H.J.A. Hofland

Bolton gaat het regelen

Ambassadeur John Bolton gaat voor Amerika de Verenigde Naties hervormen. De manier waarop hij door president Bush is benoemd, terwijl de Senaat op reces is, mag niet de ideale manier zijn, maar wettelijk is het in orde. Dat de Democraten het een en ander op zijn politieke verleden hebben aan te merken, dat hij geprobeerd heeft het werk van inlichtingendiensten te beïnvloeden opdat de resultaten van het speurwerk meer in overeenstemming met zijn politieke inzichten zouden zijn, het kan allemaal waar of niet waar zijn, maar in deze barre tijden schreeuwen de Verenigde Naties om een krachtige Amerikaanse vertegenwoordiging. In ultraconservatieve kringen overheerst de mening dat het gebouw van de VN tot parkeergarage moet worden omgebouwd. Zo ver wil de nieuwe ambassadeur niet gaan. Tien verdiepingen kunnen eraf, heeft hij zich eens laten ontvallen. Wie weet. Zoals veel grote organisaties wordt ook deze bezocht door schandalen en bureaucratie. Maar bovendien wordt daar aan de East River de Amerikaanse buitenlandse politiek voor de voeten gelopen. De persoonlijkheid van Bolton staat er garant voor dat er zeer binnenkort een frisse wind zal waaien. Zo ongeveer wordt er in Washington over gedacht.

Daaraan ligt een wijdverbreid misverstand ten grondslag. Veel mensen denken al sinds de oprichting dat de Verenigde Naties bedoeld zijn als een soort schaduw-wereldregering. In werkelijkheid is de organisatie sinds zestig jaar de grootste internationale vergadering van partijen die in wisselende bondgenootschappen met elkaar in conflict zijn, waarbij de Veiligheidsraad de laatste instantie van beroep kan zijn, maar dit vaak ook niet is. De VN zijn een permanente conferentiemachine. In hoeverre het overleg tot een goed einde wordt gebracht, hangt af van de bereidheid tot compromis van de betrokkenen. Het hoeft niet te mislukken. Op achttien plaatsen helpen op het ogenblik onder auspiciën van de VN negentigduizend soldaten de vrede te bewaren.

De benoeming van Bolton tekent de politieke stijl van Bush. Deze ambassadeur is benoemd om zoveel mogelijk dienaar te zijn, niet van het overleg waaruit een compromis ontstaat, maar van het dictaat. Op grond van zijn staat van dienst kunnen we aannemen dat hij zijn werk met geestdrift zal doen. Van conferentiemachine moet hij de VN zoveel mogelijk hervormen tot een instrument in dienst van Washingtons buitenlandse politiek. De vraag is of dat Amerika zal helpen.

Bekijken we het in ruimer perspectief. Nadat tweeënhalf jaar geleden Bush en de zijnen de wapeninspecteurs in Irak door verdachtmakingen het werk onmogelijk hadden gemaakt en het Europees verzet tegen de oorlog als lafhartig terzijde hadden geschoven, kon de strijd beginnen. Op 1 mei 2003 werd door de president de overwinning geproclameerd.

Twee jaar later woeden burgeroorlog en terrorisme, zijn er op zijn minst 25.000 Iraakse burgers dood en achttienhonderd Amerikaanse soldaten. Op weg naar de nieuwe mijlpaal in de Iraakse bevrijding, de voltooiing van de grondwet, zijn de nationale partijen ook daarover in een heilloze ruzie geraakt. Minister Rumsfeld heeft eerst laten weten dat de Amerikanen misschien nog wel twaalf jaar moeten blijven, en kort daarna dat misschien in 2006 al grote aantallen worden teruggetrokken. Steeds talrijker worden de bondgenoten die zich uit het grote democratische experiment terugtrekken.

Volgens het neoconservatieve grand design was Irak bedoeld om, na te zijn bevrijd uit de dictatuur, in hoog tempo te worden omgebouwd tot wereldlijke, moderne democratie, een voorbeeld voor het Midden-Oosten. We horen Condoleezza Rice, toen veiligheidsadviseur, nog zeggen dat het destijds in Duitsland en Japan ook verrassend vlot was verlopen. Dat kwam onder meer doordat daar geen sjiïeten waren en er na de regime change geen burgeroorlog is ontstaan. In Irak krijgt de door Saddam onderdrukte meerderheid het binnenkort waarschijnlijk voor het zeggen. Met een nieuwe grondwet in het vooruitzicht maakt het nu zittende bewind al aanstalten er weer een theocratie van te maken, waarin de vrouwen een ondergeschikte rol of helemaal geen rol is toebedeeld. De betrekkingen met schurkenstaat Iran worden weer hartelijker.

Na de dood van koning Fahd van Saoedi-Arabië staat zijn opvolger, prins Abdoellah, die ook tot de vrienden van de familie Bush hoort, voor de taak vriend te blijven en tegelijkertijd de rust in zijn land zodanig te handhaven dat de olieprijs binnen redelijke grenzen blijft. Ingeklemd tussen fundamentalistische dwang, groeiend anti-Amerikanisme en bewegingen die naar emancipatie streven, wordt hem dit steeds moeilijker gemaakt. Geen mens kan voorspellen hoe Syrië en Egypte binnen niet al te lange tijd in beweging zullen raken, maar wel is zeker dat dit gebeurt.

In de visie van Bush c.s. had Irak het begin van een omwenteling naar overzichtelijkheid moeten zijn. Het tegendeel is het geval. Wat we in Nederland het «keiharde ingrijpen» noemen, heeft de verhoudingen in de regio gecompliceerd, ten nadele van de Amerikaanse therapeut. Daarbij komen de nieuwe economische vraagstukken op lange termijn, de snelle opkomst van China en India. Het doet weer denken aan de theorie van de Britse historicus Paul Kennedy over de imperial overstretch. Wereldrijken vervallen als de lasten van de buitenlandse politiek niet meer kunnen worden opgebracht door de binnenlandse economie.

George W. Bush als eerste president aan het begin van het Amerikaans verval als wereldmacht? Er zou nog heel wat meer moeten gebeuren voor daarover iets met enige zekerheid te zeggen valt. Maar zijn stijl doet consequent vermoeden dat het in deze richting gaat. De benoeming van Bolton is een symptoom van imperial overstretch.