Bombarderen (1)

Interkerkelijk Vredesberaad, IKV, wat is dat? Dat is Mient Jan Faber. Offizier in Zivil, die niet ophoudt, nu in De Groene van 7 oktober, in krasse bewoordingen generaals en regering op te jutten er op los te slaan op de Balkan.

Is deze christenbroeder wel de ware voor vredesberaadslaging? Gaat hij zelf voor de troep(en) er op af?
Vraag aan mijn antimilitaristische vrienden van de doopsgezinde Vredesgroep en van Kerk en Vrede: hoe rijmt u de strijdkreten van deze rechtlijnige, felle man met uw opvattingen? ‘Elke poging tot (christelijke) rechtvaardiging van militair geweld en van voorbereiding daartoe verhindert de dienst der verzoening waartoe kerken en christenen geroepen zijn’ (Kerk en Vrede).
Dit kerkelijk vredesberaad is verworden tot spreekbuis van politiek-militaire machten. Dat gaat vanzelf zo als je je inlaat met de vraag wat de strijdmacht moet gaan doen.
Groningen, WIEMER EMMELKAMP
Bombarderen (2)
Als deze brief in De Groene staat, is zij zeker al weer achterhaald door de gebeurtenissen, en hebben deze Mient Jan Faber ook in het gelijk of ongelijk gesteld. Momenteel (10 oktober) kan ik - en zeker niet als enige - me alleen maar verbazen over zijn krijgshaftige stellingname in het artikel 'Wat is erger?’ in De Groene van 7 oktober.
Als historicus meen ik te weten dat 'bombardementen’, hoe massaal ook, nog nooit een regime respectievelijk dictator ten val brachten of 'door de knieën’ lieten gaan. Geen Hitler-regime in de Tweede Wereldoorlog noch de Japanners (vóór de atoombommen) noch (communistische) Noord-Koreanen en -Vietnamezen, of de in het gesprek ook genoemde Saddam Hoessein, enzovoort. Wat ik mij als Rotterdammer van 1940 wel herinner, is de woede die een dergelijk 'optreden’ wekt; ik kan me dan ook indenken hoe een type als Milosevic dit zal uitbuiten.
Een heel ander aspect is dit: dat de Eerste Wereldoorlog op 28 juli 1914 níet is begonnen met de Duitse opmars in België, maar met de Oostenrijks-Hongaarse oorlogsverklaring aan het toenmalige (koninkrijk) Servië, gevolgd door een 'bombardement’ (dus artilleriebeschieting) van Belgrado. Dit bracht, zoals nog bij enige historici bekend, meteen 'de Russen’ in het geweer. Hun solidariteit met de Slavische broeders is dus niet 'van gisteren’ - in tegenstelling tot de memorie van onze politici, vermoed ik. Veel Serviërs zullen hiervan echter nog wel weet hebben: volkeren met een trieste geschiedenis hebben vaak een sterk ontwikkeld historisch geheugen. Dat zij, althans bepaalde militairen, in Kosovo barbaars opereren, is weer een ander verhaal (dat in Belgrado zeker weer heel anders wordt verteld.
Rotterdam, E.M. JANSSEN PERIO
Russische toestanden
Onlangs las ik in De Groene van 7 oktober 'Russische toestanden’, een artikel van Dick Tuinder, geschreven naar aanleiding van een prijs die ik heb gekregen en een tentoonstelling met mijn werk.
Dat artikel opent, na twee inleidende regels, met een citaat uit het juryrapport, waarin wordt verwezen naar mijn opleiding op Ateliers '63. Daarna zeikt Dick Tuinder de tentoonstelling af, waarna hij weer over Ateliers '63 begint: 'Het is tijd om duidelijkheid te scheppen’, schrijft hij. 'Ateliers '63 is (…) het officiële trainingskamp voor Nederlandse staatskunstenaars…’ Dan suggereert hij dat ik van Ateliers '63 de favoriete leerling moet zijn, en in feite een zorgvuldig geregisseerde figurant ben.
