Bolle buiken, oranje sjerpen

Als elk jaar marcheerden er afgelopen weekend protestanten door katholieke delen van Noord-Ierland. Ondanks het Goede Vrijdag Akkoord van 1998 was de sfeer rellerig. Het akkoord rammelt en in september proberen Tony Blair en de Amerikaanse bemiddelaar George Mitchell het opnieuw. Een schijnvertoning?(

HET WAS IN Belfast en vooral in Londonderry een ouderwets half-augustus-weekend. De oranje-orden moesten weer per se marcheren door de katholieke wijken en in Derry werden opnieuw honderden brandbommen naar de politie gegooid, een dozijn auto’s in brand gestoken en winkels geplunderd. En al zondagmorgen wist de politiecommandant te melden dat paramilitaire elementen de ernstige onlusten hadden georchestreerd. De commandant bedoelde dat de IRA erachter zat, het Ierse Republikeinse Leger. Zodat Martin MacGuinness, hoofdbestuurder van Sinn Féin, de politieke vleugel van de IRA, zondagmorgen voor de BBC-camera’s ijlings liet weten de onlusten ‘scherp te veroordelen’. En dús had de IRA geheel niets met het oproer te maken. Bij dit alles gingen de marsen dus gewoon door, want de paradecommissie had toestemming verleend. En elke burger in het Verenigd Koninkrijk heeft nu eenmaal recht op vrije doortocht over Hare Majesteits wegen. En daar marcheerden ze, zaterdagmiddag in Londonderry, de stad met een katholieke meerderheid, de apprentice boys (leerlingjongens). Het waren bepaald geen jongens die, borst vooruit, ferm stappend, achter hun vaandels en hun raffelende trommels marcheerden. Het waren grotendeels mannen op leeftijd met iets te bolle buiken, gekleed in zwarte pakken, omhangen met oranje sjerpen en met bolhoeden op de kalende schedels. Het kan zijn dat enkele van de wat jongere protestanten nauwelijks wisten wie de apprentice boys ooit waren. Dertien stoere knapen verhinderden in 1689 de snode plannen van de gouverneur van Derry, een zekere Lundy, tot overgave van de stad aan de katholieke koning Jacobus. De apprentice boys deden dat door de stadspoorten te sluiten. Het verbranden van een pop genaamd Lundy is een ritueel dat nog immer leeft. De herdenkingshal die in Londonderry aan de heldendaden van de apprentice boys was gewijd, werd in 1970 door de IRA vakkundig opgeblazen. AL LANG hebben de apprentice boys-marsen niets meer te maken met de gebeurtenissen van meer dan driehonderd jaar geleden. De marsen van de protestanten - het zijn er honderden, elke zomer weer - zijn in Noord-Ierland (Ulster) verworden tot het treiterend vernederen van het katholieke volksdeel, het uittrommelen van hun macht. Natuurlijk, het heet dat ook de slag aan de Boyne van 1 juli 1690 wordt herdacht, toen Jacobus een nog grotere nederlaag leed dan een jaar eerder in Derry. De huurtroepen van stadhouder Willem van Oranje en de Franse Lodewijk waren die van Jacobus de baas, zij het maar net. Historici zijn het erover eens dat die ene veldslag - een van de best gedocumenteerde uit de Ierse en Engels-Schotse geschiedenis - gevolgen heeft gehad die tot de dag van vandaag doorwerken. De oorspronkelijk Schotse presbyterianen plus uit Engeland geïmporteerde aanhangers van de Church of England werden in feite de gezagsdragers op een eiland dat ze als een kolonie bestuurden. Er waren heersers (de protestanten) en onderworpenen (de katholiek gebleven Ieren). Het bewind van de Britten over de kolonie Ierland kan bezwaarlijk verlicht worden genoemd. Ierland werd nauwelijks anders bestuurd dan de overige Britse koloniën. Er was één groot verschil: Ierland had een blanke bevolking, die in een zeventiende-eeuwse serie oorlogen het onderspit had gedolven. En eigenlijk hebben de Ieren zich nooit bij de nederlagen neergelegd. Integendeel. De ene gewapende opstand tegen het Engelse gezag volgde op de andere. De eerste twee rond 1800. De revoluties van 1848 sloegen ook over naar Ierland, in 1867 volgde weer een opstand. Elke opstand leverde helden op die nog steeds een plek hebben in de geschiedenis van Ierland. Na 1867 was het bijna een halve eeuw redelijk