Bologna vergeet niet

© NTR

Elk jaar loopt er op 2 augustus een stoet demonstranten door de stad met op een spandoek ‘Bologna vergeet niet’. Wie ooit op hun station was en de plaquette zag met 85 namen van slachtoffers plus hun leeftijden (van baby tot negentiger); en wie de grote stationsklok nog altijd stil zag staan op 10.25 uur, sinds 1980, die vergeet die gruwelaanslag ook nooit.

Op de drukste dag van het jaar, op de drukste tijd met het oog op een maximaal aantal slachtoffers onder families bij vakantievertrek – dat is terreur van de buitencategorie. In mijn herinnering werd in Italië aanvankelijk vooral naar de Rode Brigades gewezen en gezocht (die in de ‘loden jaren’ gruwelijk tekeergingen) en ik weet nog dat ik mijn studenten in een keuzevak rechts-extremisme zei dat dat me hoogst onwaarschijnlijk leek. Niet uit sympathie voor links gewelddadig extremisme, maar uit de aard van de daad die louter gericht was op het zaaien van angst en paniek onder gans de bevolking, waar gewelddadig links niet op uit was: dat had specifieke vijanden voor ogen.

Die demonstranten lopen daar niet alleen om de slachtoffers te gedenken maar vooral uit verontwaardiging over het feit dat de ware toedracht en de ware verantwoordelijken na bijna veertig jaar nog niet gevonden zijn. Zij hopen dat dat ooit zal gebeuren en procederen daar ook over. Wel is een neofascistisch Bonny & Clyde-stel (Francesca Mambro en Valerio Floravanti) veroordeeld voor de moord op 33 individuele rechters, journalisten en vooral politieagenten (die ze bekenden) en voor de 85 stationsdoden (wat ze ontkenden en ontkennen). Vonnis: elk kreeg tien maal levenslang plus 250 jaar. Na twintig jaar kregen ze gratie en ze wonen aangenaam op stand in hartje Rome.

Dat is een slag in het gezicht van overlevenden en nabestaanden (en van elke fatsoenlijke Italiaan) maar het gaat de demonstranten er ook en vooral om dat Mambro en Floravanti hooguit uitvoerders waren van een misdaad die door anderen en elders was bedacht en georganiseerd. Door wie? Het gepensioneerde hoofd van de veiligheidsdienst Paolo Inzerelli die ook de operatie Gladio leidde, een samenwerkingsverband met Navo en CIA, sluit desgevraagd categorisch uit dat een van zijn diensten betrokken was, want zijn vak is een vies vak dat alleen door nette mensen kan worden uitgeoefend. Zo had hij een budget van miljarden lires waarvan hij er nooit één in eigen zak stak. Toegegeven, vijf maanden na de aanslag zijn door een onderknuppel van de Militaire Politie eenzelfde explosief als bij de aanslag plus een mitrailleur en documenten in een trein gedeponeerd om de rechters in het Bologna-onderzoek op een dwaalspoor te brengen, maar dat soort volk had nooit de geheime dienst binnen mogen komen.

Ik schrijf dit na het zien van aflevering vier in de nieuwe NTR-serie Terreur. Waarin deze woorden van Inzerelli worden voorgelegd aan Vincenzo Vinciguera, trotse fascist die ruim 39 jaar vastzit voor de moord op drie politieagenten en die weigert gratie te vragen zoals die laffe, smekende anderen. Hij voelt zich verraden door de rechtse militanten, waarschijnlijk ook omdat hij als een van de weinigen geen contact wilde met de veiligheidsdiensten.

Maar vooral: hij barst in hoongelach uit. ‘Een van de claims van de staat is dat Italië een democratie is. En dat militaire veiligheidsdiensten nooit doden. Vandaar die lange lijst van zogenaamde zelfmoorden, hartaanvallen, verkeersongelukken. Inzerelli kan die moorden toch nooit toegeven. De staat is de terrorist.’

Overigens wordt in deze aflevering niet gerept van aanvankelijk zoeken in de richting van de Rode Brigades, dus wellicht vergis ik me. Deze opmerking zeker niet bedoeld als kritiek want, al zou er iets ontbreken, wat gereconstrueerd wordt met slachtoffers, nabestaanden, getuigen, Openbaar Ministerie, rechters, geestverwanten van de daders is indrukwekkend en gruwelijk genoeg. Dat Italië zijn diepe rechtse staat heeft is een onvermijdelijke conclusie. Die je misschien al kende, maar die akelig onvermijdelijk en vooral voelbaar wordt. De strijd tegen de ooit sterke communisten rechtvaardigde alles.

