Burgerslachtoffers in Uruzgan

Bom erop, probleem opgelost

Aan de vooravond van de verlengingsdiscussie wordt de Uruzgan-missie achtervolgd door rapportages over burgerslachtoffers. Maar zijn ze wel allemaal veroorzaakt door Nederlanders?

De oorlog in Afghanistan, mede gevoerd door Nederlandse militairen, gaat niet onopgemerkt aan de bevolking voorbij. In Uruzgan zijn inmiddels tientallen doden gevallen, grotendeels burgers. Afgaande op Afghaanse bronnen zouden het er al 250 zijn. In een reportage van Arnold Karskens bij Eén vandaag meldde een onderzoeker van de onafhankelijke Afghaanse mensenrechtencommissie aihrc dat in juni 85 burgers in het district Chora werden gedood. Hij beschuldigde Nederland van oorlogsmisdaden. In dezelfde uitzending zei de arts Almer Khan van het ziekenhuis in Tarin Kowt dat de afgelopen periode ‘165 personen, onder wie vrouwen, kinderen en bejaarden gedood werden’ tijdens hevige gevechten in het district Deh Rawod.

Maandagavond zond Netwerk een interview uit met majoor Leo. Hij leidde een team dat op twee begraafplaatsen in Deh Rawod 65 verse graven ontdekte. Van 45 graven was vast te stellen dat in de helft daarvan vrouwen en enkele kinderen lagen. De rest betrof mannen. Niet duidelijk is of dat strijders waren of burgers. Uit gesprekken met lokale ‘als betrouwbaar in te schatten’ bronnen concludeerde majoor Leo dat de graven vooral het gevolg waren van luchtaanvallen op 25 september. Op een stafkaart wees hij een van de begraafplaatsen aan ten noordoosten van Deh Rawod-bazaar, niet ver van het plaatsje Kakrak. Wie de luchtaanval heeft uitgevoerd, was volgens hem onduidelijk. Volgens Netwerk bevestigen ‘bronnen binnen Defensie’ dat de luchtsteun is aangevraagd door Nederlandse militairen.

Maar zijn het wel de Nederlandse Isaf-troepen die de burgerdoden op hun geweten hebben? Waarneming ter plaatse leert dat de Nederlanders in Deh Rawod de aard van hun missie serieus nemen. Tijdens een zware hinderlaag op 14 september bij Shingolah werden helikopters te hulp geroepen. Die vuurden echter niet, omdat ze de strijders niet met zekerheid konden herkennen. De belaagde militairen moesten het zelf rooien. De counter-insurgency (contraguerrilla) die de Nederlanders in Uruzgan voeren, is een strijd om de burgerbevolking. Die moet losgeweekt worden van de Taliban. Het veroorzaken van burgerdoden is uit den boze. Niet alleen vanwege morele en internationaal-rechtelijke aspecten, maar ook uit militair oogpunt. Het zou verse rekruten opleveren voor de Taliban. In hun persberichten, die onder meer worden verspreid via www.unjustmedia.com, heet het dat de ‘christelijke _kafir-_bezettingsmilitairen’ zijn gekomen om de bevolking te onderdrukken. ‘Ik ben niet gekomen om Taliban te doden, maar om de bevolking te helpen’, aldus kapitein Erik, commandant van de gevechtstroepen in Deh Rawod.

Een kort onderzoek meteen na de _Netwerk-_uitzending leert dat op 25 september, de dag dat de door majoor Leo gerapporteerde burgerdoden vielen, Amerikaanse troepen luchtsteun inriepen. In tegenstelling tot het Nederlandse ministerie van Defensie meldden de Amerikanen de zware aanvallen zo snel mogelijk in persberichten. Het betrof een Amerikaans team dat niet resorteert onder Isaf, maar onder Operation Enduring Freedom (oef). Waar Isaf primair tot taak heeft de bevolking veiligheid te bieden, jagen oef-eenheden op de Taliban en hun bondgenoten. Het welzijn van de bevolking komt op z’n best op de tweede plaats.

