Bolkestein trekt de anti-europese kaart

Het was knus in Europa in 1958. De commissarissen van de zes verbonden landen huisden in een bescheiden huurpand aan de Blijde Inkomstlaan in Brussel, een handvol ambtenaren vormde de staf en wat precies diende te gebeuren was onduidelijk. Het benoemde - en dus niet-gekozen - Europees Parlement praatte in Straatsburg vele uren vol, de burgemeester aldaar organiseerde tijdens elke zitting een feest. Er werd gezellig gegeten, gedronken en gevreeen. De autoweg van Breda naar Antwerpen moest nog worden gebouwd en de Belgen namen aan de grens boterhammen met roomboter in beslag. Een pakje Hollandse roomboter naar het zuiden smokkelen was toen erger dan het vervoeren van een kilo nederwiet nu.

En het waren de hoogtijdagen van de gore moppen over de gierige Hollanders en de wanstaltig domme Belgen.
Het is bijna veertig jaar later. De gebouwen van de Europese organisatie beslaan hele wijken van Brussel. Er wordt in die gebouwen meer papier verbruikt dan in heel gouvernementeel Den Haag, want de Europese Unie telt vijftien leden en vrijwel elk document moet op verschillend gekleurd papier worden herschreven in twaalf talen. De leden van het parlement vergaderen letterlijk dag en nacht, de landbouwpolitiek van Mansholt is volstrekt verouderd, de knusheid heeft plaats gemaakt voor kille en vaak inefficiente zakelijkheid. Maar het oude, slecht opgepoetste Verdrag van Rome is nog steeds de basis van de onknusse gemeenschap, tegenwoordig Unie geheten.
Wel, de Intergouvernementele Conferentie (IGC) die het afgelopen weekeinde in Turijn van start is gegaan en die minstens een jaar maar mogelijk twee jaar zal duren, is opgezet om - eindelijk dan! - het Verenigde Europa te voorzien van een nieuwe, moderne en bruikbare structuur. Bewindslieden zullen aan het grove werk nauwelijks te pas komen, ambtenaren in vele werkgroepen zullen in ettelijke hoofdsteden aan het sleutelen gaan. De ministers zullen af en toe om de hoek kijken. Het Europees parlement zal proberen bij te blijven, maar mogelijk blijft het alleen bij proberen.
Konden die honderden ambtenaren nu maar verstandelijk en rationeel te werk gaan en bruikbare voorstellen in elkaar zetten, dan zou de IGC Europa kunnen redden. De ambtenaren staan evenwel onder druk van de diverse regeringen. Wat zou moeten gebeuren zal onherroepelijk worden weggedrukt door de politieke constellatie in elk der vijftien landen.
Een ouverture in fortissimo wordt uitgevoerd in ons eigen Nederland. Wil in de Europese Unie een eind komen aan de zotte situatie dat elk land elk besluit van enige betekenis met een veto kan tegenhouden, dan dient het vetorecht drastisch te worden beperkt.
‘O nee’, heeft Frits Bolkestein, VVD- fractievoorzitter in de Tweede Kamer, laten weten. 'Geen sprake van.’ Het vetorecht moet, evenals andere verouderde zaken, van Bolkestein blijven. Bolkestein is daarmee frontaal gebotst tegen Gijs de Vries, leider van de fractie der Liberalen in het Europees parlement. De Vries had al Nederlands minister kunnen zijn. Hij weigerde de steek bij de laatste formatie.
Gijs de Vries, slechts veertig jaar oud, mag worden beschouwd als mogelijke opvolger van Bolkestein (62). En de botsing van de zeer Europese, moderne De Vries met de conservatieve Bolkestein kan vergaande gevolgen hebben. Want De Vries heeft invloed op de fractie in Den Haag. En indien vermoed wordt dat Bolkestein de anti-Europese kaart trekt omdat hij denkt dat het Nederlandse volk genoeg heeft van dat Europa, dan kan Bolkestein een gevecht met De Vries en diens achterban gaan verliezen.
Het gevecht dat in Engeland woedt over Europa is natuurlijk nog veel ingrijpender. Premier Major stevent af op een referendum over de eenheidsmunt, de Euro. Indien het Britse volk per referendum de Euro afwijst (en dat gebeurt!) en de Labour Party onder leiding van Tony Blair na gewonnen verkiezingen (over een jaar) het resultaat overneemt, dan valt Engeland uit de Europese boot.
Maar het duel Bolkestein-De Vries, de dolle manipulaties van de huidige Britse regering, ze verschrompelen wanneer men de totale balans van de Europese warboel probeert door te lichten.
Neem de Europese Commissie, het 'dagelijks bestuur’ van de Unie. Met meer dan twintig commissarissen draait het hoge college steeds stroever. Als straks landen als Turkije, Tsjechie, Polen en Bulgarije lid zouden worden van de Unie (ander gloeiend twistpunt) zullen enkele landen hun commissarisstoel moeten inleveren. Dan de democratie! Als het Europees parlement niet meer bevoegdheden krijgt, een echt parlement wordt, dan zullen de Raden van Ministers gezelschappen blijven die ongecontroleerd besluiten kunnen nemen, want de controle van de nationale parlementen op de ministers is praktisch nihil. Moet er een moderner algemeen sociaal beleid komen? Moet de werkgelegenheid van het centrum uit gestimuleerd worden? En, bovenal, moeten de landen die over drie jaar voldoen aan de eisen van het Verdrag van Maastricht (staatsschuldnorm onder andere) doorgaan met een kleine Economische en Monetaire Unie? Ofwel: krijgen we het 'Europa met de twee snelheden’?
Bij voorbaat een Europa zonder Engeland, want Engeland is als enig land tegen alle op tafel liggende plannen, met uitzondering van de uitbreiding. Waarom? Uitbreiding impliceert namelijk verwatering van politieke, culturele, militaire samenwerking. De Unie moet in de Britse visie niet meer zijn dan een prettige vrijhandelszone.
En dan: zal de IGC oog hebben voor wat mogelijk het belangrijkste Europese probleem is? Namelijk het steeds duidelijker wordende feit dat in alle landen 'Europa’ (lees: het 'Brusselse kinderachtige gedoe’) met de dag minder populair wordt. Als niet snel een public relations offensief wordt gestart richting de honderden miljoenen burgers, dan kan de hele IGC een papieren kolos worden.