Waarom Milosevic de vrede tekende

Bommentapijt

De Navo was wanhopig, Milosevic kon nog maanden voort. Toch tekende hij vorig jaar juni de vrede. De dreiging met terreurbombardementen trok hem over de streep.

IN DE AVOND van 7 juni stijgen Amerikaanse B52-bommenwerpers op van hun bases in Engeland. Ze zullen een cruciale rol spelen in het eindspel van de Kosovo-crisis. Hun officiële doel is de berg Pastrik in Kosovo. Daar zijn volgens de Navo vijandelijke troepenconcentraties ontdekt. De massale bombardementen door de B52’s zouden het ‘keerpunt’ in de campagne zijn, aldus bronnen bij de Navo. Tijdens persbriefings doet vooral generaal-majoor Jertz mededelingen die verband houden met de inzet van B52’s bij de Pastrik. Navo-woordvoerder Jamie Shea is opvallend stil.


Begin juni 1999, als de bombardementen op Joegoslavië al bijna tweeëneenhalve maand bezig zijn, stijgt de wanhoop in de Navo-gelederen met het uur. Milosevic kan de strijd nog maandenlang volhouden. Het bezwijken van de Servische economie onder boycot en bommenlast wordt pas eind augustus verwacht. De bombardementen kunnen niet voorkomen dat Servische troepen het grootste deel van de Albanese bevolking verdrijven en dat ze het Kosovo Bevrijdingsleger (UCK) nog steeds verliezen toebrengen. Nog altijd bestaat bij de meeste Navo-bondgenoten grote weerstand tegen een geallieerd grondoffensief: het enige middel om Milosevic werkelijk te breken. Bovendien kan dat op zijn vroegst plaatsvinden in september.


Volkomen onverwacht laat Slobodan Milosevic op 3 juni 1999 echter aan de aanvankelijk weinig hoopvol naar Belgrado afgereisde onderhandelaars Ahtisaari en Tsjernomyrdin weten dat hij akkoord zal gaan met een vredesregeling. Maar de bombardementen gaan door. ‘Die worden pas stopgezet als de Servische troepen zich terugtrekken’, meldt de Navo. Vooral Washington vreest een list: Milosevic heeft een pauze nodig in de bombardementen, zo redeneert men. Het offensief dat het UCK op 26 mei heeft ingezet is vastgelopen. De Serviërs zijn druk doende rond de berg Pastrik de beste eenheden van het UCK te vernietigen. Een adempauze in de luchtacties kunnen ze dus best gebruiken.


Op de avond van 6 juni houdt men op het Navo-hoofdkwartier in Brussel de adem in: het begint er inderdaad op te lijken dat de Serviërs de Navo om de tuin leiden. Het technische overleg tussen de Britse Navo-generaal sir Michael Jackson en Servische officieren in het Macedonische Kumanovo over de technische details van de terugtrekking loopt vast. Intussen escaleert de strijd bij de Pastrik, aan de Albanese grens. De Navo zit met de handen in het haar. Drie dagen later zijn de Servische officieren echter terug in Kumanovo. Zonder veel dralen tekenen ze de voorwaarden voor de terugtocht. De volgende dag, 10 juni, tekent Milosevic een document dat voorziet in de intocht van Navo-eenheden en de terugtrekking van zijn eigen leger- en politietroepen. In ruil voor het (formele) behoud van Kosovo en het opschorten van de bombardementen die hij nog maanden had kunnen doorstaan.


Waarom Milosevic de handdoek in de ring gooide, is nog steeds niet helemaal duidelijk. In zijn kersverse boek Pyrrus in Kosovo: Hoe het Westen de oorlog in Kosovo niet kon winnen en zelfs bijna verloor probeert de zeer goed geïnformeerde defensiedeskundige prof. dr. Rob de Wijk onder meer een antwoord te vinden op die vraag. Een Servische diplomaat met toegang tot Milosevic’ inner circle vertelde hem dat er geen militaire noodzaak was om overstag te gaan. ‘De B52’s en het verlies van de Russische steun bespoedigden het sluiten van de deal.’


