Bombarderen met woorden

In Nederland vindt geen debat of polemiek plaats. Je hebt hier alleen maar columnisten-ruzies. Zelfs als het om een werkelijke oorlog gaat staan de Nederlandse columnisten aan beide zijden klaar met stinkbommetjes en ander loos vuurwerk.

IN EEN KLEIN land als Nederland heb je nauwelijks meer dan één internationaal rechtsgeleerde, één Amerikanist, één socioloog, één krijgskundige en één ethica. Op die niveaus valt er dus moeilijk te polemiseren. Vandaar misschien dat er zo weinig maatschappelijk debat is over belangrijke onderwerpen en de discussie meestal wordt overgelaten aan columnisten. Dat geldt zelfs als we, nu al bijna twaalf weken, in oorlog zijn. Natuurlijk heeft dat ook grote voordelen. De bijdragen aan dit soort debatten zijn kort tot superkort, ze zijn voor iedereen te lezen en te begrijpen, soms geestig of scherp. De standpunten die columnisten innemen zijn altijd helder en overzichtelijk en als ze tegen elkaar tekeergaan is dat soms een amusant spektakel. Het heeft ook nadelen. Posities worden meestal a priori ingenomen en lang niet altijd op basis van kennis van zaken. Emoties overheersen, twijfel is taboe en het is lastig van een eenmaal ingenomen stelling terug te schuifelen. Naarmate de gebeurtenissen meer aarzeling of twijfel zouden kunnen oproepen, gaan columnisten juist harder schreeuwen dat ze gelijk hebben. Er komen lijstjes van wie er ‘fout’ en 'goed’ zijn in juist deze oorlog en het gaat er steeds meer op lijken dat het niet meer om de echte oorlog gaat maar om de oorlog tussen de columnisten. En als er eindelijk een vredesplan in aantocht lijkt worden weer diezelfde columnisten geïnterviewd om te horen wat zij ervan vinden. En dan geeft geen van hen het voor de hand liggende antwoord: jammer, nu moet ik weer een ander onderwerp kiezen. NU ZIJN ER emoties genoeg voorhanden als het gaat om de oorlog die de afgelopen twaalf weken om Kosovo is gevoerd. Het was en is verschrikkelijk om aan te horen en te zien hoe de Serviërs in Kosovo hebben huisgehouden. Het is ook niet leuk wanneer de Navo-bombardementen weer eens bijkomende schade hebben aangericht aan ziekenhuizen of bruggen met wandelende of rijdende mensen erop. Het is nog afschuwelijker om te zien dat Milosevic onder dekking van de Navo-bombardementen de jacht op de Kosovaren zodanig kan intensiveren dat in korte tijd bijna alle Albanese inwoners van Kosovo uit het land zijn gevlucht of intern op drift zijn. Maar in Nederland zijn er ook altijd andere emoties in het spel. Die hebben te maken met de Tweede Wereldoorlog en langzamerhand ook met datgene wat we in herinnering aan die Tweede Wereldoorlog hebben gedaan. Zelf heb ik ook tot niet zo lang geleden altijd gedacht dat je het verleden heel precies in je hoofd moest houden om dezelfde fouten niet te blijven herhalen. Dat wil zeggen dat je je ogen niet moet sluiten voor wat er gebeurt in de wereld, dat je structuren moet scheppen waardoor je onderdrukking in de wereld tegen kan gaan en dat je bereid moet zijn je met alle middelen in te zetten om volkerenmoord en grootschalige schending van mensenrechten tegen te gaan of te voorkomen. Maar sinds de oorlogen in het voormalige Joegoslavië ben ik gaan twijfelen of de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog altijd een goede leidraad is. Ook de Serviërs herinneren zich die oorlog maar al te goed, toen ze vochten tegen de Duitse nazi’s en hun collaborateurs in eigen land. Zou het kunnen zijn dat het idee dat ze altijd aan de goede kant hebben gestaan, dat het de anderen zijn die oorlogsmisdaden begingen en begaan tegen het Servische volk, het mogelijk maakt dat de Serviërs op hun beurt de gruwelijkste misdaden begaan tegen degenen die ze als hun vijanden zien, alsde opvolgers van de Duitse en Italiaanse fascisten? Het is blijkbaar niet ongevaarlijk je het verleden te herinneren. Het gaat er maar om wat je daarna doet. Een beroep op de Tweede Wereldoorlog kan op zichzelf geen rechtvaardiging voor je daden zijn. Je moet ook weten dat wat je doet tot een betere situatie leidt. Dat geldt zeker voor Nederland, dat in een op zich zeer te prijzen humanitaire opwelling slecht uitgeruste militairen naar Srebrenica heeft gezonden, waar vervolgens een verschrikkelijke