Toneel - Van Waveren

Bollenboeren

Bij ons, in Noord-Kennemerland, woonden ze aan de overkant van de provinciale tweebaans-‘snelweg’ naar Alkmaar. Hun grond heette ‘geestgronden’, een vruchtbaar mengsel van duinzand, zeeklei en veen. Goeie grond voor bloembollen.

Medium 181761 ro 20theater van 20waveren guido 20van 20waveren 20en 20familie 1 20 c2 a9 20fotografie 20leo 20van 20velzen a4c7e1 original 1443687724

De rijksten van ons dorp bewoonden vrijstaande villa’s en in de jaren vijftig hadden ze als eerste televisie. Mijn ouders woonden aan de koude kant van die snelweg, de kant van melkveeboertjes en spinazietuinders. Wij mochten bij onze klasgenoten, de kinderen van bollenboeren, televisie kijken. Voor één cent per week. Want ze waren nogal op de centen. In Zuid-Kennemerland, beneden het Noordzeekanaal, waren de bollenboeren nog rijker. Naar verluidt ook gekker. Ons gekkenhuis, Sint Willibrordus, stond in Heiloo. Het hunne in Vogelenzang. Dat gekkenhuis heette trouwens De Geestgronden.

Het toneelstuk Van Waveren van Rik van den Bos en Don Duyns (RO Theater, regie: Alize Zandwijk) behandelt de geschiedenis van een spookfamilie van bollenboeren. De stamvader verdeelt in de jaren twintig zijn kapitaal onder vier zoons, die er goed van leven en er ieder huns weegs mee gaan. De een werkt in Duitsland met de nazi’s samen, een ander sticht ‘De Keukenhof’, de jongste vlucht naar Amerika en raakt thuis in Carl Gustav Jung, de laatste blijft dicht bij huis, doet slechte zaken en krijgt een zoon, Guido. Die vertelt ons het familieverhaal. Dat tevens het verhaal is van zijn Werdegang. We zien de familietragedie als ziektegeschiedenis van de verliezer. Typisch Alize Zandwijk. Het is overigens haar laatste regie in Rotterdam.

Het ‘staatsieportret’ waarmee Van Waveren bijna opent, spreekt boekdelen. Daar staan ze: de stamvader, zijn vierdelig zaad, plus de aangetrouwde heksen. Een circus van kansloze gekken, met de kleinzoon als spreekstalmeester. In een sober gestoffeerde hel, die tot de nok toe is gevuld met tragische protagonisten, die voor alles talent hebben, behalve voor catharsis.

De voorstelling is dienovereenkomstig grillig en briljant: iedereen poogt het lot te ontlopen, niemand ontsnapt aan het gasfornuis van dit familiale vagevuur. Oergeestig van tekst, maf en gestoord in de vertraagd opgevoerde familiefeestjes, hartverscheurend in de bekentenissen. Thomas Rupert citeert deze keer in zijn ruimte enkele spookhuizen die hij eerder voor Zandwijk bouwde. De hertengeweien uit Leonce en Lena bijvoorbeeld, die als spinnenpoten in een deliriumdroom uit de muren klauwen. Of de reusachtige deur uit Canetti’s Bruiloft, die iedereen die erdoor binnentreedt reduceert tot een bespottelijke kleuter. Maartje Teussink maakt ter plekke een spelonkachtig geluidsdecor met muziektonen die van geen schoonheid willen weten, en het daardoor worden.

Van Waveren is zo’n duistere toneelvertelling waarvan Zandwijk er in haar Rotterdamse jaren meerdere heeft gemaakt. Want, als alle grote kunstenaars, vertelt zij voortdurend hetzelfde verhaal. Over de vergeten eenling, die koppig op de muren van het Grote Gelijk blijft bonken. Niet zozeer hopend op mededogen. Maar op een frons van twijfel, een sprankje inzicht. Zoals hoorbaar in de kalme grandeur waarmee Sanne den Hartogh (Guido, een prachtrol) aan het slot zijn rust opeist: ‘Er is een vreemde emotieloosheid in mij. Ik ben een nieuwsbericht. Nu kan ik opnieuw beginnen.’

Van Waveren, nog tot eind november op tournee, rotheater.nl


Foto: Leo van Velzen / ROTheater