Inderdaad gingen de Russen op 8 juni akkoord met een tekst voor een VN-resolutie die de vrede in Kosovo regelde, waardoor Milosevic in een isolement dreigde te komen. Maar de Russische ommezwaai bestond slechts in de hogere regionen der politiek. Tot het einde toe ontving Milosevic aanzienlijke steun van het Russische leger. Russische militairen dienden als verbindingsofficieren tussen Joegoslavische en westerse onderhandelaars, Russische vrijwilligers vochten in de Servische gelederen. Op verschillende niveaus — zowel politiek als militair — onderhandelden de Russen zelfs voor de Serviërs. Ook de verrassingsactie van Russische commando’s die op 11 juni Navo-troepen te vlug af waren en het strategisch belangrijke vliegveld van Pristina innamen, wees op voortgaande steun aan Milosevic. Volgens een Russische generaal, geïnterviewd in de BBC-documentaire Moral Combat, stonden duizenden Russische parachutisten klaar om ingevlogen te worden, met als doel Kosovo in tweeën te delen. Daardoor zou het noorden van de provincie, met de meeste industrie, de meeste etnisch-Servische inwoners, militaire bases, heiligdommen en de waardevolle mijnen van Trepca, onder controle van Milosevic blijven.


Waarom ging Milosevic om? De sleutel tot het mysterie ligt waarschijnlijk besloten in de reusachtige Boeing B52 Stratofortress-bommenwerpers, ook wel ‘vliegende forten’ genoemd. B52’s kunnen gebruikt worden om lasergeleide bommen, kruisraketten en kernwapens te vervoeren. Maar door hun enorme actieradius en spanwijdte zijn ze vooral geschikt voor het leggen van ‘conventionele’ bommentapijten op troepenconcentraties of steden. In 1972 gooiden B52’s in elf dagen veertigduizend ton explosieven op Hanoi en omgeving. Die terreurbombardementen waren toentertijd een poging om een voor de VS gunstige vrede af te dwingen tijdens de vredesonderhandelingen in Parijs. B52’s kunnen dood en verderf aanrichten op grote schaal. Het zijn machtsinstrumenten in de klassieke zin des woords.


Met het Navo-verhaal over B52’s die werden ingezet om Servische troepen rond de Pastrik te bombarderen, is iets vreemds aan de hand. Het verhaal is niet eenduidig. Sommige berichten in de media spraken over één B52 die op weg was naar een ander doel en werd omgeleid toen twee bataljons van het Servische leger (tussen de acht- en twaalfhonderd man) in het open veld werden ontdekt. Andere berichten spreken van ‘meerdere B52’s’, sommige over ‘twee’, die een bommentapijt legden met clusterbommen. De Servische bataljons zouden zijn ‘verpulverd’. Zeker de helft van de manschappen zou het leven hebben gelaten. Joegoslavische bronnen spraken die dag van ‘slechts enkele gewonden’, zonder expliciet naar een B52-aanval te verwijzen.


Hoe het ook zij, na de oorlog is rond de berg Pastrik geen schade aangetroffen die erop wijst dat B52’s hier hun tapijt hebben gelegd. Noch door de Amerikaanse luchtmacht, noch door onafhankelijke militaire experts.



DE PASTRIK WAS een van de eerste reisdoelen van Rob de Wijk, die in het kielzog van de Navo-troepen Kosovo binnentrok om zijn eigen ‘battle damage assesment’ te maken. De Wijk: ‘Ik kon geen bomschade ontdekken. Ik heb aan aardig wat mensen gevraagd of ze iets van de aanval hadden gezien. Niemand wist iets over een slachting onder Servische troepen. Vervolgens heb ik navraag gedaan bij mijn Navo-connecties, onder meer bij een generaal in het Navo-hoofdkwartier te Napels. Die probeerde zich eruit te redden met de opmerking dat het niet zo wilde lukken met de algehele battle damage assesment. Ik zei: “Hou nou toch op, zeg. Een B52 richt een ravage aan. Ik ben er geweest en ik heb helemaal niets gevonden. Ik ben niet blind.” Toen was het opeens: “Tsja, misschien is er inderdaad niets gebeurd.”’


