Bondspresident voor de rechter

Berlijn – Christian Wulff, wie herinnert zich hem nog? Hij was president van de Bondsrepubliek van 2010 tot 2012, zo’n anderhalf jaar. Hij was de favoriet van bondskanselier Merkel. Een nette man, op wie weinig viel aan te merken. Zo leek het. Totdat uitkwam dat hij allerlei voordeeltjes meepikte en uitdeelde. Een snoepreisje hier, een vriendendienstje daar.

Verlekkerd sprong de pers er bovenop. Het ene schandaaltje volgde op het andere. Op 17 februari 2012 barstte de bom. Wulff trad voor de camera’s, met aan zijn zijde zijn jonge, blonde vrouw, en maakte zijn aftreden bekend. Hij vond dat hij niet langer beschikte over het vertrouwen dat voor de uitoefening van zijn ambt noodzakelijk was.

Wat bij het publiek bleef hangen, was het beeld van een politicus uit de provincie die gewend was zijn zaken in een netwerk van vrienden te ritselen en te regelen. De meeste schandaaltjes speelden in de tijd dat hij minister-president van de deelstaat Nedersaksen was. Men was het erover eens: een man die zo provinciaals dacht en handelde, was het hoge ambt niet waard.

Voor Wulff en zijn vrouw Bettina was de afgang catastrofaal. Het paar is inmiddels gescheiden. Maar terwijl Bettina Wulff al weer vrolijk aan een tweede leven is begonnen, met nieuwe baan en nieuwe geliefde, heeft de voormalige bondspresident zich in zijn eerherstel vastgebeten. Hij liet het op een rechtszaak aankomen, die vorige week begon.

Van alle verwijten aan zijn adres bleek er één ontvankelijk te zijn. Het gaat om een bezoek aan het Oktoberfest in München in 2008 op uitnodiging van zijn vriend David Groenewold. Wulff dacht alles uit eigen zak te hebben betaald, maar achteraf bleek zijn vriend ook een paar zaken voor zijn rekening te hebben genomen, en wel voor zeggen en schrijven 753,90 euro.

Het openbaar ministerie verwijt Wulff zich als minister-president te hebben ingezet voor Groenewolds filmbedrijf. Dus is er sprake van omkoping. Wulff vindt, zoals hij vorige week voor de rechter verklaarde, die aantijging ‘zijn eer te na’. Die eerste van 22 geplande rechtszittingen was een theaterstuk uit het genre ‘farce’. De aanklagers speelden de rol van bureaucratische bloedhonden, de verdachten Wulff en Groenewold presenteerden zich als slachtoffers van een door media en openbaar ministerie geënsceneerd lynchgerecht. Theatraal besloot Wulff zijn toespraak: ‘Ik verwacht dat nu eindelijk recht wordt gesproken!’