofden te zien van de Nederlandse onderzoeker Roel Jongeneel van de Universiteit te Wageningen (wur), van Christian Henning verbonden aan de Universiteit van Keulen, van de Franse christen-democratische europarlementariër Anne Sander, die graag opkomt voor de agrarische belangen, en van een gespreksleider. Het filmpje dateert van 14 oktober jongstleden en is online gezet door de European Livestock Voice, dezelfde diverse agrofoodlobbyclub die eerder de boze brief over het initiatief van de tapp Coalitie had gepubliceerd. Digitaal vanuit hun werkkamers bijeengebracht, bespreekt het viertal een aantal studies dat in opdracht van verschillende agrarische lobbyverenigingen is uitgevoerd naar de potentiële gevolgen van de nieuwe voedselvisie van de Europese Commissie, genaamd Farm to Fork (Boer tot Bord-strategie). Een week later zou er over deze visie gestemd worden door het Europees Parlement, alvorens de strategie in concrete voorstellen wordt uitgewerkt en opnieuw ter stemming voorgelegd aan zowel de lidstaten als de Europese volksvertegenwoordigers.

Vanachter zijn computer bespreekt onderzoeker Henning zijn bevindingen. Als de plannen van de Europese Commissie worden gerealiseerd, zal dat zeer ingrijpende gevolgen hebben voor de agrarische sector. Uit het onderzoek dat hij heeft uitgevoerd in opdracht van de graanindustrie blijkt dat de agrarische productie een behoorlijke knauw kan krijgen, met name door het plafond voor vervuilende bijproducten zoals stikstof. De veestapel moet bijvoorbeeld met tientallen procenten inkrimpen, waardoor Europa minder vlees en zuivel op de markt kan brengen. Bovendien hebben de plannen van de Europese Commissie nog wat aanpassingen nodig, om te voorkomen dat de klimaatwinst die door die productiebeperking wordt geboekt, teniet wordt gedaan door weglekeffecten naar andere gebieden of landen.

De Brusselse agrarische lobby heeft deze bevindingen gretig in persberichten verpakt en verspreid onder het Europese journaille. ‘De Europese Commissie of het Europees Parlement kan dit soort publicaties en hun sociale, economische en milieu-consequenties niet negeren. We kunnen geen contraproductieve, doelgerichte benadering van Boer tot Bord accepteren’, aldus copa - cogeca. Ook publiceerde de boerenbelangenorganisatie een animatiefilmpje over ‘de blinde vlekken van de Boer tot Bord-doelen’. De strekking: de plannen van de Europese Commissie zijn funest voor de agrarische sector.

Maar waar de lobby Hennings’ onderzoek reeds volledig in het eigen narratief heeft gesponnen, gaat de wetenschapper er na ruim een half uur aan academische teksten plotseling met gestrekt been in. Eerder heeft hij al geprobeerd uit te leggen dat de inkomens voor de vlees- en zuivelboeren waarschijnlijk omhóóg zouden gaan dankzij Boer tot Bord. De productiebeperking zorgt er immers voor dat de veehouders hogere prijzen kunnen vragen voor hun producten en een sterkere positie in de voedselketen verwerven. Ook de – eveneens door de belangenclubs betaalde – studie van zijn wur -collega Jongeneel laat zien dat er voor boeren mogelijk juist kansen liggen met de nieuwe visie uit Brussel, zolang de beleidsmakers maar slim inspelen op de ontwikkelingen en knelpunten die met het beleid gepaard zullen gaan. In het lobbymateriaal dat werd verspreid is deze interessante conclusie echter weggemoffeld of zelfs ronduit verzwegen. Dat de boer er gemiddeld beter uit zou komen als de productie wordt beperkt, is een gegeven dat de grote spelers in de industrie niet goed uitkomt, en dus onder de pet gehouden wordt.

Henning lijkt zich hiervan bewust. Wanneer hij zijn kans schoon ziet, richt de onderzoeker de blik recht in de camera en met stemverheffing benadrukt hij: ‘De belángrijkste bevinding is dat de samenleving als geheel enorm zou profiteren van het beleid. Het zou zelfs nog meer kunnen zijn, veel meer – dat is ook mijn punt – maar de nettowinst voor de maatschappij is glashelder. Punt!’ wur-onderzoeker Jongeneel, die zich tot dan toe behoorlijk op de vlakte heeft gehouden, begon tijdens het pleidooi van Henning hevig te knikken. ‘Ik ben het met de opmerkingen van mijn Duitse collega eens’, zegt hij dan ook. ‘Ik wil daar bovendien graag aan toevoegen dat we dit soort onderzoeken doen om de uitdagingen aan te stippen. Maar wat mij betreft zijn de boeren onderdeel van de oplossing. Het is belangrijk dat ze bijdragen aan dit soort ontwikkelingen, en uit onze bevindingen blijkt dat dat ook kan, als het beleid daar maar goed op wordt toegesneden.’Even lijkt niemand zich goed raad te weten met de wending die het gesprek heeft genomen. Europarlementariër Anne Sander kijkt met een neutraal gezicht de camera in, haar gedachten houdt ze voor zichzelf. De gespreksleider vraagt haar wat ze vindt van alle opmerkingen. Onverstoord somt Sander daarop haar reeds bekende standpunten op. ‘Natuurlijk zal er impact zijn’, formuleert de Franse politica in haar moeizame Engels. En, volledig in lijn met de belangen van de grote agrofoodbedrijven, voegt ze toe: ‘We moeten vooral meer innovatieve technieken ontwikkelen om de boeren te helpen verduurzamen. Dat moet goed ondersteund worden.’

