Bom-armbanden in Laos

Vientiane - ‘Deze armband was een bom’, leest een man van een grote poster op een avondmarkt in de Laotiaanse hoofdstad Vientiane. Uitgestald op het lage tafeltje met rood kleed liggen armbanden en kralen in verschillende groottes, naast eetstokjes en diverse lepels.

Allemaal gemaakt van het aluminium van bommen uit de Vietnamoorlog, of liever uit de ‘geheime oorlog’ die de Amerikanen gerelateerd daaraan uitvoerden in Laos. Uit angst voor het oprukkende communisme lieten de Verenigde Staten negen jaar lang (van 1964 tot 1973) bijna onafgebroken meer dan twee miljoen ton geschut op Laos vallen.

Het maakt Laos het zwaarst gebombardeerde land ter wereld, in verhouding tot het aantal inwoners. Een kaartje in het met oude propagandataal doorspekte nationale museum in Vientiane, niet ver van de avondmarkt, spreekt boekdelen. Met rode stipjes zijn de plekken aangegeven waar de ‘imperialistische Amerikanen’ bommen hebben geworpen. Op enkele plekken in het noordwesten na kleurt het hele land bloedrood.

Het ruimen van de bommen door professionele organisaties gaat nog steeds door. Maar ook de lokale bevolking zoekt in de grond naar het oude oorlogsmateriaal om het metaal door te verkopen of te hergebruiken. Met de nodige risico’s en gevolgen. Naar schatting dertig procent van alle bommen, zo'n tachtig miljoen door het hele land, is bij de bombardementen nooit ontploft. Ongelukken hiermee hebben de afgelopen decennia volgens de Laotiaanse overheid meer dan vijftigduizend doden en gewonden geëist.

De inwoners van het dorp Naphia krijgen goede voorlichting over de aan de oude bommen verbonden risico’s, verzekert de Vientiaanse marktverkoopster Ya. Al haar koopwaar komt uit het dorp van ongeveer zestig gezinnen in het noorden van Laos. ‘Een paar gezinnen zijn meteen na de oorlog al begonnen met lepels maken. Recentelijk zijn daar de sieraden bijgekomen’, vertelt Ya, toevoegend dat het project wordt bijgestaan door een Zwitserse non-gouvernementele organisatie. ‘De dorpelingen gebruiken de lepels en armbanden zelf ook. Maar het levert vooral extra inkomsten op.’
Ya staat dagelijks op de avondmarkt en verkoopt alle voorwerpen voor tienduizend kip, nog net geen euro, per stuk. Een tour naar het ‘oorlog-armbandendorp’ is eveneens mogelijk. ‘Het is triest dat Laos nog vol bommen ligt’, zegt ze, ‘maar de dorpelingen hebben een goede manier gevonden om daar iets mee te doen.’

En daarbij hebben ze hun eigen motto gevonden, zoals de poster op de grond aangeeft: ‘Make bracelets, not war.’