TELEVISIE

Boffen, met zo’n familie

De Hondsberg

In De kinderen van De Hondsberg portretteerde Roel van Dalen in 1998 bewonertjes van dat Brabantse observatiecentrum. Naast een lichte verstandelijke beperking waren er vaak heftige gedragsproblemen, voortkomend uit een traumatische achtergrond – van extreme verwaarlozing tot seksueel misbruik. Complexe problematiek die de kijker deed hopen op perspectief maar vrezen voor de kans daarop. Van Dalen is nu teruggegaan. Niet naar De Hondsberg, want daar moeten kinderen op een bepaald moment weg, maar naar de inmiddels jongvolwassenen zelf. Net als destijds levert dat indringende portretten op. En het besef dat zowel vrees als hoop uitkwam.

Terrence mag nu 28 jaar tellen, hij zal altijd zeven blijven en licht autistisch. Maar dankzij het indrukwekkende vangnet van zijn familie is hij een niet ongelukkig mens die, uitkijkend over een dal in het Harsgebergte, de schoonheid van uitzicht en de rust prijst. Moeder woont daar, hij afwisselend bij haar en op zijn kamer in Roermond, intensief begeleid door onder anderen zijn twee broers. Van wat zijn vader hem als kind aandeed lijkt hij geen last meer te hebben, door die liefdevolle familiesteun en vermoedelijk ook door de therapeutische aanpak van de orthopedagoog in De Hondsberg destijds. Daarvan zien we aangrijpende beelden, zoals we alle zes hoofdpersonen afwisselend als kind en volwassene zien.

Er is nog een ander besef. Van Dalen zegt uit de grond van zijn hart ‘je boft met zo een familie, man’ en de aangesprokene bevestigt dat. Of Terrence beseft hoe hoog de prijs is die zijn verwanten liefdevol betalen is de vraag, en dat is maar goed ook. Maar de ouders van Celine waren evenzeer tot liefde bereid voor het kind dat ze vanuit een Chileens weeshuis adopteerden – alleen, dat bleek zo beschadigd en zozeer beroofd van elke vorm van vertrouwen, dat ze die niet kon toelaten en agressief en onhandelbaar was en bleef. Wat, in combinatie met haar geestelijke beperking, betekent dat ze een leven lang intensief begeleid moet worden door professionals. De bezoeken die haar ouders haar nu brengen zijn een spiegel van destijds: die mogen in haar kamer samen pakweg een puzzel maken, als zij maar niet mee hoeft te doen. Op afstand kijkt ze toe en al te lang mag het niet duren. Toch is er verschil: de felle agressie van het kleintje, dat spuugde en sloeg maar toch de kus van de moeder wilde (al kreeg die daarna prompt een klap), is verzacht. En je voelt dat ze nog altijd dat bezoek, hoe moeilijk ook, wil. Deed de tijd zijn werk? Misschien. Misschien ook medicatie (waar de documentaire überhaupt niet over rept). Maar zeker ook kwaliteit en intensiteit van de begeleiding.

En hoewel Van Dalen geen politieke film maakte, kun je maar één conclusie trekken: bezuinigingen hebben rampzalige gevolgen voor deze groep zeer kwetsbaren. Zowel op inrichtingen als De Hondsberg als op de mogelijkheid tot aangepast werk. Bij zijn moeder mag Terrence het erf vegen en eieren rapen, maar niet elke gehandicapte heeft zo’n moeder. Michael, die net als de anderen begeleid woont, werkt bij een kringloopwinkel. Niels krijgt na drie jaar stage bij een metaalbedrijf een arbeidscontract. Prachtig, maar daar gingen begeleiding en subsidie aan vooraf. Vallen die weg, dan valt voor deze groep bijna alles weg. Ten slotte: Chantal werkt nog altijd op De Hondsberg met en voor de moeilijkste kinderen. Soms zou je willen dat de God uit Reve’s gedicht Roeping bestond, die ziet wat wij ‘ongewassen apen’ doen en wat zuster Immaculata (en Chantal).


Roel van Dalen, De kinderen van De Hondsberg: 2011. NCRV Dokument, zondag 23 en 30 oktober, Nederland 2, 21.05 uur