KUNST

Bolhoed

Picasso - Cézanne

Het is dat de gids erop wijst, anders was iedereen erlangs gelopen. Voor de trappen van Château de Vauvenargues staat een typisch Picasso-beeld op een ovaal grasperkje: het is een primitief vrouwenlichaam, geen gezicht, grote buste, met een vaas in haar hand. ‘Hier ligt Pablo Picasso begraven, samen met zijn vrouw Jacqueline.’
Dat is nogal wat. Het Spaans aandoende château – kaal, rechthoekig, met twee simpele ronde torens – staat aan de voet van Mont St. Victoire, in de Franse Provence. Picasso kocht het in 1959, erdoor aangetrokken omdat het onderwerp was op verschillende doeken van Paul Cézanne, zijn grote voorbeeld. Voor het eerst sinds Picasso’s dood, in 1973, hebben de erven het château opengesteld, vanwege de tentoonstelling Picasso – Cézanne in Musée Granet, in het nabije Aix-en-Provence. Het voelt aan als een mausoleum: geen kamer is er veranderd, Picasso’s kwasten in het atelier zijn nooit afgestoft, de verfspetters zitten nog op de grond. De lege kamers en simpele houten meubelen doen Spartaans aan.
Het uitzicht daarentegen, over de geweldige Provençaalse bergen, onder de felblauwe hemel, is grandioos. De mistral is zacht, de krekels doorbreken de stilte.
Soms is de gelijkenis wat gezocht in de duotentoonstelling in Aix (‘Picasso maakte een zelfportret, omdat Cézanne ook zelfportretten maakte’), maar de manier waarop de doeken zij aan zij hangen geeft een haarfijn beeld van hoe de twee elkaar raken. Picasso (1883-1973) zag Cézanne (1839-1906) als de oer-deconstructionist, iemand die zich niet zozeer interesseerde voor de figuren die hij schilderde, maar meer in de harmonie van de voor- en achtergrond en het verloop van kleuren. Helaas hangen er in Musée Granet niet zijn bekende doeken van de Mont St. Victoire, waarop hij het landschap als het ware uit elkaar trekt, opbreekt in met elkaar corresponderende vlakken kleuren – kubisme avant la lettre. Wel hangt er het meesterwerk L’homme à la pipe (1892-95): Cézanne schildert een simpele ambtenaar met een pijp, maar de kleuren van zijn jasje en shirt lijken buiten hun grenzen te treden, alsof hij oplost, van de voorgrond af, de achtergrond in.
‘La Passage’ noemde Picasso dit en op verschillende doeken deed hij daar eigen experimenten mee, te zien bijvoorbeeld in Portrait de Fernande Oliver (1909), al blijven Picasso’s vormen platter, de figuren primitiever. Het eerbetoon aan ‘monsieur Cézanne’ is ook in kleine dingen te vinden: Picasso ‘leende’ onderwerpen – de baders en harlekijnen – en zette zijn vriend Georges Braque in diens portret Cézanne’s kenmerkende bolhoedje op. Het enige waar hij zich nooit aan waagde was een landschap van de Mont St. Victoire, daar had Cézanne het alleenrecht op, vond Picasso.
De tentoonstelling eindigt met Picasso’s werk uit zijn Mont St. Victoire-fase. Het zijn vooral huiselijke taferelen, schilderijen van zijn dalmatiër en een antiek dressoir dat hij gekocht had, het uitzicht op het dorpje Vauvenargues. Een rijke, maar vrolijke tint groen overheerst – een tint die hij bewaarde voor de schilderijen die hij daar maakte. Het is niet zijn interessantste werk. Het heeft niet zo’n uitgedachte concentratie als zijn kubistische schilderijen, het mist de mystieke aura van zijn Roze en Blauwe periode. Het is laconiek, het werk van een grootmeester die zich niet meer hoeft te bewijzen. Zo dacht Picasso er zelf waarschijnlijk ook over. Het is duidelijk te zien in de filmzaal in het château: op een door zijn vrouw geschoten film rijdt een bestelbusje voor, Picasso en de werklui smijten er een ladinkje schilderijen in, Picasso lacht, au revoir en we zien wel voor hoeveel ze geveild worden.
Tot aan zijn dood was Picasso bang dat zijn fortuin ineens weg zou zijn. Het is moeilijk voor te stellen: het château, veilig in het dal, moet tientallen miljoenen waard zijn, bijna net zo veel als die doeken die in het busje werden gedonderd.

Picasso – Cézanne in Musée Granet, Place Saint Jean de Malte, Aix-en-Provence, t/m 27 september. Met dank aan het Gemeentemuseum in Den Haag, waar de tentoonstelling in oktober deels naartoe komt, en Mondriaan eraan zal worden toegevoegd