Gastcolumn

Boerkadebat: de betekenis van het verbod

In het boerkadebat zouden intellectuelen zich moeten concentreren op het beschermen van de liberale rechtsstaat. Dat betekent het strijden tegen degenen die de boerka willen verbieden.

GAAT HET WERKELIJK over de boerka, of hebben we hier te maken met een symbolische strijd, vraagt Xandra Schutte in haar essay over het boerkaverbod (De Groene Amsterdammer, 29 juli). We hebben hier twee vragen: de vraag naar de betekenis van de boerka, en de vraag naar de betekenis van de strijd ertegen.
Wat de eerste betreft: kleding is er in de eerste plaats voor onze bescherming, tegen de kou met name, maar ook tegen harde of scherpe voorwerpen, zoals een ridderharnas je beschermt tegen de degen van een vijand, of een integraalhelm je beschermt tegen een hersenschudding bij een val op een verharde weg. Maar de boerka beschermt tegen iets heel bijzonders: de blik van de medemens. Van zo'n blik kun je niet doodgaan, al wordt die geworpen uit seksuele lust - zoals in Schutte’s verhaal Naomi Wolf vertelt dat ze zich, reizend in een boerka door het Midden-Oosten, ‘bevrijd’ voelde van de 'opdringerige, seksualiserende westerse blik’.
Tenzij mannen bij het zien van het geringste bloot de vrouw in kwestie meteen bespringen, brengt de wellustige blik zelf geen lichamelijke schade toe. In die zin is de boerka een symbool, een teken met een betekenis, en uit de tekenleer weten we dat die relatie nooit eenduidig is. Over de betekenis kan altijd worden getwist en de vraag is dus waarnaar de boerka verwijst, of preciezer: waarnaar wij willen dat die verwijst.
We weten ook van symbolen dat ze niet aan kracht winnen of inboeten door hun aantallen. In Zwitserland zijn er maar vier minaretten, toch is de bouw van een vijfde verboden. Als Xandra Schutte dus opmerkt dat in Nederland maar een paar honderd vrouwen een boerka dragen, bevestigt ze alleen maar dat we hier te maken hebben met een symbool.
Maar waar willen we dat die boerka naar verwijst? Xandra Schutte noemt twee uiterste betekenissen: vrouwenonderdrukking en precies het tegendeel daarvan, vrouwenbevrijding. Bevrijding zoals bij Naomi Wolf, en zelfbewustzijn, zoals bij veel jonge vrouwen die met hun boerka een statement maken, omdat ze opkomen voor iets wat zij belangrijk vinden: hun geloof, of nauwkeuriger: de bedreiging van hun geloof.
Het is moeilijk kiezen tussen deze twee uitersten, en dat maakt de tweede vraag van Schutte zo gecompliceerd: wat de betekenis is van de strijd tegen het symbool dat boerka heet. Ook hier hebben we twee uitersten: als we willen dat de boerka verwijst naar de onderdrukking van vrouwen, verwijst het boerkaverbod naar vrouwenemancipatie. Maar als de boerka een uiting is van identiteit en zelfbewustzijn, is een verbod een aantasting van de vrijheid van het individu.
Daarom, zegt Xandra Schutte, is ze tegen het boerkaverbod: het is immers tegen het principe van de liberale rechtsstaat. Alleen daar waar gezichtsherkenning echt nodig is, moet men kunnen eisen het gezicht te laten zien.
Behalve een principieel, is er ook een praktisch bezwaar tegen het boerkaverbod: als de vrouw wordt onderdrukt, zal de onderdrukte bij een boerkaverbod worden gestraft. En als men de onderdrukker wil straffen, de echtgenoot, de vader of de broer, zal de onderdrukte moeten getuigen tegen haar onderdrukker. Dat is misschien wat veel gevraagd.
Xandra Schutte had hiermee kunnen volstaan, maar ze vindt het niet bevredigend en maakt dan een vreemde draai aan het eind: alsof ze nog worstelt met de betekenis van de boerka wil ze in gesprek gaan met de boerkadraagsters en hun vertellen dat ze door het dragen van hun boerka, wat zij zelf misschien in alle trots en vrijheid doen, weinig solidair zijn met hun zusters in andere landen, die gedwongen worden een boerka te dragen.
In landen met een boerkaplicht is het niet dragen van een boerka een vurige wens en een heftig, soms levensgevaarlijk strijdmiddel. Dames, zegt Xandra Schutte dus tegen de enkele boerkadraagsters in Nederland: steun hun wens en hun strijd daar in dat verre land, door zelf je boerka af te werpen.
Dat is aardig, hoewel ik de waarde van dat soort solidariteit betwijfel. Als je je boerka afwerpt in een land waar het toch niet verplicht is, heb je niets bijzonders gedaan. Om het absurd te stellen: als je uit solidariteit met recalcitrante Engelsen die in hun land rechts willen rijden, in Nederland besluit rechts te rijden, zal het niemand erg opvallen.
Anderzijds: wat staat een vrouw te doen in landen met een boerkaverbod? Daar kan het juist wél dragen van een boerka een vurige wens en een heftig strijdmiddel zijn, omdat het zo'n duidelijk signaal is. Dat krijg je met symbolen, dat die zowel de ene als de radicaal tegenovergestelde betekenis kunnen hebben. Xandra Schutte had dus ook kunnen besluiten om in gesprek te gaan met niet-boerkadraagsters, om ze aan te sporen ook een boerka te gaan dragen. Dat is pas een duidelijk verzet tegen het antiliberale boerkaverbod.
Ik zou dus liever zien dat intellectuelen als Xandra Schutte zich concentreerden op datgene waar zij werkelijk verantwoordelijkheid voor dragen: het beschermen van de liberale rechtsstaat. Dat betekent het strijden tegen degenen die de boerka willen verbieden. Ze zeggen wel dat ze opkomen voor moderniteit, waardigheid en de vrijheid van de vrouw, maar we weten dat ze uit zijn op krenking, belediging en vernedering van een geloofsgemeenschap. Die krenking is geen toevallig neveneffect en geen onvoorziene bijkomstigheid van een op zich nobel, want emancipatoir doel. De krenking is hun einddoel zelve.