Boevenbende

HET RUSSISCHE lagerhuis, de Doema, lijkt meer een verzamelplaats van excentriekelingen dan een parlement. De geachte afgevaardigde generaal Aleksandr Korzjakov bijvoorbeeld, ooit Jeltsins vertrouweling, wordt in verband gebracht met omkoping, afpersing en het beramen van moord. Maandenlang kondigde hij sensationele onthullingen aan over Jeltsin om zich vervolgens in stilzwijgen te hullen. Een andere generaal, Lev Rochlin, wierp zich op als laatste steunpilaar van het vertrapte Russische leger. Te pas en te onpas dreigde hij met een militaire coup tegen de president, daarmee de oppositie in verlegenheid brengend. In juli werd Rochlin vermoord, waarschijnlijk door zijn vrouw Tamara.

En dan is er natuurlijk Vladimir Zjirinovski, provocateur bij uitstek. In maart nam hij ongenood plaats op de zetel van de parlementsvoorzitter en dreigde eventuele belagers met de inhoud van zijn glas water. Eerder sleurde Zjirinovski een vrouwelijke afgevaardigde aan haar haar door de Doema. Regelmatig belooft hij zijn collega’s gevangenisstraffen of erger als hij aan de macht komt. Zjirinovski promoveerde in april tot doctor in de filosofie.
De Doema-afgevaardigden genieten tal van privileges die zij bij wet voor zichzelf hebben vastgelegd. Zij verblijven in gratis woningen, waarbij academische titels extra vierkante meters opleveren. Zij reizen kostenloos met het openbaar vervoer, hebben recht op medische verzorging ter waarde van twee maandsalarissen, en mogen kosten voor hun werk tot een maximum van vijfmaal het minimumloon aftrekken van de belasting. Zij krijgen kortingen op allerhande consumptiegoederen in speciale winkels. Om bij te komen van hun inspanningen staan hun jaarlijks 48 vakantiedagen ter beschikking. Aan het eind van hun termijn mogen zij gratis verhuizen naar elke bestemming ter wereld, met medeneming van hun bezittingen tot een maximum gewicht van tien ton. Komen zij onverhoeds tijdens hun ambtstermijn te overlijden, dan ontvangt hun gezin een jaarsalaris aan compensatiegelden.
En dan is er nog een speciale bron van inkomsten. Er wordt in de Doema geen geheim van gemaakt dat stemmen te koop zijn. Volgens Vladimir Semago, communistisch bankier en voorzitter van de parlementscommissie voor corruptiebestrijding, zijn de meeste wetten die worden aangenomen ‘besteld’. 'Vanzelfsprekend komen er materiële prikkels bij kijken. We spreken hier over aanzienlijke bedragen, vaak miljoenen dollars.’
Een afgevaardigde die anoniem wenst te blijven, schetst de gang van zaken. Een lobbyist neemt contact op met de leiding van een Doema-fractie. 'De afgevaardigden noemen onmiddellijk het gewenste bedrag en daarop begint het onderhandelen.’ De betaling bedraagt in de regel twee tot vijf procent van de verwachte winst die de wet oplevert.
De krant Izvestija meldt dat met het goedkeuren van de begroting vorig jaar in totaal 27 miljoen dollar gemoeid was. Belanghebbende ministeries zouden dat bedrag aan de communisten en de partij van Tsjernomyrdin hebben betaald. Volgens afgevaardigden met wie Izvestija sprak, vormen de 'bestellingen’ een stabiele en betrouwbare manier om de partijkas en de eigen zakken te vullen.
IN DE DOEMA zijn vier grote partijen vertegenwoordigd, naast een reeks kleintjes. De communisten vormen verreweg de grootste fractie. Bij de parlementsverkiezingen in 1995 behaalden zij 157 zetels. Viktor Tsjernomyrdins Rusland Is Ons Huis veroverde toen 55 zetels. De partij was vlak voor de verkiezingen in grote haast opgericht om Jeltsin te steunen, maar bleef ver achter bij de eigen verwachtingen. Zjirinovski’s nationalistische Liberaal Democratische Partij van Rusland won 51 zetels, de rechtse hervormingspartij Jabloko van econoom Javlinski 45.
