Massagraf na de opgraving van lichamen van door de Russen gedode Oekraïners tijdens de bezetting in Izyum, september 2022 © Yasuyoshi Chiba / AFP / ANP

Dit is een verhaal over de meest barbaarse beslommering van de mensheid: doelbewuste aanvallen op burgers. Kinderziekenhuizen werden gebombardeerd, kraamklinieken verwoest, al kort na Poetins inval in Oekraïne. In oktober viel Rusland vijftien Oekraïense steden aan met raketten, daarna met tientallen kamikazedrones. Geen militaire bases, strategische bevoorradingslocaties of wapenmagazijnen. Nee, openbare parken, voetgangersbruggen en speeltuinen moesten het ontgelden.

De eerste gedachte bij het aanschouwen van platgebombardeerde huizen en gewonde kinderen is: de dader moet geschift zijn, de acties zijn irrationeel, onlogisch, krankzinnig, onmenselijk en maniakaal. Als het over het moedwillig uitmoorden van burgers gaat, was dat ook lange tijd de heersende gedachte onder wetenschappers. Maar inmiddels weten we dat dit beeld onvolledig is.

Afschuwelijke aanvallen op burgers laten zich niet alleen verklaren door geschifte machthebbers of haatdragende hordes, maar net zo vaak door strategische en politieke drijfveren. Dit heeft belangrijke gevolgen voor het duiden van en reageren op het bloedbad in Oekraïne. Misdaden tegen de menselijkheid zijn gruwelijk, maar niet redeloos.

‘We moeten niet alleen onthouden wat er is gebeurd, maar ook waarom en hoe het is gebeurd’, schreef mensenrechtenadvocaat David Matas in het boek Genocide Watch. ‘We moeten de juiste lessen trekken en toepassen op hedendaagse gebeurtenissen.’ Wanneer ontaardt conflict in doelbewuste massamoord van burgers, en hoe kunnen we die kennis gebruiken om hedendaagse moordpartijen te doorgronden?

De Amerikaanse politicoloog Benjamin Valentino wijdde een groot deel van zijn carrière aan het beantwoorden van deze vraag. Hij maakt in zijn werk onderscheid tussen de wetenschappelijke consensus voor en na het einde van de Koude Oorlog. Vóór de val van de Berlijnse Muur was de heersende gedachte op universiteiten dat burgers moedwillig werden vermoord om twee redenen die elkaar niet uitsluiten.

Ten eerste komen massamoorden uit de koker van barbaarse of sadistische leiders. Burgers lopen gevaar wanneer de machthebber doordrenkt is van een giftige ideologie die een scherp onderscheid maakt tussen groepen. Zo bezien was er zonder Hitler nooit een holocaust geweest en zonder Stalin geen grote zuivering. Deze leiders worden gedreven door obsessies. Racisme, expansiedrift, verheerlijking van het boerenland en de wens het land in ere te herstellen keren daarbij steeds weer terug, ziet de Amerikaanse historicus Ben Kiernan, schrijver van het boek Blood and Soil: A World History of Genocide and Extermination from Sparta to Darfur.

Bij hun obsessie met de Oudheid, bijvoorbeeld, beroepen leiders zich op de geschiedenis, op hoe dingen volgens hen ‘horen’ te zijn. Zo geloofden de Jonge Turken, een politieke hervormingsbeweging die in 1908 een staatsgreep pleegde tegen Sultan Abdülhamit II, stellig in de politieke hereniging van alle Turkse volkeren, zoals dat was in het Rijk der Göktürken. De opleving van dit pan-Turkse sentiment was deel van de oorzaak van de Armeense genocide, die plaatsvond aan het begin van de twintigste eeuw – de Jonge Turken streefden naar een homogene natiestaat, waarin geen ruimte was voor Armeense regio’s.

