Booker Prize

Geen prijs schijnt zo veel invloed te hebben op de verkoopcijfers als de Booker Prize, een invloed die zo sterk is dat in het verleden uitgeverijen hun schrijvers nog wel eens adviseerden maanden domicilie te zoeken in het Britse Gemenebest, want alleen dan kon je voor de Booker in aanmerking komen.

Toen Michel Faber de laatste hand legde aan het canonieke The Crimson Petal and the White (2002) vroeg zijn uitgever of hij niet naar Engeland wilde verhuizen: ze hadden grote verwachtingen van zijn roman, en wilden de hoofdprijs niet bij voorbaat mislopen. Faber bedankte.

Anno 2014 zouden Fabers principes overboord kunnen. Vanaf volgend jaar hoef je niet langer burger te zijn van het Gemenebest; alle Engelstalige schrijvers, gepubliceerd in Groot-Brittannië, kunnen genomineerd worden. Is daarmee iets verloren gegaan? Volgens de organisatie was het alleen maar een logische stap, nu de wereld zo internationaliseerde. En toch is het moeilijk de Booker niet als Britse prijs te zien, want als je de lijst met gehonoreerden bekijkt, kom je er steeds op terug hoezeer die boeken het (voormalige) Britse rijk als onderwerp hadden. The Siege of Krishnapur van J.G. Farrell (1973) en Midnight’s Childrenvan Salman Rushdie (1980) verbeeldden prachtig de ineenstorting van het Britse rijk in Indië; Peter Carey’s epos True History of the Kelly Gang(2000) behandelde de wetteloosheid van de strafkolonie die Australië eigenlijk was; Pat Barker schreef met haar Ghost Road_-_trilogie (1995) een afscheid van de Britse literaire elite die in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog werd gedecimeerd, zoals Kazuo Ishiguro met The Remains of the Day(1989) een elegie schreef voor het upperclass-bestaan in de ‘great houses’ op het platteland; ‘neokoloniale’ schrijvers Arundhati Roy (The God of Small Things, 1997) en Kiran Desai (The Inheritance of Loss, 2006) zochten hun onderwerp in de verschillende vormen van culturele diaspora die overal in het Gemenebest te vinden zijn. En dan slaan we nog de schrijvers over die hun romans bouwden op de typisch Britse geschiedenis, met name de tweevoudig winnares Hilary Mantel, met haar Hendrik de Achtste-romans Wolf Hall(2009) en Bring out the Bodies(2012), die naar het schijnt de best verkochte Booker-winnaars ooit zijn.

Hoe dan ook: de zes genomineerden van dit jaar werden in vijf verschillende landen geboren, en hebben de meest uiteenlopende paspoorten. Eigenlijk was die internationalisering al lang een feit. Nu dus een formaliteit.