De Wijks nieuwsgierigheid was gewekt, dus groef hij verder en boorde hij ook zijn andere Navo-bronnen aan. ‘Uiteindelijk bleek wat ik al vermoedde: er is geen B52-aanval geweest bij die berg. Het interessante is natuurlijk dat daar wél mededelingen over zijn gedaan. Een klassiek staaltje van desinformatie. Tot nog toe de enige échte oorlogspropaganda waar ik de Navo op heb kunnen betrappen, maar die kwam niet uit Shea’s mond.’


Rob de Wijk en Jamie Shea staan op goede voet met elkaar. Tijdens een diner in het Haagse restaurant Schlemmer medio november, confronteert De Wijk de Navo-woordvoerder met zijn bevindingen over de spookaanval. ‘Is het je niet opgevallen dat het Jertz was die de mededelingen daarover deed, en niet ik?’ riposteert Shea. Shea vertelt dat de militairen ondanks de (moeizame) onderhandelingen over Servische terugtrekking dringend behoefte hadden aan een militair succes. Dat is niet verwonderlijk. Het was zo langzamerhand duidelijk dat het door de Navo verwelkomde en zo veel mogelijk gesteunde UCK-offensief volledig was vastgelopen en dat de Serviërs zelfs na bijna tweeëneenhalve maand bombarderen nog moeiteloos hun contraguerrilla konden voeren, terwijl ze intussen vrolijk de onderhandelingen rekten. Shea vertelt De Wijk dat hij geweigerd heeft het B52-verhaal aan de pers te voeren. ‘Als de militairen een succes nodig hebben, dan moeten ze dat zelf maar vertellen.’


Shea deelde weliswaar niet officieel mee dat de actie had plaatsgevonden, maar in een persconferentie refereerde hij er wel degelijk aan. Op de internetpagina van de Navo (www.nato.int) zijn nog steeds de integrale teksten te vinden van zo’n beetje alle pressbriefings. Op 8 juni, één dag nadat anonieme Navo-bronnen spraken over het ‘verpulveren’ van twee Servische bataljons door B52’s, een ‘keerpunt’ in de oorlog, beantwoordde Shea een vraag van een journalist over de acties van een dag eerder: ‘The pressure was very intense particularly in the sorties that were carried out for example by B-52s in particular against the Serb fielded forces in the Mount Pastrik area (…).’ Wat De Wijk ‘oorlogspropaganda’ noemt, kwam dus wel degelijk ook uit Shea’s mond.


Jamie Shea tegenover De Groene Amsterdammer: ‘We zijn altijd heel secuur met onze informatie omgegaan. Ik heb nooit dingen gezegd die niet klopten. Je moet als woordvoerder oppassen dat je je niet vergaloppeert aan de informatie die je krijgt. De situatie was soms heel ingewikkeld en de informatie summier. Je bent er zelf niet bij, dus moet je je baseren op allerlei rapportages die moeilijk verifieerbaar zijn. Naar mijn gevoel kreeg ik niet voldoende bevestigd dat er inderdaad acties met B52’s waren geweest bij de Pastrik. Ik kreeg informatie uit een intelligence report, maar dat vertrouwde ik niet helemaal. De informatie was deels afkomstig van het UCK. En als ik het niet bevestigd krijg, dan meld ik het niet. Uiteindelijk is inderdaad gebleken dat er bij de Pastrik op 7 juni niet die schade werd toegebracht die aanvankelijk werd gemeld. Maar het gaat te ver om dat propaganda te noemen.’



DE ONTDEKKING dat de B52-aanval tot het rijk der fabelen behoort, werpt een intrigerende vraag op. Door te liegen over iets wat vroeg of laat zou uitkomen werd een bres geslagen in het door de Navo zo angstvallig bewaakte imago: ‘Good guys don’t do propaganda.’ Een brandschoon blazoen was essentieel voor het bondgenootschap, dat immers optrad zonder eenduidig mandaat van de Verenigde Naties en daarmee volgens velen inging tegen de internationale rechtsorde die het voorgaf te verdedigen. Waarom het good guys-imago in gevaar gebracht?