De communistische oppositie pocht bij stemmingen in de Doema een krappe meerderheid te kunnen mobiliseren. In theorie zou zij dus elke wet kunnen aannemen. In de praktijk liggen de verhoudingen gecompliceerder. De communisten zelf zijn vaak intern verdeeld. Op steun van Zjirinovski kunnen zij niet rekenen. Ondanks zijn opgewonden retoriek stemt hij meestal met de regering mee. Hervormer Javlinski helpt de communisten echter vaak uit de brand, veelal vanwege een voor buitenstaanders onbegrijpelijke principiële reden.
De voorzitter van de Doema wordt geleverd door de communisten. Gennadi Seleznjov is voormalig hoofdredacteur van de Pravda. Als vertegenwoordiger van de gematigden zegt hij gecharmeerd te zijn van Zweden. Eerste vice-voorzitter Vladimir Ryzjkov komt uit Rusland Is Ons Huis. Hij is een echt windhaantje: van communist werd hij hervormer, en van hervormer Jeltsin-adept. In de regering-Primakov weigerde hij een post als vice-premier.
Door de communistische overheersing staan talloze Doema-commissies onder communistische leiding, waaronder die voor staatsveiligheid en sinds mei die voor mensenrechten. Sergej Kovaljov, vooraanstaand mensenrechtenactivist, gruwt ervan. 'Het is monsterlijk dat de eerste gekozen mensenrechtencommissaris lid is van de communistische partij, die deze rechten altijd hebben geschonden.’
De door Jeltsins team opgestelde grondwet uit 1993 geeft de Doema slechts een beperkt aantal bevoegdheden. De grondwet behandelt de rechten en plichten van de president, de regering, het lagerhuis (Doema) en het hogerhuis (Federatieraad). De belangrijkste macht ligt bij de president. De Doema heeft als voornaamste taak wetten aan te nemen. Als het lagerhuis een wet goedkeurt, kan de president echter zijn handtekening weigeren. Een tweederde meerderheid van de Doema kan de president alsnog dwingen de wet te aanvaarden. Maar volgens Jeltsin maakt het lagerhuis er vaak een potje van. De brouwsels zijn in zijn ogen vaak onlogisch of ongrondwettelijk omdat ze terreinen bestrijken die buiten de competentie van de Doema vallen. De gaten die de Doema laat vallen, mogen door de president worden opgevuld met decreten. Eigenlijk heeft de president dus voordeel bij prutswerk van de Doema.
Toch kan hij niet zomaar elke wet van het lagerhuis ongrondwettelijk verklaren. In laatste instantie toetst het Constitutionele Hof de daden van zowel het parlement als de president aan de constitutie.
Naast de wetgevende taak beschikt het parlement over nog enkele machtsinstrumenten. Een reeks presidentiële benoemingen behoeft haar goedkeuring, zoals die van de voorzitter van de Centrale Bank, de rechters van de belangrijkste hoven, alle diplomaten en de premier. Indien het parlement driemaal de kandidaat-premier afwijst, wordt het ontbonden en volgen er parlementsverkiezingen. Dit dreigde bij de kandidaatstelling van Tsjernomyrdin deze maand.
Is de regering eenmaal benoemd, dan kan de Doema een motie van wantrouwen aannemen. Maar het kabinet hoeft dan niet per se op te stappen. Blijft de regering zitten en neemt de Doema binnen drie maanden opnieuw een motie van wantrouwen aan, dan wordt het parlement heengezonden en volgen er parlementsverkiezingen. De president kan naar hartelust kabinetten ontbinden en premiers wegsturen, maar moet daarop wel weer zijn nieuwe regeringsleider goedgekeurd zien te krijgen door de Doema.