Snel rondt Sander vervolgens het gesprek af, ze moet een vlucht halen. Wanneer de week erop in het Europees Parlement over de Boer tot Bord-strategie gestemd wordt, stemt de politica tegen, ondanks de opmerkingen van de wetenschappers. ‘Ik weiger een blanco cheque te geven aan een Europese Commissie die niet eerlijk is’, verklaart ze tegenover de pers. Een meerderheid geeft echter haar fiat aan de Europese Commissie om de nieuwe visie te vertalen naar concrete voorstellen.


Onderweg naar haar volgende werkbezoek dist Van der Plas nog altijd het ene na het andere voorbeeld op van de gebreken van de overheid en van traditionele partijen als het cda. Maar dan komt het gesprek op de Europese ontwikkelingen. Ze blijkt de inhoud van de onderzoeken nog niet helemaal tot zich te hebben genomen. ‘Stuur me ze vooral toe.’ Desalniettemin is Van der Plas vooralsnog sceptisch over de Boer tot Bord-strategie. ‘Ik vind dat daar door de politiek niet goed over wordt nagedacht. Ik voorzie dat er alleen maar meer boeren zullen stoppen en dat de productie naar andere landen toe gaat. Je ziet nu al dat een land als Rusland de melkveehouderij enorm opschroeft. Voor je het weet jaag je je hele maakindustrie weg.’ En ze vervolgt: ‘Je zult mij nooit horen zeggen dat de veestapel maar moet blijven doorgroeien, maar laten we wel goed nadenken over waar we mee bezig zijn.’ Dat is wat de bbb-voorvrouw betreft dan ook haar beste advies voor de concrete koers die de overheid moet gaan varen. ‘Veel beter nadenken. Want we kunnen ons allemaal heel aaibaar opstellen – ook de boeren vinden natuur en klimaat belangrijk – maar we moeten wel goed nadenken wat dit alles betekent voor de toekomst. De politiek moet keuzes maken, en met oplossingen komen.’

Zoals gevraagd krijgt Van der Plas nog diezelfde dag de onderzoeken toegemaild. In de weken erop woont ze menig Kamerdebat bij en verschijnt ze meermaals op televisie. Bij omroep wnl pleit ze voor een ‘inboeringscursus’ voor ambtenaren en ze wordt door de Nationale Politieke Index uitgeroepen tot beste volksvertegenwoordiger. Opnieuw vanuit haar auto licht ze tegenover RTV Oost haar succesformule toe: ‘Je moet in contact staan met burgers en voor ze opkomen in de Tweede Kamer.’ Over de mogelijk positieve effecten die Boer tot Bord kan hebben voor haar achterban, zoals te lezen is in de gemailde onderzoeken, rept ze tijdens haar publieke optredens met geen woord.

Vlak voor de stemming in het Europees Parlement, halverwege oktober, probeert ook de 29-jarige boerin Susan Mahieu nog een mening te formuleren over de Brusselse voorstellen. In het Belgische Hollebeke, niet ver van de Franse grens, houdt ze een melkveebedrijf draaiende. Mahieu heeft het vak geleerd van haar ouders en was zich dus al jong bewust van de uitdagingen binnen haar sector. Eerder liep ze mee met grote betogingen in Brussel voor een eerlijke melkprijs, bijvoorbeeld toen het melkquotum net was losgelaten. Boven alles verlangt ze houvast en duidelijkheid, zodat ze weet hoe ze haar bedrijf toekomst kan geven.

Tijdens het gesprek blijkt echter dat de machtige agrofoodlobby er opnieuw in is geslaagd zichzelf buiten schot te plaatsen, en de politiek als kwade pier neer te zetten. In Mahieu’s optiek is Brussel bezig om allerlei nieuwe milieudoelen te stellen, die hoge kostenposten met zich meebrengen voor de boer. ‘Ik vrees een beetje dat dit niet goed is geadresseerd in Boer tot Bord’, zegt ze. En, zich richtend op de beleidsmakers: ‘Ik vind het prima om milieudoelen na te leven. Maar zal er ook financiële ondersteuning geleverd worden om die te halen?’