Een van de antwoorden op die vraag is haast te bizar voor woorden, maar toch nam Rob de Wijk hem op in zijn boek: de B52’s hadden een terreurmissie. Het verhaal over de berg Pastrik was een dekmantel. ‘Ik heb het gecheckt en nog eens gecheckt. Het wordt onderschreven door mensen die het kunnen weten, zowel van Navo-kant als van Servische zijde. Bovendien is het zeer plausibel, een kwestie van één en één bij elkaar optellen.’


Het bleek haast onmogelijk om de aanvalsgolven volledig voor de Serviërs geheim te houden. Dat gold zeer zeker ook voor vluchten met de gigantische B52-bommenwerpers. Onlangs werd gewag gemaakt van een Amerikaanse luchtmachtofficier die in het begin van de campagne gedetailleerde informatie over bombardementsvluchten in handen van de Serviërs had gespeeld. Jamie Shea: ‘Spionage is haast niet te voorkomen. Maar we weten niet zeker of het wel een gerichte actie betrof. Het is altijd mogelijk dat informatie weglekt door communicatie via onbeveiligde telefoon- of faxlijnen.’


Bovendien bestond op internet een waarschuwingssysteem. Op de site www.beograd.com werd van minuut tot minuut en voor iedereen zichtbaar bijgehouden waar de aanvalsgolven zich bevonden en op welke steden ze afkoersten. De informatie kwam van een uitgebreid netwerk van computeraars en gsm-bezitters, onder meer rond Navo-bases in Italië en Engeland. De meeste B52’s die werden ingezet waren op één Amerikaanse basis in Engeland gestationeerd. Stel dat op de avond van 7 juni B52’s opstegen met een zeer geheime missie, dan kon hun vlucht onmogelijk aan de vele ogen en oren worden onttrokken. Ze moesten dus worden ‘voorzien’ van een fictief, plausibel en moreel aanvaardbaar doelwit: de berg Pastrik, waar UCK-troepen - de good guys - het onderspit dreigden te delven.



TUSSEN 26 MEI en 7 juni ‘zou volgens sommige bronnen bij de Navo duidelijk zijn gemaakt dat met B52’s ook terreurbombardementen tegen steden konden worden uitgevoerd’, schrijft De Wijk. ‘Milosevic moest ervan worden overtuigd dat hij nu toch echt moest inbinden.’ Het dreigement om één of meer Servische steden in de as te leggen, moet volgens De Wijk zijn ingegeven door de wanhoop die de Navo nog steeds in de greep had.


‘Je kon op de televisie volgen hoe de targeting aan het verschuiven was. De Navo werd wanhopig. Iedereen riep begin juni dat er een overwinning was geboekt, maar realiseer je dat een paar dagen daarvoor het zwartste scenario leek te ontstaan. Eind mei begonnen de gevechten weer te escaleren. Het UCK dreigde nota bene het onderspit te delven op het moment dat de besprekingen over een terugtrekking door de Serviërs werden afgebroken. Die wisten dat de Navo weinig opties meer over had. Ze wisten dat de precisiebommen op waren, dat de doelen op waren, dat het aantal reflights (het opnieuw bombarderen van een reeds onder handen genomen doel — jb) enorm was. Dat alles duidde op het totaal mislukken van de campagne. De Serviërs waren zich terdege bewust dat vooral de Amerikanen — en zij zijn de enigen die over B52’s beschikken — een doorbraak wilden, móesten forceren.’


De Joegoslavische zaakgelastigde te Den Haag, Vladimir Novakovic, bevestigt dat er een enorme angst heerste voor terreurbombardementen. De precisiebombardementen maakten niet al te veel indruk op de bevolking. En het bombarderen van de civiele infrastructuur zette vooral aan tot woede. De afzwaaiers zorgden voor ‘een gekte waarbij je nergens zeker van was’. Als de Navo zonder scrupules doelen in het hart van Belgrado durfde te bombarderen, geen moeite had met het platgooien van de RTS-studio (vijftien doden) en zelfs de Chinese ambassade niet spaarde, zou de volgende stap een terreurbombardement op Belgrado kunnen zijn. Desnoods ‘per ongeluk’.


