Bont en kaal

Ze leefden in twee verschillende eeuwen. De negentiende-eeuwse Franse componist Hector Berlioz was een groot bewonderaar van de in Duitsland geboren achttiende-eeuwse hervormingscomponist Christoph Willibald Gluck, hij bewerkte diens opera’s en had zonder zijn voorbeeld sommige van zijn opera’s misschien niet kunnen maken.

Medium opera

Op dit moment zijn in Nederland tegelijkertijd een opera van Berlioz en een van Gluck te zien en het vreemde is dat een grotere tegenstelling nauwelijks denkbaar is.

Benvenuto Cellini van Berlioz bij De Nationale Opera in Amsterdam is een gigantisch, bontgekleurd spektakel vol dansers, acrobaten, jongleurs, karikaturale personages, grote koren, lichteffecten en spectaculair bewegende decors. Daartegenover brengt De Nederlandse Reisopera Orphée et Eurydice van Gluck uiterst sober, in een decor dat alleen uit een golvende, kale vlakte bestaat met herkenbare, jonge personages.

Berlioz’ verhaal van de overmoedige Renaissance-beeldhouwer Benvenuto Cellini (oorspronkelijk uit 1838) wordt door Monty Python-regisseur Terry Gilliam geplaatst tegen uitvergrote gravures van de Romeinse graficus Piranesi, van kastelen, ruïnes en oneindig gecompliceerde trappenhuizen. Maar de personages zijn eerder negentiende-eeuwers en het geheel doet meer denken aan Londen in het midden van de negentiende eeuw dan aan de Renaissance. Berlioz heeft enorm veel muziek nodig om zijn verhaal te vertellen en hoe mooi het Rotterdams Philharmonisch Orkest ook speelde onder Sir Mark Elder, het is jammer dat niet is gekozen voor de versie uit 1852, verkort door Liszt, die een goede vriend was van Berlioz. Raar in deze opera over een kunstenaar is dat we hem nooit iets zien scheppen, het draait alleen om het in brons gieten van zijn beeld van Perseus. Gilliam heeft veel aandacht besteed aan aankleding en figuratie en aan de bizarre bijrollen, maar zijn spelregie schoot te kort bij de twee – overigens goed zingende – hoofdpersonen, John Osborn als Cellini en Mariangela Sicilia als Teresa.

Het is nu juist een van de heel sterke punten van Floris Visser dat hij ons in Glucks Orphée et Eurydice uit 1774 echte, tijdloze, jonge mensen laat zien in hun blijdschap, verwarring, angst en wanhoop. Eurydice sterft plotseling op haar bruiloft met Orpheus en deze is daarover zo droevig dat hij haar van de Liefde uit de Hades mag terughalen. Of is dat alles alleen maar een droom van Orpheus? Visser heeft maar weinig nodig om dat in zijn gecompliceerdheid te laten zien. Het kale landschap (decor en kostuums Dieuweke van Reij). Zes dansers die vloeiend opgaan in de mooi bewegende groep zangers van Consensus Vocalis (choreografie Pim Veulings); van vrolijke bruiloftsgasten worden ze gemakkelijk een droevige rouwstoet, furiën in de onderwereld of blijmoedige bewoners van de hemel. Een klein ensemble van het Symfonieorkest speelt helder onder dirigent Roger Hamilton. En dan vooral zijn er drie voortreffelijke, heel jonge hoofdrolspelers: de subliem zingende en spelende tenor Samuel Boden als Orphée, de prachtige sopraan Kristina Bitenc als Eurydice en een vrolijke, soms beschouwelijke Amour door Hanna Herfurtner of Bernadeta Astari. In dit geval vind ik de kaalheid van Visser verre te prefereren boven het overweldigende spektakel van Gilliam.


Benvenuto Cellini, t/m 31 mei in Nationale Opera Ballet, Amsterdam, operaballet.nl; Orphée et Eurydice, t/m 6 juni nog in Arnhem, Zwolle, Heerlen, Breda en Maastricht, reisopera.nl


Beeld: Benvenuto Cellini, solisten, koor van De Nationale Opera en acteurs