rustig. Betoogd is dat de hongersnood die duurde van 1845 tot 1851 de autochtone Ieren fysiek en mentaal volstrekt heeft uitgeput. Maar de honger accentueerde ook op dramatische wijze de sociale ongelijkheid. De protestantse heersers hadden van de hongersnood weinig last. Ze hadden meer dan genoeg geld om eten te kopen. Tegen het einde van de negentiende eeuw drong ook tot Londen door dat er een eind moest komen aan het koloniale regime in Ierland. Maar het ene na het andere voorstel tot het geven van zelfbestuur (home rule) aan Ierland werd door een conservatieve meerderheid in het Lagerhuis verworpen. Het leidde tot de beroemde en beruchte Paasopstand van 1916, die in korte tijd door het Britse leger werd neergeslagen en de executie van een der leiders tot gevolg had. Een van de opstandelingen die 'levenslang’ kreeg was De Valera. Hij zou een paar jaar later de eerste president worden van de Ierse Vrijstaat. WIL MEN de situatie in Noord-Ierland goed kunnen inschatten, dan is het nodig de hierboven weergegeven korte historie te kennen. Daaruit blijkt namelijk dat het gewapende verzet tegen de Britse overheer sing vele eeuwen oud is. De IRA vindt zichzelf de voortzetting van het verzet. Een legitiem verzet, vindt de IRA, want aan het koloniale tijdperk is nog immer geen einde gekomen. De IRA zal zichzelf pas kunnen ontbinden wanneer het doel is bereikt: na honderden jaren Britse onderdrukking eindelijk vrijheid in een verenigd Ierland. Na het einde van de Eerste Wereldoorlog in 1918 werd men zich er ook in Londen van bewust dat de onafhankelijkheid van de Ierse kolonie niet langer was tegen te houden. Via een beperkte home rule hadden de Ieren de vrijheid leren proeven. Lloyd George, de toenmalige minister-president van het Verenigd Koninkrijk, kwam tot de conclusie dat er geen houden meer aan was. Ofwel de Ieren kregen hun onafhankelijkheid, ofwel er dreigde een bloedige oorlog. Besloten werd Ierland in tweeën te hakken, van de 32 graafschappen zouden er zes onderdeel blijven van het Verenigd Koninkrijk. Een concessie aan de voornamelijk in het noorden wonende protestanten, de koloniale heersers. Deze unionisten (de unie dus met Engeland) weigerden een nog grotere hap uit de erfenis, want dat zou een naar hun mening te schrale meerderheid hebben betekend. Natuurlijk is door de decennia heen gefilosofeerd over de vraag of Lloyd George de historisch fatale beslissing had kunnen voorkomen. Waarschijnlijk niet. Zelfs in het zuiden leidde de partition tot een burgeroorlog tussen een nationalistische Ierse meerderheid en een unionistische minderheid. De nationalisten wonnen. In de zes graafschappen in het noorden die onderdeel bleven van het Verenigd Koninkrijk, begonnen de protestanten, gebruikmakend van hun numerieke meerderheid, aan een schrikbewind. De negenhonderdduizend protestanten gingen over tot het knechten van zeshonderdduizend katholieken. Met elk democratisch beginsel werd de spot gedreven. Een afschuwelijk voorbeeld van de terreur was Londonderry. De katholieke bevolking van de stad werd samengedreven in de Bogside; het was voor een katholieke burger onmogelijk ergens anders te wonen. Door het districtenstelsel had de Bogside recht op één enkele zetel in de gemeenteraad. En dus kon een protestantse minderheid in Derry absoluut heersen over een katholieke meerderheid. Dit manipuleren van de democratie door een sectarische huisvestingspolitiek gebeurde ook in andere steden, zoals Belfast. DE ONDERDRUKKING van de katholieke minderheid bleef niet beperkt tot de huisvestingspolitiek. Katholieken konden geen ambtelijke functie vervullen, het bedrijfsleven was geheel in handen van protestanten, katholieken werden paria’s in de meest gruwelijke zin. De politie, de Royal Ulster Constabulary (RUC), was uiteraard geheel protestants en bepaald niet neutraal en dat is zo tot op de dag van vandaag. Het was de beweging voor de burgerrechten in de Verenigde Staten (de Civil Rights Movement) die in 1960 oversloeg naar Ulster. Daar ontstond de Northern