Terreur is een net begonnen zesdelige Nederlandse serie van regisseur Joey Boink en producent Robert Oey. Waarin volgens het persbericht twee vragen worden gesteld: wat maakt iemand tot terrorist; en wie bepaalt eigenlijk wat een terrorist is? In aflevering 1, over de aanslag in 1946 op het King David-hotel in Jeruzalem door de joodse militie Irgoen, wordt de eerste vraag beantwoord in brede en engere zin. Jodenvervolging door eeuwen heen met de shoah als dieptepunt en de daaruit voortvloeiende behoefte aan of noodzaak van een joodse staat. En concreet het Britse optreden tegen het militante zionisme, tegen joodse massa-immigratie die Irgoen en anderen juist stimuleerden en organiseerden, plus het traineren van de oprichting van een joodse staat.

En wie bepaalt of dit terrorisme genoemd mag worden? In dit geval doen Engelsen, Arabieren en ieder (waaronder joden) die een aanslag met 91 doden van uiteenlopende herkomst, professie, leeftijd en politieke overtuiging tot terrorisme bestempelt dat. Interessant is dat de ontkenning van Inzerelli in aflevering 4 een echo is van de ontkenning door Menachem Begin, dat die term gebruikt mag worden. In zeer algemene bewoordingen stelt Begin dat de slachtoffers van zijn Irgoen altijd vielen tijdens gevechten tussen gewapende strijders en militairen.

Nooit was er sprake van moord, nooit waren burgers het doelwit. Nooit terreur!

Redenering die alleen vol te houden valt als je enorme collateral damage, alleen al bij King David, voor het gemak vergeet of ontkent. Of uitsluitend wijt aan de Engelsen die een waarschuwingstelefoontje niet snel genoeg serieus namen. En dat is precies wat Ruth Lamdan, dochter van een van de joodse slachtoffers Irgoen en geestverwanten verwijt: ze hebben nooit enige verantwoordelijkheid genomen en doen alleen algemene en ontwijkende uitspraken. Ook als je hen concreet, met feiten ondersteund, aanspreekt.

Er zitten nog meer, nu jongbejaarde, indrukwekkende dochters van direct betrokkenen in deze aflevering. Irit Gal, zelf documentairemaker, wier vader tot op zijn sterfbed trots was op de aanslag waaraan hij had meegedaan. Al had hij spijt dat er niet nog een kwartier extra tussen waarschuwing en explosie had gezeten. En die tot zijn verdriet en woede moest meemaken dat zijn dochter, die hij bij wijze van spreken al als opperbevelhebber van het Israëlische leger zag, dienst weigerde.

Extreem generatieconflict tussen de hardline zionisten en hun kinderen, die Arabieren als de nieuwe verdrevenen beschouwden. En Rebecca Kook, wier vader Hillel op zijn zestiende ‘de bijbel voor een geweer omruilde’ en Ze’ev Jabotinski aanbad, die oprichter van het Joods Legioen (vrijwilligersbataljon in het Britse leger in de Eerste Wereldoorlog) en grondlegger van het revisionistisch zionisme en de Irgoen was. Hillel ging naar de VS om daar fondsen te werven voor de zaak van een uit te roepen staat Israël (er werden Carel Briels-achtige massaspektakels georganiseerd waaraan onder meer een piepjonge Marlon Brando meedeed).

Dat later Begin tot leider van de Irgoen werd gekozen was al niet erg naar Kooks zin: te beperkt. En dat Ben Goerion de vergadering die een grondwet moest vaststellen tot parlement bombardeerde noemde hij een Putsch. Die grondwet is er nog altijd niet en dochter stelt in de geest van haar vader vast dat de recente ‘nationaliteitswet’ Israël tot joodse staat maakt, waarvoor vader in elk geval niet gevochten heeft. De staat Israël mocht niet een in wezen joodse staat zijn.

U ziet: van een terroristische aanslag naar de bedenkingen van joodse dochters van betrokken mannen over de ontwikkelingen in Israël. Zeer informatief ook de passages over de Irgoen die in Ierland in de leer ging bij de IRA, broeders in de strijd tegen de Britten. Andere afleveringen gaan over de aanslag op een bar in Algiers (1956); de aanslag tijdens de Olympische Spelen in München (1972); de aanslag op de USS Cole (2000); en de aanslag op het Noorse Utoya (2011).

Overigens, dat vermoeden van mij over Bologna als rechts-radicale terreurdaad was natuurlijk niet briljant maar voor de hand liggend. En de gedachte dat ‘links’ niet tot dát type gruwelen in staat was, was rijkelijk naïef. Ik had die keer toevallig gelijk.


Joey Boink (regie); Robert Oey (productie), Terreur, NTR, zes delen, woensdagen vanaf 3 april tot en met 8 mei, NPO 2, 20.25 uur.