HET MACHTIGSTE wapen van de Doema tegen de president is de afzettingsprocedure. Indien het staatshoofd zich volgens de Hoge Raad schuldig heeft gemaakt aan landverraad of een ander misdrijf waarop een gevangenisstraf van vijf jaar of meer staat, kan de Doema onder bepaalde voorwaarden de president wegzenden. Op 19 juni van dit jaar stelde het parlement een speciale commissie in om de impeachment van Jeltsin in gang te zetten. De aanklacht tegen Jeltsin luidde landverraad vanwege zijn aandeel in het uiteenvallen van de Sovjetunie en de zinloze oorlog in Tsjetsjenië. Ook de pro-regeringspartijen namen zitting in de commissie. Maar verder dan het instellen van de commissie is de procedure nog niet gekomen.
Alle wettelijke pogingen van de Doema om de eigen bevoegdheden op te rekken, eindigden in een veto van Jeltsin. De president wees de wet af die de oppositie het recht gaf aanwezig te zijn bij kabinetsvergaderingen en andere beraadslagingen op hoog niveau. Ook de wet die benoemingen door het lagerhuis in de regering, de veiligheidsdiensten en hogere gerechtshoven mogelijk moest maken, werd getorpedeerd. Niet eenmaal lukte het de Doema in de huidige zittingsperiode een grondwetswijziging aan te nemen. Het enige bot dat de Doema door Jeltsin kreeg toegeworpen, was de Raad van Vier, een overleg tussen president, premier en de voorzitters van lagerhuis en hogerhuis. De Raad bleek net als elke concessie van Jeltsin een wassen neus. Afgevaardigde Sjeinis van Jabloko vat de functie van de Doema samen. 'De Doema is een veiligheidsklep. Sluit hem af en alles spuit de straat op.’
DE DOEMA heeft niet alleen landelijk weinig in de melk te brokkelen. Ook de regio’s houden het lagerhuis buiten hun beslommeringen. Het hogerhuis, de Federatieraad, is de plek waar de regio’s zich laten gelden. Daar vergaderen de regiobaronnen, met in hun midden de gouverneurs, de gekozen lokale potentaten. Net als de Doema moet de Federatieraad wetten goedkeuren. Bovendien moet het hogerhuis, en niet de Doema, presidentiële besluiten over het afkondigen van de noodtoestand en het inzetten van troepen buiten de landsgrenzen bevestigen.
Tot begin 1997 vormde de Federatieraad een buffer tussen de president en zijn regering enerzijds en de Doema anderzijds. Echter, twee tendensen verstoren de idylle tussen de Federatieraad en de autoriteiten. Van onderop klinkt een steeds luidere roep om meer regionale zeggenschap. Veel bedrijven en instellingen willen af van de betutteling van hogerhand. Bovendien blijkt dat steun aan het machtscentrum lokaal niet per se tot stemmenwinst leidt. Er is al een aantal gouverneurs gesneuveld vanwege hun banden met de landspolitiek, terwijl een buitenstaander als Lebed wel werd verkozen. Hervormer Nemtsov, voormalig gouverneur, stelt laconiek: 'Als ik had willen meedoen aan de presidentsverkiezingen van 2000, had ik mij nooit aangesloten bij de regering. Ik was dan gewoon gouverneur van Nizjny Novgorod gebleven. Dat had niets aan mijn populariteit veranderd.’
Het gevolg kan een felle anti-Kremlinstemming in de Federatieraad zijn waarbij de nukken van de Doema bleek afsteken. Sinds 1997 worden er in de regio’s steeds meer wetten aangenomen die in strijd zijn met de landelijke. Sommige regio’s openden een soort mini-ambassades buiten Rusland. Andere begonnen hun belastingafdracht aan het centrum te traineren. Bovendien lieten ze Moskou opdraaien voor het betalen van achterstallige lonen. Telkens kwam het centrum over de brug met nieuwe subsidies om onwillige regio’s af te kopen. Inmiddels dreigen regio’s openlijk met faillissementen en totale anarchie om nieuw geld los te krijgen. Vladimir Lysenko, vice-voorzitter van de Doemacommissie voor regionaal beleid, erkent dat het proces van regionalisatie volledig buiten de Doema om gaat. 'We hebben te maken met een crisis tussen de Doema en een deel van de Federatieraad.’ Volgens hem wordt elke poging om het proces in wetten te regelen door de Federatieraad geblokkeerd omdat de regionale elites voordeel hebben bij de huidige situatie. Lysenko zegt het einde van de nationale staat te vrezen.