Ireland Civil Rights Association, een organisatie die het lot van de katholieken in Noord-Ierland op één lijn stelde met dat van de zwarten in de Verenigde Staten. De strijd van de negers in Amerika was geweldloos, het zwaarste wapen was de burgerlijke ongehoorzaamheid. In Ulster uitte die zich in geweldloze demonstraties, in betogingen tegen de RUC die werd gezien als hét wapen van de protestanten ter handhaving van de koloniale onderdrukking. De spanning liep op en de betogingen werden verboden. De internationale journalistiek werd wakker en ging kijken. Dat zette de Civil Rights Association vervolgens aan tot meer betogingen. In Londonderry en even later in Belfast ging het mis. Op een avond in de zomer van 1969 barstte het geweld los. Ik stond in een portiek op Falls Road in Belfast, een katholieke straat, te wachten en te kijken. Een groep B-Specials kwam aanmarcheren. De B-Specials waren soldaten van een bijzondere vrijwilligersgroep, gekleed in zotte uniformen uit de tijd van de Afrikaanse Boerenoorlog, gewapend met geweren die dienst hadden gedaan in de Eerste Wereldoorlog. De B-Specials begonnen wild te schieten, voornamelijk op een katholieke woonkazerne. Het was het einde van de 'gewapende vrede’. Enkele dagen later arriveerden troepen uit Engeland om de orde te herstellen. Eerst werden ze door de katholieken begroet als bevrijders, maar binnen een paar dagen waren ook die troepen in de ogen van de katholieken onderdrukkers. Hun aanwezigheid leek uitsluitend bedoeld om de macht van de protestanten te handhaven. Er volgde dertig jaar gewapend verzet. Puttend uit wat werd gezien als een heroïsch verleden en stoelend op hoog gegrepen waardeprincipes verrees een Iers Republikeins Leger, de IRA. Doel: een eind maken aan de onderdrukking, plus, vooral, de hereniging van het noorden met de republiek in het zuiden. Amerikanen van Ierse afkomst steunden financieel het nieuwe vrijheidsleger. De getergde katholieke bevolking gaf wat ze kon missen. Zakenlieden dokten ook, niet altijd geheel vrijwillig. De IRA (eigenlijk de PIRA, van provisional, voorlopig) kon nu wapens en spring stoffen kopen. Het totale wapenbezit van de IRA is vrijwel zeker door de decennia heen schromelijk overschat. Men had weinig vuurwapens nodig om een ethisch gemotiveerde ordeterreur uit te oefenen onder de eigen aanhang. Heulen met de vijand - leger, politie -, onzedelijk gedrag en verraad werden meedogenloos gestraft door knieschijven kapot te schieten, te ranselen, te verminken en te moorden. Er kwam een staat in de staat. In Londonderry en in bepaalde wijken van Belfast konden de politie en de Britse troepen niet komen. Er ontstonden no go areas. Het zwaarste en meest effectieve wapen van de IRA werd de bom. Voor het maken daarvan had men zeer weinig grondstoffen nodig. Er was meer gebrek aan technisch geschoolde bommenmakers dan aan materie. Semtex was in overvloed voorhanden. DE STRIJD van de IRA, gevoerd in Engeland en in Ulster, was bikkelhard. De Engelsen probeerden met drastische maatregelen de terreur te breken. Verdachten werden zonder enig proces geïnterneerd. De straffen waren zeer hoog terwijl de bewijsvoering vaak mager was, zodat ook onschuldigen werden veroordeeld. In de ge vangenissen gingen veroordeelde IRA-leden over tot hongerstakingen tot in de dood. Ze wilden een status als politieke gevangenen afdwingen. Aldus werden nieuwe martelaren gekweekt. In de politieke hoek strandde elk plan tot verandering van het klimaat op de starheid en stugheid van de protestanten, van wier steun in het Lagerhuis de zwakke regering van John Major meer en meer afhankelijk werd. Eigenlijk is maar één zinnige conclusie mogelijk: de oorlog werd door de IRA gewonnen. Het dilemma over hoe men een met terreur werkende organisatie als de IRA moet inschatten, is oud en klassiek. Het draait om de politiek-filosofische vraag of men in een vrijheidsstrijd grof geweld mag gebruiken. De moderne wereldgeschiedenis wordt voor een deel beheerst door staatslieden die eens terroristen werden