Opera: ‹Nuit des hommes›

Bommen en granaten

Ondanks het succes van de Nederlandse regisseur Jacob Schokking in Denemarken en Engeland was zijn werk pas onlangs voor het eerst in Nederland te zien. De strijd tussen de seksen in ‹Nuit des hommes›.

«Opera als een bombardement van beeld en geluid», zo werd Nuit des hommes aangekondigd. Dat is niet echt een aanbeveling. Veel multimediaspektakels drijven bij gebrek aan inhoudelijke ideeën op een circusachtige benadering: zoveel mogelijk prikkels tegelijkertijd toedienen. Beeld, muziek, tekst, video, dans — hoe meer er «aan» staat, hoe beter. Ook Nuit des hommes is bij tijd en wijle een heftig stuk. Zwaailichten gieren over het podium, uit de luidsprekers klinken explosies, op het videoscherm snellen complex samengestelde beelden voorbij, een strijkkwartet speelt dwingende muziek en twee zangers proberen zich boven dit geweld verstaanbaar te maken. In het geval van Nuit des hommes is dit alles echter gelegitimeerd omdat het onderwerp oorlog is. Het stuk is gebaseerd op gedichten van Guillaume Apollinaire, waarin hij zijn belevenissen als soldaat in de Eerste Wereldoorlog verwoordt.

Nuit des hommes is naar een idee van de Nederlandse regisseur Jacob Schokking. Twintig jaar geleden vestigde hij zich in Kopenhagen waar hij een organisatie voor muziektheaterproducties begon: Holland House. Ondanks het succes dat hij oogstte in Denemarken en Engeland werden de uitvoeringen van Nuit des hommes in Rotterdam maar slecht bezocht.

Dat deze multimediale opera als muziek theaterstuk is geslaagd, heeft zeker met de ontstaansgeschiedenis te maken. In een vroeg stadium ging Schokking met de gedichten van Apollinaire en een opzet voor de video-enscenering naar Per Norgard, een van de meest toonaangevende componisten in Denemarken. Dat is aan het resultaat af te zien. Muziek en beeld zitten elkaar geen moment in de weg en dragen evenveel bij aan de betekenis van het stuk. Norgards gematigde idioom is uiterst geschikt voor een theatraal stuk als dit. Het strijkkwartet, geflankeerd door twee slagwerkers, speelt grimmige noten die zijn doorspekt met naargeestige glissandi. Daarmee zet hij precies de juiste toon neer voor de nachtmerrie die een oorlog is. De luidsprekers, pal op het publiek, spuwen een onontkoombare dreiging uit. De partijen van de zangers zijn daarentegen zeer vocaal gedacht: lyrisch en expressief.

Jacob Schokking heeft de tekst van Apollinaire onder handen genomen. In een Engelse vertaling rollen de regels over het scherm. Kantelende tekstblokken, driedimensionaal weglopende zinnen, woorden die als een granaat in het scherm slaan, ouderwetse typemachine lettertjes — ook al is het soms een ratjetoe van stijlen, Schokking heeft zijn fantasie losgelaten op de typografie (die ook in het werk van Apollinaire zo'n grote rol speelt).

Ondertussen is het grote podium maagdelijk leeg. Nu en dan nemen de zangers een attribuut in handen, zoals een gigantische negentiende-eeuwse megafoon op wieltjes. Het grootste deel van de tijd staan ze kaal, strak symmetrisch geregisseerd, ieder aan een kant van het podium. Ze worden onder schot gehouden door een cameraman, en deze beelden worden live gemixt tot een complex visueel samenspel. Halverwege zit een prachtige scène: de man ligt ergens op het podium. De camera glijdt in close-up langzaam langs zijn lichaam en blijft uiteindelijk rusten op zijn gezicht. De man probeert te slapen maar schrikt telkens op door de angstaanjagende geluiden van beschietingen vlakbij. Omdat de luidsprekers zo dicht op het publiek hangen, komt de reactie van de man over als levensecht, ook al ligt hij ver weg op het podium. Het is een spel met dichtbij en ver weg, en luisteren en kijken, waarbij de zintuigen als het ware tegen elkaar uitgespeeld worden.

Volgens het programmaboekje gaat Nuit des hommes over «voor» en «na». Een man en vrouw in de geborgenheid van hun huis dat door de oorlog aan diggelen wordt geslagen. Aan het front zien we de verloedering toeslaan. In de vrouw komt een schaamteloze geilheid naar boven. Ze probeert de man te verleiden door haar mantel open te slaan, waaronder we haar bleke, aftakelende lichaam zien. «Viens dans mon sexe», zingt ze onomwonden.

Toch lijkt het alsof Jacob Schokking in zijn regie een extra betekenislaag wil toevoegen. Aan het eind van de voorstelling staan de man en vrouw weer op hun eigen plek, ieder aan een rand van het podium. Maar op het videoscherm brengt Schokking ze samen in één geïntegreerd beeld. Dat roept de vraag op of het hele stuk niet ook een metafoor is voor een liefdes geschiedenis, The battle of sexes.