Laten we ons voornemen om het kwaad te begrijpen voordat we het bestrijden

Daarnaast kan massamoord plaatsvinden vanwege diepgewortelde groepshaat, des te meer wanneer de verschillen in religie, etniciteit of nationaliteit groot zijn. Vanuit dit oogpunt ontstond het brute geweld in voormalig Joegoslavië door oude wrevel tussen oosters-orthodoxen, katholieken en moslims. In het heetst van de strijd hadden ze weinig oog voor het verschil tussen soldaat en burger, omdat die allebei hoorden bij de groep die als ‘de ander’ werd bestreden.

Voordat de Koude Oorlog ten einde kwam, zag men emotie, niet ratio, als de belangrijkste drijfveer achter misdaden tegen de menselijkheid, aldus Valentino.

In 1991 veranderde de wereld voorgoed, met de ineenstorting van de Sovjet-Unie. Nu de strijd tussen twee grootmachten was gestreden kantelde niet alleen de machtsbalans – de Verenigde Staten werden de onbetwiste supermacht – maar verschoof ook de aandacht van wetenschappers, intellectuelen en journalisten die conflicten bestudeerden. Ineens was er ruimte om niet alleen te kijken wat er tussen landen gebeurde, maar ook naar conflicten binnen de grenzen. Naar burgeroorlogen, met name, waarin de meeste massamoorden plaatsvinden. En daar viel iets op: bij het doelbewust doden van burgers leek er meestal meer aan de hand te zijn dan een obsessieve leider of vijandschap tussen groepen. Kort na de Koude Oorlog zag de wereld bovendien hoe moordlustige Hutu-milities in Rwanda niet alleen Tutsi’s, maar ook veel gematigde Hutu’s hadden gedood.

Professor Chip Gagnon deed onderzoek naar de Joegoslavische oorlogen en schreef een boek met de veelzeggende titel: The Myth of Ethnic War: Serbia and Croatia in the 1990s. Hij merkte op dat de Kroatische nationalisten ook Kroaten hadden geteisterd en vermoord, terwijl Servische troepen zich in Krajina en Republika Srpska op hun eigen bevolking hadden gestort.

Twee nieuwe factoren trokken de aandacht: als het gaat om het moedwillig doden van burgers, zijn ook strategische (het winnen van een conflict) en politieke (het vergroten van je macht) overtuigingen van belang.

In de wrede en bloedige arena van oorlog is strategie het zwaard van gezaghebbers. Tactische overwegen spelen altijd een cruciale rol, en het opzettelijk vermoorden van burgers kan daarin gebruikt worden om de tegenstander op de knieën te krijgen, of op z’n minst concessies af te dwingen. ‘Wanhoop om te winnen en om de levens van je eigen mensen te redden’, schrijft politicoloog Alexander Downes in zijn boek Targeting Civilians in War, ‘zorgt er in kostbare, voortdurende uitputtingsoorlogen voor dat strijdende partijen zich op vijandelijke burgers richten.’ Zo worden burgers pionnen.

Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog verloren tienduizenden Japanse burgers hun leven toen de Amerikanen atoombommen gooiden op Hiroshima en Nagasaki. President Harry Truman wilde de oorlog zo snel mogelijk tot een einde brengen, maar de Japanners weigerden op te geven nadat de Duitsers al verloren hadden. De kernbommen moesten keizer Hirohito tot capitulatie dwingen. Met succes: nog geen maand na de catastrofale luchtaanval gaf Japan zich over.

Burgerdoden dragen bij aan het imago van een leider die zijn krachtige tegenreactie wil etaleren

Vijf jaar eerder was strategie ook de drijfveer voor de verwoesting van Rotterdam. Een dag later gaf Nederland zich over uit angst voor aanvallen op Utrecht, Amsterdam, Den Haag en Haarlem. Hoewel de massamoorden van geallieerden op Duitse burgers tijdens de Tweede Wereldoorlog weleens vergeten worden, werd ook Hamburg in de as gelegd. Operation Gomorrah doodde in juli 1943 binnen één week tienduizenden burgers. De Amerikaanse minister van Defensie Robert McNamara zei later dat hij en anderen zich hadden gedragen als oorlogsmisdadigers en dat ze ook als zodanig veroordeeld zouden zijn als ze verloren hadden.