genoemd. De meest gangbare norm: een gewapende strijd met opoffering van vaak onschuldige burgers is alleen aanvaardbaar wanneer echt sprake is van onderdrukking. Dat de katholieken in Noord-Ierland onderdrukt werden en verstoken waren van redelijke democratische en zelfs mensenrechten, staat vast. Net als Lloyd George in 1920 kwam John Major (de opvolger van Thatcher, la ter weer opgevolgd door Tony Blair) tot de conclusie dat de IRA niet was te verslaan: de IRA was een draak met vele koppen, afhakken van een enkele kop bleek nutteloos. De macht van de IRA, de sterkte van de commandostructuur en de hele organisatie werden vet onderlijnd door de bijna-absoluutheid van de bestanden. De unionisten hebben vergeefs getracht argumenten te brouwen uit een enkele actie van een splintergroep, die ook volgens leger en politie waarschijnlijk niet groter was dan een cel van twee, drie of vier fanaten. Begrijpelijk. De IRA duldde geen afvalligheid. Ook is getracht de IRA via willige media (zie bijvoorbeeld Time Magazine van vorige week) te degraderen tot een troep afpersers en drugshandelaren. Maar neutrale IRA-isten in Noord-Ierland en in de Ierse Republiek (waar de Generale Staf huist) en in de Verenigde Staten zijn van mening dat de IRA er een, zij het wat gewrongen, erecode op nahoudt. Het is vrijwel onmogelijk gebleken de IRA op aperte leugens te betrappen. HET ONTCIJFEREN VAN een IRA-bulletin is een soort wetenschap geworden. Vaak is wat niet in een - altijd in Dublin gepubliceerde - verklaring staat, belangrijker dan wat er wel in staat. De door Major gestarte en door Blair (met hulp van de Amerikanen) voortgezette poging Noord-Ierland uit het moeras te tillen, leidde vorig jaar tot het beroemde en beruchte Goede Vrijdag Akkoord. Dat akkoord werd door een meerderheid van de bevolking goedgekeurd. Het is achteraf moeilijk te begrijpen dat Tony Blair en zijn van geluk stralende volgelingen niet hebben doorzien dat er iets niet klopte. De katholieken, de nationalisten stemden massaal (ruim negentig procent) vóór het akkoord. De protestantse meerderheid in het referendum (ruim vijftig procent van het totaal der protestanten) was gevaarlijk krap. En de Nobelprijs voor de vrede die werd toegekend aan de gematigde nationalist John Hume en de wankelmoedige, aarzelende protestantse unionist David Trimble moet beschouwd worden als een vergissing. In het katholieke kamp heerste uiteraard niets dan begrijpelijke voldaanheid, zowel bij Sinn Féin, de politieke tak van de IRA, als bij de SDLP (Social Democratic Labour Party) van John Hume. Bij de protestanten brak de hel los. Dominee Ian Paisley, die fel tegen het agreement was, begon een nieuwe, felle campagne. Paisley is als dominee, als politicus en als mens een reus die regelmatig is onderschat. Hij is een begenadigd prediker en heeft heel fijne politieke voelhoorns. Bovenal is hij absoluut in zijn geloof, een mengeling van fijnmazige bijbelse pluizerij en politiek instinct. Hij is leider van de DUP, de Democratic Unionist Party, een afsplitsing (1971) van de oude protestantse politieke groep UUP, de Ulster Unionist Party waarvan David Trimble de leider is. Paisley heeft twee aartsvijanden: de paus in Rome, de 'verguizer van het geloof in Christus’ en de 'terrorist’ Gerry Adams, de leider van Sinn Féin. Paisley vindt Mitchell, de Amerikaanse bemiddelaar in het conflict, 'een verachtelijke heuler met de IRA’. Het vergelijk van Goede Vrijdag 1998 acht Paisley 'de uitlevering van een deel van het Verenigd Koninkrijk aan de papen van Dublin’. Ian Paisley heeft volkomen gelijk met de stelling dat het agreement van Goede Vrijdag onherroepelijk moet leiden tot de door de nationalisten zo vurig verlangde en door de protestanten zo gevreesde hereniging van Ulster met de republiek in het zuiden. En het is volkomen onbegrijpelijk dat David Trimble en zijn aanhang dit niet tijdig hebben ingezien. In een van de eerste artikelen van de overeenkomst staat het onomwonden: indien een meerderheid van het volk van Noord-Ierland