slachting onder de Bosniërs is aangericht. Des te meer reden blijkbaar voor ons om alsnog aan een nieuwe oorlog tegen de Serviërs deel te nemen. Nu beter uitgerust, maar waren de resultaten zoveel beter? EXPLICIET OF IMPLICIET speelt in de discussie in Nederland over het bombarderen van Joegoslavië om de inwoners van Kosovo te beschermen een klein en dun boekje een grote rol, Strepen aan de hemel, de oorlogsherinneringen van Gerhard Durlacher, verschenen in 1985. Hij vertelt daarin hoe hij en zijn medegevangenen in 1944, in het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau, wanneer ze vuil en uitgeput op de appelplaats aankomen, zien hoe hun kameraden die hebben getracht de hel te ontvluchten worden opgehangen. Diezelfde avond ziet hij ook de 'schapenwollen draden aan de hemel’ van de geallieerde vliegtuigen. Maar zij gooien geen bommen op de crematoria of de gaskamers van Auschwitz. De treinrails naar de vernietigingskampen worden niet vanuit de lucht onbruikbaar gemaakt. Pas tientallen jaren later leest Durlacher in de boeken van Gilbert en Laqueur dat de geallieerden konden weten wat er met de joden gebeurde, maar dat het voor hen geen prioriteit had ze te hulp te komen. Met de lectuur van het boek van Durlacher in je achterhoofd is het vanzelfsprekend om heel erg blij te zijn met de Navo-bombardementen op Joegoslavië. Die zijn immers ook bedoeld om onschuldige mensen te redden. De wereld doet nu tenminste iets en laat de dorpen van de Kosovaren niet in brand steken, de vrouwen en kinderen verdrijven, de mannen martelen en doodschieten, zonder daar iets tegen te ondernemen. De bommen die in 1944 op Auschwitz-Birkenau hadden moeten vallen, worden 55 jaar later op Belgrado en Pristina gegooid. Durlacher is een paar jaar geleden gestorven, we kunnen hem niet meer om z'n mening vragen over deze oorlog. Een feit is dat hij in 1991 blij was dat 29 landen onder aanvoering van de Verenigde Staten het kleine Koeweit te hulp kwamen toen het was overweldigd door de Iraakse dictator Saddam Hoessein, die net als Hitler volgens Durlacher 'ongegeneerd kon schmieren’: 'En onder die bordkartonnen werkelijkheid liggen de slachtoffers bedolven die men altijd pas op het laatst in zicht krijgt.’ (De citaten zijn uit een interview van Stephan Sanders met Durlacher in De Groene Amsterdammer van 6 maart 1991.) Het is niet moeilijk je voor te stellen dat Durlacher blij zou zijn geweest dat de Kosovaren wel geholpen worden met bombardementen die er voor de joden in de vernietigingskampen van de nazi’s niet af konden. Maar bij nader inzien ligt het toch niet zo eenvoudig. Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog werd er gebombardeerd, alleen niet op gaskamers, verbrandingsovens en treinrails naar de kampen. De vliegtuigen die de strepen aan de hemel achterlieten waar Durlacher over schrijft vlogen verder, naar de olieraffinaderijen van Blechhammer en Trzebinia. I.G. Farben, de chemische fabriek van Monowitz, een bijkamp van Auschwitz, werd kort gebombardeerd. Om militaire, niet om humanitaire redenen. En de Duitse steden werden platgegooid. Maar waren dat de bommen waar Durlacher om bad? Hielp het bombardement op Dresden de oorlog zodanig te verkorten dat er nog joden konden worden gered? De Tweede Wereldoorlog werd door de geallieerden beslist niet gevoerd om de joden van de vernietiging te redden. Daar kunnen we nu wel schande over spreken (en Durlacher doet dat op zijn eigen weemoedige toon heel mooi in zijn boek), maar op dat moment ging het hen erom de oorlog te winnen en er waren heel wat meer redenen waarom dat van belang was. Op de een of andere manier zijn we van die Tweede Wereldoorlog de volkerenmoord steeds belangrijker gaan vinden alsof de hele oorlog daar om ging. Het is dus ook begrijpelijk dat we onze huidige oorlogen graag in die termen willen voeren. Milosevic is dus een krankzinnige dictator, net als Hitler, die uit is op volkerenmoord en etnische zuivering, die zijn volk verblindt en het liefst de hele wereld mee zou willen slepen in de afgrond. Zonder die vergelijking met Hitler is Milosevic al misdadig en afschuwelijk genoeg. Ook als hij misschien geen blinde fanatiekeling is, maar een sluwe opportunist die zich meester heeft gemaakt van de