Persberichten over oef-acties worden uitgegeven door Combined Joint Taskforce-82. Op 26 september meldt het hoofdkwartier van cjtf-82 in Kabul dat een gecombineerde Amerikaans-Afghaanse eenheid bij Kakrak de nacht ervoor (25 september) stuitte op meer dan tachtig ingegraven Taliban-strijders die de eenheid vanuit ‘bunkers’ bestookten. Afghaanse veiligheidstroepen en Coalitie ‘kill scores of insurgents’ staat in de kop. Tijdens de zes uur durende strijd voerden de Taliban versterkingen aan. Er werd luchtsteun en artillerie te hulp geroepen om ‘positief geïdentificeerde Taliban-posities’ te bestoken. Volgens cjtf-82 werden 65 Taliban-strijders gedood, wat exact overeenkomt met het aantal graven van kapitein Leo. In een bijzin wordt gemeld dat de actie plaatsvond in hetzelfde gebied ‘waar zes dagen eerder meer dan drie dozijn opstandelingen werden gedood, toen zij een hinderlaag voorbereidden’. Van dat gevecht werd geen apart persbericht uitgegeven. ‘Net als het gevecht van vorige week is de overweldigende overwinning van afgelopen nacht (…) een voorbeeld te meer van (…) het bewerkstelligen van een stabiele en veilige leefomgeving voor de inwoners van Uruzgan’, aldus cjtf-majoor Chris Belcher.

Zijn de 65 door Amerikanen en Afghanen gedode ‘opstandelingen’ de doden van majoor Leo, waaronder vrouwen en kinderen? Defensie-woordvoerder Robin Middel vindt het ‘erg vervelend’ dat de aantallen, de datum en de geografische positie overeenkomen. ‘Amerikanen zijn snel met het geven van aantallen slachtoffers. Het is echter onmogelijk om een nauwkeurig battle damage assesment te maken in zo’n korte tijd. Daarom doen wij dat niet.’ Volgens hem zijn op 26 september dertien gewonde burgers door de Nederlanders verzorgd, van wie er één overleed. Op andere plaatsen in het district zouden vijftig gewonden zijn binnengebracht.

Als ik hem bel, is Robin Middel inmiddels bezig geweest om het cjtf-82-persbericht onder de Nederlandse media te verspreiden, als tegenwicht tegen het _Netwerk-_nieuwsbericht, waarin Nederlandse troepen de schuld van de luchtaanvallen krijgen. Volgens Middel is ‘honderd procent zeker’ dat er geen Nederlandse F16’s in het gebied hebben geopereerd op 25 september. Wel zijn helikopters actief geweest, ‘maar die hebben slechts enkele schoten met hun boordkanon afgevuurd’. De Nederlandse pantserhouwitser op kamp Hadrian is die dag niet ingezet in het gebied waar de slachtoffers zouden zijn gevallen. Het is niet bekend of bij de Amerikaanse aanval uit de bijzin van het bericht, zes dagen eerder, burgerdoden zijn gevallen. Maar gezien het brute optreden van de oef-eenheden is dat allerminst uitgesloten.

En hoe staat het met de ‘nevenschade’ van de aanval op Aduzay op 12 september? Van die aanval was ik samen met een Nederlands peloton getuige. Op enige kilometers afstand zagen we de bommen inslaan rond en in het dorpje. Ze werden afgeworpen door Amerikaanse vliegtuigen. Ook deze luchtsteun was ingeroepen door een Amerikaans-Afghaanse oef-eenheid. Kapitein Lodewijk, belast met de opbouw in Deh Rawod, werd er moedeloos van. ‘Volgens mij is dat dorp weggevaagd. En ze hebben het gebied niet eens in handen kunnen houden’, zei hij, terwijl hij het aantal huizen in Aduzay, op de stafkaart als stipjes aangegeven, vergeleek met het aantal bommen dat we afgeworpen zagen worden. Volgens een juichend persbericht, nog diezelfde dag door cjtf-82 verspreid, werden bij Aduzay ‘meer dan 45 opstandelingen’ gedood. Er werden geen burgerslachtoffers ‘gerapporteerd’. Dat betekent niet dat ze er niet waren.

Defensie kan dit ‘bevestigen noch ontkennen’. Het is tekenend voor de situatie: Nederland weet niet wat de Amerikanen in Uruzgan doen. Volgens Defensie-woordvoerder Middel is er regelmatig overleg in Navo-verband over elkaars acties. Kapitein Erik probeerde echter drie dagen lang vergeefs bij zijn Amerikaanse collega’s, in een aangrenzend kamp, uit te vinden wat er gebeurd was in Aduzay. Middel weet niet of Nederland protest zal aantekenen tegen het disproportionele optreden van Amerikaanse oef-eenheden.