DE ONMACHT op nationaal en regionaal niveau maakt dat de bevolking de Doema niet serieus neemt. In enquêtes meent slechts twee tot vier procent dat het parlement de werkelijke macht in het land heeft. De president scoort rond de twintig procent; alleen de bureaucratie en de maffia wordt meer macht toegeschreven.
De geringe invloed van de Doema maakt de functie van parlementslid geenszins minder gewild. Integendeel, het aantal kandidaten voor een zetel groeit gestaag. Ook blijken de mededingers steeds rijker en steeds crimineler. In tussentijdse verkiezingen in het district Jekaterinenburg waren tenminste zes van de zeventien kandidaten verbonden met een criminele organisatie. Kiescommissies ontvangen steeds vaker klachten over omkoping van kiezers met geld en goederen. De krant Sevodnija signaleert: 'Burgers gaan helemaal niet naar het kieslokaal, en als ze het doen geven ze hun stemmen aan degene die het meeste betaalt.’ Zo komen steeds meer onafhankelijken in de Doema ten koste van de gevestigde partijen.
Voor criminelen kent het lagerhuis vele attracties. Naast omkoopgelden en privileges garandeert het Doema-lidmaatschap immuniteit. Regelmatig dient het lagerhuis als toevluchtsoord voor lieden die juridische vervolging willen ontlopen. Afgevaardigde Sergej Stankevitsj werd beschuldigd van het aannemen van steekpenningen maar bleef zolang hij Doema-lid was onschendbaar. Daarna was de vogel gevlogen. Sergej Mavrodi had minder geluk. Nadat hij met zijn frauduleuze piramidefonds steenrijk was geworden, deed ook hij zijn intrede in de Doema. Maar zijn collega’s deden een hoogst ongebruikelijke stap: zij hieven zijn onschendbaarheid op.
DE IMMUNITEIT van de Doema-leden is niet totaal. Na jarenlang touwtrekken tussen president en Doema bepaalde het Constitutionele Hof dat de immuniteit slechts die handelingen betreft 'die verband houden met iemands activiteit als afgevaardigde’. Parlementsleden mogen worden vervolgd indien zij misbruik maken van hun onschendbaarheid, maar dan moet de Doema daartoe toestemming geven. Buiten Mavrodi is de onschendbaarheid nimmer volledig opgeheven. Zjirinovski wordt nog wel eens tot geldboetes wegens laster veroordeeld, maar serieuze straffen blijven ook bij hem uit.
De afgevaardigden van de gevestigde partijen maken zich steeds meer zorgen over het groeiend aantal criminelen in hun midden. In juni nam een tweederde meerderheid aanvullingen op de kieswet aan die ten doel hebben het aantal deelnemers aan de parlementsverkiezingen in 1999 te verminderen en criminelen te weren. Mensen die zich als kandidaat aanmelden, dienen gedetailleerde informatie over zichzelf te verschaffen aan de kiescommissies. Om te beginnen moeten zij hun inkomensgegevens van de twee jaar voorafgaand aan de verkiezingen overleggen. Daarnaast moeten zij een beschrijving van hun bezit inleveren en hun nationaliteit kenbaar maken. Tenslotte moeten zij openheid van zaken geven over hun eventuele criminele verleden, waaronder veroordelingen en nog lopende zaken. De strafrechtelijke gegevens over de kandidaten moeten worden afgedrukt op handtekeningenlijsten, stembiljetten en informatiemateriaal van de kiescommissies.
Daarnaast is er ook een financieel risico ingevoerd. Alle verliezers moeten de zendtijd die zij aanvankelijk gratis kregen, achteraf vergoeden. Tegelijk is de zendtijd voor verkiezingscampagnes flink uitgebreid. Daarmee worden twee vliegen in een klap geslagen. Verliezende criminelen spekken de staatskas en de gevestigde partijen krijgen extra gratis publiciteit. De zittende politici gaan er daarbij van uit dat zij bij de volgende verkiezingen hun zetels zullen weten te behouden. Zet de trend van onverschilligheid onder de bevolking echter door, dan zijn het wellicht toch de criminelen die het laatst lachen.