Bonus

De premierbonus is misschien voor de VVD, maar het CDA kan bij de verkiezingen wellicht rekenen op de verliezersbonus. De partij kan voor zowel een linkse als een rechtse coalitie de sleutel in handen hebben.

Medium den haag 34 2012 bonus

Wetenschappelijk is mijn verkiezingsonderzoek niet, maar de meeste mensen aan wie ik vraag of ze al weten op wie ze gaan stemmen, zeggen nog te twijfelen tussen deze en gene partij, of het zelfs totaal nog niet te weten. Dat blijkt een aardige steekproef te zijn, want volgens onderzoeksbureau TNS Nipo is ook nog maar een derde van de Nederlandse kiezers ‘geland’, zoals het bureau dat noemt. In de verkiezingsstrijd die dit weekeinde door het in de arena stappen van vvd-lijsttrekker Mark Rutte dan toch echt losbarst, is dus nog zeker wat te winnen voor politieke partijen.

Waar de zwevende kiezer zijn stem van laat afhangen, is divers: dat kan de persoon van de lijsttrekker zijn of een specifiek onderwerp dat voor hem of haar belangrijk is. Maar kiezers zijn ook meer en meer geneigd hun ‘landing’ te laten bepalen door strategie. We bepalen formeel dan weliswaar met onze stem de samenstelling van de Tweede Kamer, kiezers willen meer en meer meebepalen wie er in het Torentje komt. De kiezers willen meebeslissen wie er straks gaat regeren.

De politiek, althans die partijen die daar baat bij hebben, speelt daarop in en vergroot daarmee tegelijkertijd die tendens door de ­verkiezingsstrijd te framen als een strijd om het Torentje. In 2006 ging die strijd tussen cda-­leider Jan Peter Balkenende en zijn ­pvda-collega Wouter Bos, in 2010 tussen Rutte en pvda-opponent Job Cohen en dit verkiezingsjaar tussen Rutte en sp-leider Emile ­Roemer. Die tweestrijd kan een zwevende kiezer over de streep trekken; dit jaar kan het bijvoorbeeld de linkse zwevende kiezer doen beslissen niet op pvda of GroenLinks te stemmen, maar op de sp.

Oftewel, doen alsof de verkiezingen een tweestrijd zijn, kan voordelig zijn voor de twee partijen rond wie die strijd zich afspeelt. Des te meer omdat mensen geneigd zijn bij een winnaar te willen horen.

Als sp-leider Roemer de strijd van Rutte wint en de sp krijgt de grootste Kamerfractie, dan zou dat bijzonder zijn. En niet alleen omdat de pvda dan voor het eerst in haar historie niet meer de grootste partij op links is. Teruggerekend tot minister-president Joop den Uyl (pvda), in de jaren zeventig, zou het dan voor het eerst zijn dat het een zittende minister-­president niet lukt om na zijn eerste regeer­periode de verkiezingen te winnen.

Den Uyl won in 1977, met tien zetels extra; cda-premier Dries van Agt verloor in 1981 weliswaar één zetel maar het cda bleef wel de grootste partij; zijn partijgenoot Ruud Lubbers wist na zijn eerste regeerperiode in 1986 het zetelaantal te verhogen met negen; pvda-premier Wim Kok scoorde in 1998 acht zetels winst en Balkenende, ten slotte, bleef in 2003 na zijn eerste termijn de grootste partij, met één zetel extra. Ook de vvd gokt op deze premierbonus.

Als Mark Rutte de tweestrijd van Emile ­Roemer verliest, wil dat echter niet zeggen dat hij geen bonus heeft gekregen. Zoals het er nu naar uitziet zou de vvd wel eens extra ­Kamerzetels kunnen winnen, maar toch in de sp haar meerdere moeten erkennen. De strategie van de tweestrijd kan daarmee ook in het nadeel van de vvd ­uitpakken, juist omdat die strijd zwevende linkse kiezers die af willen van een rechts ­sociaal-economisch beleid richting sp duwt.

Voor de kiezer kan een tweestrijd een vreemde uitkomst krijgen. Na de naar Nederlandse maatstaven harde tweestrijd Balkenende versus Bos in 2006 kreeg de kiezer ze ­uiteindelijk allebei: de twee gingen samen ­regeren. Dat werd hun toen ook verweten. Deze keer zou het samen gaan regeren van sp en vvd nóg vreemder zijn: de koers van die twee partijen ligt verder uit elkaar dan die van cda en pvda destijds. Om het met woorden van ­pvda-leider Diederik Samsom te zeggen, al gebruikte hij die voor zijn eigen partij, ‘de kompassen’ van die twee partijen wijzen toch écht andere richtingen uit. Maar in coalitieland Nederland kun je samenwerking tussen de twee huidige opponenten echter maar beter niet uitsluiten.

Zoals de kiezer ook niet moet uitsluiten dat Roemer wél de winnaar van de verkiezingen wordt, maar niet de winnaar van de formatie. In Den Haag doen al speculaties de ronde over hoe andere partijen de sp, die nog nooit regeringsverantwoordelijkheid heeft gedragen, tijdens de formatie tegen een muur zullen laten lopen. Om dan vervolgens een kabinet te vormen met vertrouwde partijen zoals vvd, cda, pvda en d66.

Het kan, in 1977 won Den Uyl tenslotte ook de verkiezingen om na een lange formatie in de oppositiebankjes te verdwijnen. Zou het netjes zijn? De grootste groep kiezers zal zich buitenspel gezet voelen, hetgeen het vertrouwen in de democratie geen goed zal doen. Maar nu al is de argumentatie voor deze uitkomst uit te tekenen. De partijen die gaan regeren zullen zich ver­dedigen met het verwijt aan de sp dat deze geen compromissen wenste te sluiten. ­Omgekeerd zal de sp zeggen dat ze buitenspel is gezet. Dat laatste is niet onaannemelijk. De weerzin tegen de sp is groot, ook bij haar naaste verwanten pvda en GroenLinks.

Van de andere partijen is het vooral het cda dat de sleutel in handen heeft voor deze uitkomst van de formatie, omdat deze partij zowel nodig lijkt te zijn voor een linkse als voor een rechtse coalitie. Wederom ligt dan de sleutel bij het cda, net als in 2010, en zoals het er nu naar uitziet ook deze keer nadat deze partij verlies heeft geleden. De verliezersbonus moet dat maar gaan heten. Het cda koos begin dit jaar voor het radicale midden. Maar wat betekent dat eigenlijk als de partij wél zou wensen samen te werken met de vvd, die sociaal-economisch het meest rechts is, maar niet met de sp op uiterst links?