Bij het vermijden van burgerslachtoffers is de rol van de joint tactical air controller (jtac) minstens zo belangrijk als die van de vlieger. Hij leidt vanaf de grond de vliegers naar het doel. F16-vlieger Ronald legde op vliegbasis Kandahar uit hoe een aanval in zijn werk gaat: ‘De jtac’er geeft de toestemming. Als ik uit het raam kijk zie ik mensen als stipjes. Ik kan niet zien of ze wapens bij zich hebben. Als ik beweging zie, vraag ik wie dat zijn. De jtac’er moet dan bevestigen dat het niet gaat om eigen troepen of burgers.’ In januari klaagde generaal-majoor Ton van Loon, op dat moment commandant van het zuidelijke commando van Isaf, over de kwaliteit van de forward air controllers (identiek aan jtac’ers) van de Navo-partners. ‘De Nederlandse landmacht oefende zó intensief met F16’s dat de forward air controllers bijna in hun slaap de procedures kunnen toepassen. Anders valt collateral damage niet te vermijden. De collega’s uit andere landen hebben een tikkeltje minder geoefend. Daardoor ontstonden fouten.’

Volgens F16-vlieger Ronald staan de Nederlanders bekend om hun terughoudendheid. ‘Als een jtac’er meteen om een bom vraagt, zeg ik meestal nee. Eerst passen we de minder zware middelen toe.’ Volgens hem zetten Amerikaanse vliegers veel sneller bommen in. Dat werd vorige maand bevestigd door militairen op de vooruitgeschoven post Volendam, ten noorden van Deh Rawod: ‘Wij zagen twee mannen iets ingraven. Waarschijnlijk een bermbom. Van Isaf kregen we geen hulp, omdat zij pas iets mogen doen als er wordt aangevallen. Toen hebben we contact opgenomen met de Amerikanen. Die gooiden er meteen een bom op. Probleem opgelost.’

Qais Bowari van de onafhankelijke Afghaanse mensenrechtencommissie aihrc sprak met bewoners van Deh Rawod die naar Kandahar zijn gevlucht. ‘De burgerdoden zijn veroorzaakt door de Amerikanen’, zegt hij. Volgens hem is het te wijten aan de Afghaanse regering en de Amerikanen dat de Taliban het district nu deels in handen hebben: ‘Zij hebben fouten gemaakt bij de bevoorrading van de agenten.’ De Amerikanen zetten daarvoor het private militaire bedrijf Dyncorp in. ‘Nu voeren de Amerikanen zware bombardementen uit om de Taliban alsnog te verdrijven.’

Bowari reageert tevens op de _Eénvandaag-_uitzending van 16 oktober. Daarin beschuldigde aihrc-onderzoeker Rasool Ghulam Nederland van ‘oorlogsmisdaden’ in Chora. Volgens de aihrc vielen daar tijdens de gevechten in juni 85 doden. Een kwart daarvan zou veroorzaakt zijn door de Taliban. De rest door Nederlandse luchtaanvallen en artilleriebeschietingen. Ghulam, Bowari’s plaatsvervanger, ‘had dat niet zo mogen zeggen. De feiten voldoen niet aan alle vereisten voor de zware beschuldiging van oorlogsmisdaad.’ Wel is Nederland ‘te laks’ geweest. ‘Er was al lang bekend dat er een Taliban-aanval kon komen, maar de bevolking is pas laat gewaarschuwd. Daardoor zijn onnodige slachtoffers gevallen.’

Ook heeft Nederland volgens Bowari disproportioneel gereageerd met de inzet van artillerie en straaljagers. ‘Nu schetsen wij deze zaken als tekortkomingen in het toepassen van het oorlogsrecht. Mocht dit zich herhalen, bijvoorbeeld in Deh Rawod, dan is er sprake van systematiek en gaat het om oorlogsmisdaden.’

De aihrc heeft de buitenlandse troepen in Afghanistan herhaaldelijk gewaarschuwd terughoudender te zijn met artillerie- en luchtbombardementen wegens het risico op burgerslachtoffers. De mensenrechtencommissie waarschuwde Nederland expliciet in haar onderzoeksrapport na de strijd om Chora. Dat werd eind september al naar de Tweede Kamer gestuurd. De parlementariërs lieten het links liggen en ondernamen pas actie na de _Eénvandaag-_uitzending. Binnenkort moet defensieminister Van Middelkoop zich verantwoorden voor het hoge aantal burgerslachtoffers in Chora.