Ik wil er eerst op wijzen dat géén van de juryleden connecties heeft met Ateliers '63. Verder dat ik, buiten een presentatie met werk van studenten in 1985, nooit één tentoonstelling te danken heb gehad aan de docenten aldaar. Dat ik in de opleiding was teleurgesteld en daaraan hier en daar uiting heb gegeven. Ik ben overtuigd van het ontbreken van steun uit die hoek (die zijn zij ook aan niemand verschuldigd). Zozeer dat ik, toen ik hoorde dat ik die prijs had ontvangen, onmiddellijk begreep dat noch Dibbets, noch Fuchs in de jury zou zitten.
Het artikel is belachelijke onzin. Het zou op z'n minst gepast zijn geweest iets van de beweringen te controleren. Dat is gemakkelijk na te gaan: ik heb bijvoorbeeld nooit een tentoonstelling gehad in een museum waar Fuchs directeur was. En een museum met Fuchs als directeur heeft, in verband met Ateliers '63, juist een zekere lading. Dat moet Dick Tuinder toch aan het twijfelen brengen. De heer Ex heeft zich wel eens kritisch geuit over de macht rondom Ateliers '63. Maar Ex zat juist wél in de jury. Enfin, er is een hele opsomming van feiten mogelijk. Tuinder had tot de conclusie moeten komen: die Van de Pavert, die heeft blijkbaar niks meer met Ateliers '63 van doen… En hij heeft desondanks een prijs gekregen… Die Van de Pavert moet dan wel een geweldig kunstenaar zijn; toch nog gerechtigheid! Want als ik zijn stukje nog eens doorlees en alle al te idiote zaken uit zijn teksten wegstreep (zo meent hij onder meer dat ik, met mijn referenties aan het communisme, in deze tijd Nederlandse staatskunst zou maken - enfin, je hebt er zelfs die geloven dat Frank Sinatra Russische staatsliederen zong), als ik dat stukje dus nog eens doorlees, stuit ik op zijn grote preoccupatie: Ateliers '63. Dat opleidingsinstituut werkt blijkbaar als een rode lap op Tuinder.
Als ik de redactie mag aanspreken: ik zou eens nagaan wat Tuinders motieven zijn geweest, en of iets dat door geen feit kan worden gestaafd maar wel weersproken, thuishoort in uw blad. Verder zou ik Dick Tuinder willen adviseren: meld je eens aan als student bij Ateliers '63!
Rotterdam, JAN VAN DE PAVERT
Wiebelen
In De Groene van 7 oktober staat mijn gedicht voor kinderen, 'Wiebelen’.
In de intro wordt de indruk gewekt dat dit mijn eerste gedicht voor kinderen is… Ik heb bij Querido drie boeken met kinder- of jeugdpoëzie gepubliceerd: Salamanders vangen (twee drukken, Zilveren Penseel voor Joep Bertrams), Het veterdiploma (Vlag & Wimpel) en Een beroemde drummer (Duitse vertaling bij Hanser Verlag, München).
Ook in Velerhande gedichten (Querido) staan gedichten voor kinderen: de hele afdeling 'Klein liedboek’. En in Zegelboom: Gedichten en notities 1975-1989 zijn Salamanders vangen en Het veterdiploma voor 'grote mensen’ herdrukt.
Maastricht, WIEL KUSTERS
Mechanicus
Sinds het heengaan van Annemarie Grewel is de ruimte voor de column van Philip Mechanicus met maar liefst vijftig procent vergroot, zo lijkt het wel vijftig procent méér onzin.
Hoelang gaat dit nog door? Was er soms geen opvolger voor Annemarie Grewel, of was dat te duur en beloofde Mechanicus toen om voor hetzelfde geld nog wel wat extra tekst te genereren om de ruimte te vullen?
Amsterdam, BRUNO VAN MOERKERKEN