Novakovic durft het haast niet te geloven. ‘Het verhaal is voor mij niet onbekend, maar ik weet niet of het klopt. Ik heb daarvoor gelukkig geen enkele aanwijzing. Ik weet dat er een verhaal in omloop is over de Pastrik. Dat daar met B52’s gebombardeerd zou zijn, maar dat die in feite zijn doorgevlogen naar andere delen van Servië. Wat zeker klopt is dat er toen een succesvolle veldslag aan de gang was tegen het UCK dat via Albanië probeerde binnen te dringen. Volgens mijn bronnen is er wel bij de Pastrik gebombardeerd, maar niet met B52’s.’


De Wijk: ‘Joegoslavische commandanten hebben beweerd dat ze uiteindelijk van Milosevic het bevel kregen de strijd te staken omdat er gedreigd werd met terreurbombardementen. Dat was géén propaganda, want die komt groots in de krant te staan, en dit was een citaat (in Jane’s Intelligence Review — jb) dat overal tussendoor glipte.’


Jamie Shea: ‘Terreurbombardementen door de Navo? Volstrekt onmogelijk. Dat is niet te verkopen aan het thuisfront, dus zoiets kan nooit gebeuren. Natuurlijk, in theorie zou ermee gedreigd kunnen worden. Maar ik heb absoluut geen enkele informatie die erop wijst dat dat ook echt gebeurd is.’



ER IS ECHTER ‘circumstantial evidence’ dat het verhaal over de dreiging met terreurbombardementen steunt.


Uit Franse hoek klinken de laatste tijd bittere geluiden over het commando tijdens operatie Allied Force. Een hoge Navo-bron meldt De Groene Amsterdammer dat er in feite twee oorlogen tegelijkertijd werden gevoerd. Een ‘machteloze schaduwoorlog’ door de Navo, geschoeid op democratische leest, geschraagd door unanieme beslissingen door de negentien lidstaten in de Noord-Atlantische Raad — het hoogste Navo-orgaan. En de werkelijke oorlog, geregisseerd door de Verenigde Staten die zeventig procent van alle vluchten voor hun rekening namen. Volgens de diplomaat stond het luchtruim boven Joegoslavië geregeld slechts open voor Amerikaanse vliegtuigen en werden op die momenten de doelwitten voor de overige bondgenoten verborgen gehouden. Eerder al beweerde een Spaanse piloot, die samen met Nederlandse en Belgische vliegers was gestationeerd op de luchtmachtbasis Aviano in Italië, in het weekblad Articulo 20 dat niemand iets had in te brengen. ‘Alle missies die we vlogen, werden bepaald door hoge Amerikaanse militaire autoriteiten.’


Ook Rob de Wijk kreeg van Navo-officieren te horen dat ze het gevoel hadden op te treden in een US-only-show. De dagelijkse videoconferenties van Navo-opperbevelhebber Wesley Clark met de verschillende hoofdkwartieren werden voorafgegaan of gevolgd door een US-only-conferentie. Het Combined Air Operations Centre (CAOC), het zenuwcentrum van de operatie, stond zelfs dagelijks enkele uren uitsluitend ter beschikking van de Amerikanen. De Wijk: ‘Dan gingen de Navo-petten van Clark en Short af, en zetten ze hun Amerikaanse petten op.’ Want alle belangrijke Navo-bevelhebbers hebben ook een hoge Amerikaanse functie. Zo is Wesley Clark tevens bevelhebber van de Amerikaanse troepen in Europa, en is luitenant-generaal Michael Short naast bevelhebber der Navo-luchtstrijdkrachten in Zuid-Europa ook US Joint Force Air Component Commander. Uit dien hoofde had hij ‘speciale bevoegdheden’ voor het inzetten van Amerikaanse vliegtuigen boven Joegoslavië.