In 2015, meer dan een halve eeuw later, wees een peiling uit dat 46 procent van de Amerikanen de atoomaanvallen nog altijd zagen als de ‘juiste beslissing’. Het strategisch doden van onschuldige burgers is nog steeds geen taboe in het zelfbenoemde land of the free and home of the brave.

Ook in een guerrillaoorlog (waar doorgaans kleinere groeperingen het open slagveld vermijden in hun gevecht tegen grotere krijgsmachten) worden aanvallen op burgers gerechtvaardigd om strategische doeleinden. Als de guerrillastrijders leunen op de steun van de lokale bevolking, en zich mengen in de menigte, kiest de andere partij er soms voor om een deel van die bevolking te doden.

In Guatemala in de jaren zestig vermoordde de regering tussen de vijfduizend en tienduizend burgers uit angst voor een kleine, linkse guerrillabeweging van zo’n vijfhonderd gewapende mannen. ‘Als je de vis niet kunt vangen’, zei de Guatemalteekse generaal Efraín Ríos Montt vijftien jaar later, ‘dan moet je de zee leegpompen.’

Maar na de Koude Oorlog kwamen wetenschappers tot nog een onthutsend inzicht: burgermoord kan ook een middel zijn om steun onder je eigen bevolking te vergroten. Opportunistische politici gebruiken vaak nationalisme en xenofobie om hun macht te vergroten, en misdaden tegen de menselijkheid kunnen daar een wreed uitvloeisel van zijn. Als de kiezer iemand heeft om tegen te vechten – en die persoon is gevaarlijk of wordt zo afgeschilderd – dan geeft dat leiders de kans om meer macht naar zich toe te trekken. Die tegenstander moet worden verslagen, en op een sterke leider kun je rekenen.

Toen Mao Zedong in 1966 de Culturele Revolutie ontketende in China, waarin miljoenen burgers vermoord werden, hamerde hij op het gevaar van de sluwe bourgeoisie. De gegoede burgerij had in zijn paranoïde wereldbeeld de overheid en samenleving geïnfiltreerd. Zij moest en zou bestreden worden. Op die manier kon Mao ook direct een deel van zijn partijtop zuiveren, waaronder zijn vermoedelijke opvolger, Liu Shaoqi. Alleen de radicale aanhangers van Mao bleven zitten, terwijl hij het boegbeeld van de bloederige revolutie werd. Zo ontketende de rode keizer terreur om zijn eigen positie te versterken.

Daarnaast leiden vijandbeelden van groepen burgers af van tekortkomingen: corruptie, economische tegenspoed, verlies van aanzien op het wereldtoneel of het inperken van burgerrechten. ‘Jullie drugsdealers, overvallers en nietsdoeners, jullie kunnen maar beter weggaan, want ik vermoord jullie’, brulde de Filipijnse president Rodrigo Duterte de dag voor zijn verkiezingswinst in mei 2016.

In de VS is het strategisch doden van onschuldige burgers nog steeds geen taboe

Zijn daaropvolgende war on drugs kostte meer dan twaalfduizend Filipijnse burgers het leven, maar leidde kiezers tegelijkertijd af van het gebrek aan maatregelen tegen structurele economische ongelijkheid en het vullen van de Supreme Court met loyalisten.

Zo worden misdaden tegen de menselijkheid een poppenkastvoorstelling om de blikken af te leiden van andere crises.

Ten slotte kunnen aanvallen op burgers een manier zijn om aan burgers te laten zien dat je terugslaat als je aangevallen wordt, en zo de politieke weerslag van de eigen schade te beperken. Ook dat is politiek. Na 9/11 begon president Bush jr. zijn war on terror, een oorlog tegen anti-Amerikaans moslimterrorisme. In Irak en Afghanistan, de voornaamste strijdtonelen van deze oorlog, zijn sindsdien honderdduizenden burgers omgekomen bij het geweld, terwijl Irak ook nog onder valse voorwendselen werd aangevallen.