het wenst zal de aansluiting van Noord-Ierland bij de Ierse republiek via gepaste wetgeving mogelijk worden gemaakt. De enige verzachting van dit artikel: indien een volksstemming is gehouden en de aansluiting bij de republiek is afgewezen kan niet binnen zeven jaar een nieuw referendum worden gehouden. VOLGENS DE LAATSTE gegevens is 56 procent van de bevolking protestants, 44 procent is katholiek. Het kan nog zeven, veertien of 21 jaar duren, de demografische klok blijft tikken. De meerderheid voor aansluiting bij de republiek is in de maak. Sinn Féin, zijn leider Gerry Adams en de IRA weten dit ook. En alles wijst erop dat de Generale Staf van de IRA in nauw overleg met de top van Sinn Féin heeft besloten dat met het agreement op tafel het geboortecijfer het nieuwe wapen van de katholieken is. Als extra bonus geldt bovendien de deelneming van Sinn Féin aan het bestuur van Noord-Ierland. De actie van Paisley en de bewustwording van de protestanten, ook die binnen de UUP, dat ze in een val zijn gelopen, heeft David Trimble genoodzaakt tot terugtrekken. Er is binnen het totaal van de protestanten géén meerderheid meer voor het akkoord.Trimble probeert wanhopig het in werking treden van het agreement tegen te houden. De IRA moet voor het akkoord kan worden uitgevoerd en voor een regering kan worden gevormd eerst al zijn wapens inleveren. Pas dan kan inwerkingtreding van het akkoord worden overwogen. Over het inleveren van wapens door de IRA vóór het akkoord in werking kon treden stond geheel niets in dat akkoord. Maar dat deed voor Trimble niet terzake. Hij wilde niet, zei hij, aan één tafel zitten met mensen die een pistool in de achterzak hadden en een bom in hun auto. Het is bijna niet aan te nemen dat een politicus als Tony Blair niet besefte dat de nieuwe eis van Trimble een poging was het agreement alsnog te torpederen. Trimble speculeerde natuurlijk op een oude heilige regel binnen het Ierse verzet: no surrender, geen overgave. Blair kreeg Sinn Féin en dus de IRA zo ver dat inlevering van de wapens zich zou voltrekken voor mei 2000. De IRA was zelfs bereid binnen enkele dagen met inleveren te beginnen. Antwoord van Trimble: 'Nee, de IRA is niet te vertrouwen. We hebben geen enkele garantie.’ MET BRUTALE openhartigheid stelde Gerry Adams dat het hele gedoe rond de inlevering van IRA-wapens roeren was in een vat zonder bodem. Niemand wist - ook hij niet - hoeveel wapens en explosieven de IRA bezit. Indien nodig zou de IRA ingeleverde wapens binnen de kortste keren kunnen vervangen. Bestaat er een kans dat de IRA David Trimble schaakmat zal proberen te zetten door toch nog in te stemmen met inlevering van althans een hoeveelheid wapens vóór het politieke deel van het akkoord van kracht wordt? Het is niet uitgesloten. Maar het is in dat geval erg waarschijnlijk dat Trimble nieuwe uitvluchten zal verzinnen, zoals: 'Niet alle wapens zijn ingeleverd, men houdt wapens achter.’ Of: 'We willen eerst nog twaalf maanden ervaren dat het bestand beklijft.’ En: 'De bom een jaar geleden op Omagh - werk van de splintergroep Real IRA - heeft de IRA niet tegen kunnen of willen houden.’ In september gaat men onder leiding van Tony Blair en de Amerikaan Mitchell weer proberen te lijmen. Maar vrijwel zeker krijgen we te maken met een schijnvertoning. De protestanten zullen zich tot het uiterste verzetten tegen het beëindigen van hun tachtigjarige politieke, sociale en economische heerschappij in Noord-Ierland. Ze willen niet leven in een katholiek land. Ze kunnen voorts alleen maar hopen en bidden dat, als het zo ver is, de clerus in de Ierse republiek het grootste deel van de macht zal hebben ingeleverd. En er is nog iets: ook de gezamenlijke protestantse para-militaire organisaties bezitten wapens. Zullen die ook worden ingeleverd? Dominee Paisley maakt er geen enkel geheim van dat dit, als het aan hem ligt, niet zal gebeuren. 'De wapens zullen straks nodig zijn om elke poging tot uitlevering van een deel van het Verenigd Koninkrijk aan de vijand te voorkomen.’