nationalistische gevoelens van de Servische oppositie toen hij dat nodig had om aan de macht te komen en te blijven. Maar je kunt er vraagtekens bij zetten of nu juist hij wel de grote kampioen van de etnische zuiveringen is. Vanuit datgene wat er nog rest van het voormalige Joegoslavië gezien is hij immers degene die probeerde dat multinationale land bij elkaar te houden en waren het de anderen, de Slovenen, de Kroaten, later de Bosniërs en de Kosovaren, die onafhankelijkheid wilden en de Servische minderheden bedreigden. En de Europese Unie steunde dat onafhankelijkheidsstreven en daardoor de etnische opsplitsing van Joegoslavië. Dat rechtvaardigt natuurlijk niet in het minst de misdaden die Servische troepen vooral in Bosnië hebben begaan en de onderdrukking van de Albanese inwoners van Kosovo, al jaren vóór het begin van de oorlog in Joegoslavië. Het gevoel dat we die Kosovaren te hulp moeten komen kwam eerder te laat dan te vroeg, en de blijdschap toen dat daadwerkelijk gebeurde is op zich volstrekt gerechtvaardigd. Vanuit dat gezichtspunt is het interessant dat juist linkse politici, van GroenLinks in Nederland tot de Grünen in Duitsland, dat ingrijpen steunden en dat extreem-rechts, met name in Frankrijk (in Nederland horen we weinig van de neo-nazi’s op dit punt) fel tegen de bombardementen is. WIE VAN HET begin af aan voor de bombardementen was, kon moeilijk van mening veranderen toen dat ingrijpen de Kosovaren alleen maar nog meer ellende bleek te brengen. Er konden hoogstens andere methoden aan worden toegevoegd: de grondoorlog inzetten, Milosevic ombrengen of eenvoudigweg: nog meer en nog harder bombarderen. Wie tegen de bombardementen was omdat bombarderen nu eenmaal ellende met zich meebrengt kreeg argumenten genoeg om z'n gelijk aan te tonen: bijkomende schade, bommen op ambassades, burgerslachtoffers, de publieke opinie in Joegoslavië die zich alleen maar sterker om Milosevic schaarde. Maar wie van het begin af aan twijfel koesterde, en zich niet zo snel aan de ene of de andere kant van de columnisten-oorlog had ingegraven, kreeg voornamelijk redenen om nog meer te twijfelen. Was de Navo er niet met onze goede bedoelingen vandoor gegaan? Hebben de militairen zich meester gemaakt van het idee van humanitaire interventie? Is bombarderen van willekeurige militaire en civiele doelen wel een geschikt middel om de Kosovaren te helpen? Was het wel zo wijs voor het gemak de Verenigde Naties te passeren en Rusland er geheel buiten te houden? Hield de ontwerpovereenkomst van Rambouillet die de Joegoslaven niet wilden tekenen ook geen voor hen onaanvaardbare en onnodige inbreuken in op hun soevereiniteit? Al die vragen bestaan nog en spelen een rol nu er heel moeizaam een overeenkomst tot stand moet worden gebracht. De Verenigde Naties en Rusland blijken uiteindelijk toch nodig om een oplossing te vinden. Maar de Navo meent, ondanks het besluit van de G8 dat de interventiemacht onder VN-vlag Kosovo zou binnentrekken en dat Rusland daar bij betrokken zou zijn, dat zij en zij alleen de Servische troepen 'marsorders’ moet geven hoe ze uit Kosovo moeten wegtrekken. Ze hebben Kosovo al in westerse bezettingszones verdeeld, met uitsluiting van Rusland. De Navo heeft deze oorlog immers gewonnen? Ook daaraan kun je twijfelen. Had het resultaat dat er nu met bombarderen bereikt is in de vorm van een overeenkomst niet gemakkelijker bereikt kunnen worden door de concessies die nu aan Milosevic zijn gedaan al in Rambouillet te doen? Voor wie was deze oorlog eigenlijk bedoeld? Waren dat wel de Kosovaren, van wie de huizen nu vernietigd zijn - zeker, door de militairen van Milosevic - en die nu in de bergen schuilen of buiten Kosovo in vluchtelingenkampen zitten? Als ze al niet dood zijn. DIT IS GEEN oorlog geweest met blije gezichten of gemakkelijke standpunten. Geen oorlog voor columnisten of lijstjes met goed en fout. Ik heb me zelf tijdens deze oorlog niet erg heldhaftig gedragen. Ik heb maanden lang zitten twijfelen, lezen, luisteren, kijken, nadenken en me nauwelijks ergens over uitgesproken. Maar misschien was het beter geweest als de strijdende partijen - in Joegoslavië en in de krantenkolommen - ook nog even langer de moed hadden gehad om die lafheid op te brengen.