Denk ook aan Guantánamo Bay, dat enkele maanden na Bush’ aankondiging van de war on terror zijn deuren opende. Op dat eiland op Cuba, dat een juridisch zwart gat is, zijn de afgelopen twintig jaar honderden burgers zonder proces vastgehouden en gemarteld – stuk voor stuk ondubbelzinnige voorbeelden van zware mensenrechtenschendingen. Er zitten nog steeds 35 mensen vast.

Zo dragen burgerdoden bij aan het imago van een leider die zijn krachtige tegenreactie wil etaleren.

Terug naar Oekraïne. Helpt de oude consensus, met maniakale machthebbers of wrokkige volkeren, ons de burgerdoden daar te doorgronden?Als je denkt dat zij het resultaat zijn van eeuwenoude etnische of religieuze conflicten, heb je het mis. Hoewel veel Russen Oekraïne inmiddels als een ongehoorzaam huisdier zien en de aanval steunen, was dit vroeger niet zo. Minder dan vijftien jaar geleden hadden de meeste Russen juist een positief beeld van Oekraïners. Bovendien past diepgewortelde groepshaat niet bepaald bij het grote en leugenachtige propagandaverhaal dat Poetin vorig jaar schreef, getiteld Over de historische eenheid van Russen en Oekraïners. Daarin beklemtoonde hij juist de ‘bloedbanden’ tussen beide volken.

Zijn de ideeën van de oude consensus dan compleet zinloos? Nee, Poetins moordlust past bij de exclusivistische ideologie van de leider, aangewakkerd door territoriale expansiedrift en een obsessie met het oude Russische Rijk. In hetzelfde essay schreef Poetin over het onafhankelijk worden van Oekraïne dat ‘Rusland is beroofd’. Dit past niet bij diepgewortelde haat tussen groepen, maar eerder bij de bezitterigheid van een jaloerse ex, en een verachting voor geluk buiten zijn machtssfeer.

In de wrede en bloedige arena van oorlog is strategie het zwaard van gezaghebbers

Maar wat we absoluut niet mogen vergeten, terwijl dit bloedbad zich voltrekt, is de nieuwe consensus, die hamert op strategie en politiek.

Poetins wreedheden tegen burgers zijn ook een strategische poging om zijn (vooralsnog loze) nucleaire dreigementen toch nog wat kracht bij te zetten. Zie je wel dat ik gek ben? Sommige westerlingen vinden burgerdoden of dreigementen met een kernbom namelijk een goede reden om de wapenleveranties aan Oekraïne terug te schroeven. Zo riep een groep Duitse intellectuelen bondskanselier Olaf Scholz op om te stoppen met wapenleveranties, waarin zij waarschuwde voor een kernoorlog. Ook in Nederland gaan die geluiden op. Onlangs stemde een minderheid in de Tweede Kamer (Forum voor Democratie, Groep Van Haga, pvv en Bij1) voor het per direct stoppen met wapenleveranties aan Oekraïne.

Maar wat voor signaal geef je daarmee af aan andere autocraten? ‘Zodra je begint met het uitmoorden van burgers, doen wij wel een stapje terug.’ Dat soort naïviteit, vermomd als vredelievendheid, zal op termijn alleen maar meer geweld en doden opleveren, wanneer andere wrede dictators met dezelfde strategie aan de haal gaan. Om dat te begrijpen moet je alleen wel eerst zien dat het om een strategie gaat.

Daarnaast slaan meer Oekraïners op de vlucht door de bombardementen op burgerdoelen. Ook dit is strategisch, want een leegloop verzwakt het land, beschadigt de economie en kan zelfs het draagvlak voor steun in Europa verkleinen als de opvang voor vluchtelingen duurder wordt. Zo bezien zal Poetin tevreden in zijn handen wrijven als Europese politici het verzet tegen vluchtelingenopvang verder aanwakkeren. Ook dit inzicht gaat aan je voorbij als je zijn acties enkel bestempelt als onbevattelijk.

