Bondskanselier Merkel beslecht de voorhuidse twisten

Berlijn – Dat kunnen ze als geen ander, die Duitsers. Als het om principes gaat, dan vullen ze er wekenlang opiniepagina’s, discussiebijlagen, talkshows en debatavonden mee. En het gáát nu om principes.

Constitutionele principes, religieuze principes, ethische principes. De vrijheid van godsdienst, het recht op lichamelijke integriteit, het opvoedingsrecht van ouders. Inzet is de besnijdenis van onmondige jongetjes. Een Keulse rechter oordeelde eind juni, na een klacht over complicaties na de ingreep, dat besnijdenis een inbreuk is op de lichamelijke integriteit van het kind en dus strafbaar. Dat de ouders hadden ingestemd en dat de besnijdenis religieus gemotiveerd was, achtte de rechter van ondergeschikt belang.

Vertegenwoordigers van joodse en islamitische gemeenschappen – bien étonnés de se trouver ensemble – reageerden furieus. De strafbaarstelling van de besnijdenis was in hun ogen niets meer of minder dan een verbod op hun religie. Joodse woordvoerders lieten niet na van een hernieuwd verbod te spreken, om de Duitsers de jodenvervolging nog eens goed in te peperen. Geen aspect van de besnijdenis is de afgelopen weken onbesproken gebleven. Voorstanders benadrukten de vrijheid van godsdienst, het gebod van de heilige schriften, de waarde van de eeuwenoude traditie, de betekenis voor de religieuze identiteit, het onschuldige karakter van de ingreep en de hygiënische, epidemiologische en libidineuze voordelen.

Tegenstanders wezen er daarentegen op dat geen van die voordelen bewezen is, dat er nadelen zijn in de vorm van fysieke, psychologische en sociale trauma’s, dat het geen probleem kan zijn om de besnijdenis uit te stellen tot de jongen zestien jaar en daarmee religieus mondig is en dat het recht op lichamelijke integriteit een belangrijke, westerse verworvenheid is. De emoties liepen vooral aan joodse kant hoog op. ‘We zijn weer terug in de Middeleeuwen.’ ‘Ik voel me net als in de oorlog uitgekleed en blootgesteld.’ ‘Oké, dan gaan we allemaal naar Israël!’ In Berlijn concludeerde een in allerijl belegde conferentie van Europese rabbijnen dat hier sprake was van ‘de zwaarste aanval op het joodse leven sinds de holocaust’.

Politici en vertegenwoordigers van de christelijke kerken snelden de moslims en joden te hulp. De rechtsonzekerheid sinds het Keulse oordeel vonden ze onaanvaardbaar. De wetgever moest snel helderheid scheppen. Bondskanselier Merkel heeft inmiddels laten weten de besnijdenis zo spoedig mogelijk uit de strafrechtelijke sfeer te zullen halen. De ‘rechtsvrede’ staat op het spel, zo noemt men dat in Duitsland: het in vrede samenleven van bevolkingsgroepen die verschillende gewichten toekennen aan verschillende grondwettelijke rechten. Voor die rechtsvrede blijken de Duitsers bereid een minimaal stukje vlees te offeren.