Wie bij de Navo gegevens opvraagt over B52-vluchten tussen 26 mei en 7 juni 1999 is aan het verkeerde adres, meldt een woordvoerder. ‘Daarvoor moet u in Stuttgart zijn, bij het US European Command.’ Dat blijkt het Amerikaanse hoofdkwartier (de andere pet) van generaal Wesley Clark. Betreft het hier dan geen Navo-vluchten? De woordvoerder aarzelt. Volgens hem is het ‘procedure’ om naar Clarks hoofdkwartier door te verwijzen als iemand over B52’s begint. Daar blijken de gevraagde gegevens overigens niet beschikbaar.


De Wijk: ‘De Amerikanen hebben hun US-only-uurtjes ingesteld om onder de beperkende, democratische randvoorwaarden van de Navo uit te komen. Dan bombardeerden ze op de wijze die zij zélf goed achten. De Chinese ambassade is tijdens zo’n actie geraakt.’


Jamie Shea acht het ‘hoegenaamd onmogelijk’ dat er US-only-uurtjes bestonden. ‘We hebben er nooit een geheim van gemaakt dat er B52’s zijn ingezet tijdens de operatie. En wat betreft die petten: alle hoge officieren onderhielden contact met hun nationale ministeries. Maar het hoogste orgaan tijdens de Navo-actie was de Raad. Daar werd besloten of er wel of niet werd gevlogen op bepaalde doelwitcategorieën. Dat bepaalden niet de VS, niet Frankrijk en niet Engeland. Als de Raad niet akkoord was, was het no go for Nato.’


Maar dan konden de Amerikanen — mits ze hun VS-pet opzetten — zonder democratisch gedoe van de Europeanen af en toe hun eigen niet-Navo-oorlog voeren en hun B52’s met een geheime missie op pad sturen.



EN DAT LOONDE, zo toont het verhaal over ‘de deal van 3 juni’, door Rob de Wijk in Pyrrus in Kosovo tot op de bodem uitgezocht. De ogenschijnlijk volstrekt onverwachte geneigdheid van Milosevic een ‘niet-onderhandelbare’ vredesregeling inclusief terugtrekking te accepteren, werd in het diepste geheim bekokstoofd. Daarbij werd wel degelijk aan handjeklap gedaan. Het idee was ontsproten aan het brein van Karl Kaiser, buitenlandadviseur van de Duitse bondskanselier. Voor deze delicate klus werd de Zweedse zakenman Peter Castenveld ingezet. Hij handelde met goedkeuring van de Duitse, Finse en Amerikaanse regeringsleiders. Ook de Britten en Fransen waren akkoord met de geheime lijmpoging. De overige Navo-leden wisten van niets.


Castenveld is een vertrouweling van de Russen, voor wie hij een uitweg regelde uit de impasse met het Internationaal Monetair Fonds. Hij ging in het diepste geheim de Servische grens over en werd opgevangen door Russische officieren. Toen hij op 4 juni weer verdween, waren de uitgangspunten voor een officiële vredesregeling die Ahtisaari en Tsjernomyrdin een dag eerder voorlegden, aanvaard. Maar er werd weer keihard gevochten in Kosovo en over de terugtrekking van de Servische troepen was nog niets geregeld.


Volgens Rob de Wijk was de dreiging met terreurbombardementen, niet de Servische militaire en economische situatie, voor Milosevic de prikkel om de deal te sluiten. Op 7 juni, toen de B52’s zogenaamd koers zetten naar de berg Pastrik, maar opdoken in de buurt van Belgrado, werd die dreiging zo reëel dat de Serviërs definitief overstag gingen. Er is slechts één hiaat in de feiten: het is niet zeker wie het dreigement heeft geuit. De Wijk: ‘Ik heb Karl Kaiser gevraagd of Castenveld het gedaan heeft. Hij bezwoer me van niet. Dan acht ik het waarschijnlijk dat de informatie via de Russen is gelopen. Die zijn getipt en hebben Milosevic gewaarschuwd. Bewijzen kan ik dat niet. Dat is voer voor historici, vrees ik.’