Maar de aanvallen op burgers gaan ook over binnenlandse politiek in Rusland. Als iemand bekend is met oorlog als politiek middel, dan is het Poetin wel. Toen hij in 1999 premier werd, had hij slechts twee procent van de Russische bevolking achter zich. Maar een maand later begon zijn regering de Tweede Tsjetsjeense Oorlog en in oktober beval hij het bombardement van Grozny, waarbij meer dan honderd burgers om het leven kwamen. Poetin won hierdoor aan populariteit en in november had hij de steun van 45 procent van de Russen. In december werd hij door president Boris Jeltsin aangewezen als de nieuwe president van Rusland. ‘Politieke fictie wordt met bloed geschreven’, schreef historicus Timothy Snyder over Poetins succes.

In de Syrische burgeroorlog heeft Rusland ook volop burgerdoelen gebombardeerd. Door deze lens gezien zijn de nieuwe raketten op Oekraïense burgers wellicht een wanhoopspoging van Poetin om zijn spierballen te tonen, bij gebrek aan andere mogelijkheden op het slagveld. De Russische dictator dacht Oekraïne binnen enkele dagen te overrompelen, maar faalde jammerlijk, en het tegenoffensief heeft al enorme lappen land bevrijd.

De vernederende aanval op de Krimbrug zal hierbij ook een rol gespeeld hebben – het prestigeproject van Poetin werd in oktober opgeblazen, enkele dagen voor de grootschalige raketaanvallen op steden. Dit gênante verlies voor Rusland zette Poetin aan om te laten zien dat hij in elk geval ‘iets’ deed, terwijl zijn leger wordt teruggedrongen.

Ten slotte zijn de aanvallen op burgers, en de bijbehorende dehumanisering van Oekraïners, bedoeld om de binnenlandse bevolking af te leiden van de economische malaise binnen Rusland. Poetins geschifte complottheorieën over nazi’s en satanisten in Oekraïne, en de aanvallen daarop, verleggen de focus van de binnenlandse chaos, net zoals de vijandbeelden van ‘woke elites’ en het ‘decadente Westen’ dit doen. Het is alsof Poetin de woning van de buren in de hens zet om de problemen binnenshuis te verbergen.

De Duitse schrijver Thomas Mann had gelijk toen hij schreef dat tolerantie een misdaad wordt wanneer zij gericht is op het kwaad. Maar onze plicht om ons tegen het kwaad te verzetten ontslaat ons niet van de taak om het kwaad te doorgronden. Je kunt het slechte begrijpen zonder het te verdedigen en verklaren zonder het te vergeven.Soms zijn termen als ‘irrationeel’ nuttig om bepaald gedrag te veroordelen, maar vaker wekken ze de indruk dat elke poging tot opheldering van een gebeurtenis een doodlopende weg is. De analyse houdt op waar de waanzin begint – het begrijpen van irrationaliteit is als het zwemmen in een uitgedroogde rivierbedding.

Een mens kan geen gevaar ontlopen als hij niet weet wat hem bedreigt. De geschiedenis leert dat misdaden tegen de menselijkheid, hoe gruwelijk ook, vaak (deels) gegrond zijn in strategische en politieke overwegingen. Dat is ook het geval bij de burgerdoden in Oekraïne. Dit heeft verstrekkende gevolgen voor het begrip én de reactie van westerse beleidsmakers, of dat nou gaat over het sentiment voor vluchtelingen of het toegeven aan chantage met aanvallen op burgers. Laten we ons daarom voornemen om het kwaad te begrijpen voordat we het bestrijden, in plaats van ons te laten leiden door intellectuele gemakzucht.

Simon van Teutem studeert aan Oxford University, is politiek columnist en podcastmaker