Vijf scenario’s voor de wereldeconomie

Boom + bubbel = boem

De Nederlandse economie zit met drie procent groei volgens waarnemers op de top van de cyclus. Maar voorbij de landsgrenzen tekenen zich alweer doemscenario’s af. Vijf ingrediënten voor een nieuwe crisis.

1) Als de dollar valt….

Stel je een gemeenschap voor waarin één persoon alles uitgeeft en opeet wat de rest spaart en maakt. Het is de vaak getrokken vergelijking met de wereldeconomie, waarin de Verenigde Staten al jarenlang meer goederen importeren dan uitvoeren. De grootste economie ter wereld kampt hierdoor met reusachtige tekorten op de betalingsbalans en een almaar oplopende buitenlandse schuld. Die wordt voor een belangrijk deel gefinancierd door vlijtig sparende, aanzienlijk minder consumerende Aziatische burgers en bedrijven.

De oeso, het imf en de Europese Commissie spreken over een op langere termijn onhoudbare situatie. Vroeg of laat gaan de Aziaten iets anders doen met hun spaargeld, valt de dollar en moeten de Amerikanen bezuinigen. De vraag is of dit geleidelijk gebeurt of door een plotselinge dollar crash. De meeste specialisten gaan uit van de gematigde variant. Sinds de piek eind 2000 werd de dollar ten opzichte van de euro al 36 procent minder waard. De nachtmerriescenario’s uit de jaren tachtig, toen een soortgelijk verhaal opging voor de verhouding tussen Amerika en Japan, zijn bovendien ook niet uitgekomen. Toch blijft het oppassen geblazen. Niet voor niets noemde het Centraal Planbureau de onevenwichtigheden in de betalingsbalans ‘de achilleshiel van de huidige succesvolle globalisering’.

2) Instortende huizenmarkt

De handelsbalans is niet het enige zorgenkindje van de Amerikaanse economie. De woningmarkt staat er evenmin rooskleurig voor. Vooral de zogenoemde subprime hypotheken, een kwart van de totale markt, baren zorgen. Het gaat om hypotheken, vaak met variabele rente, verstrekt aan huizenkopers van wie nog maar bezien moet worden of zij die hypotheken kunnen aflossen. Veel gezinnen leven bovendien van de overwaarde op hun snel in waarde gestegen, nog niet afbetaalde huis.

Om de risico’s te spreiden worden de hypotheken gebundeld in obligaties en doorverkocht aan een bredere groep beleggers. Inmiddels is een levendige handel ontstaan. Maar het gevaar is daarmee niet geweken. Een rentestijging – waarvan op dit moment sprake lijkt – kan tot afbetalingsproblemen bij huishoudens en het instorten van de huizenmarkt leiden. Als de Amerikanen minder hebben uit te geven, zijn de gevolgen daarvan tot in Europa voelbaar. Ook hypotheekverstrekkers en beleggers lopen gevaar. Afgelopen week nog maakte de grote zakenbank Bear Stearns bekend enkele miljarden te pompen in een van zijn twee noodlijdende hedgefondsen. Die dreigen om te vallen doordat ze te veel geld hebben geïnvesteerd in de markt voor subprime hypotheken.

3) Lucratieve yenhandel

‘We verzuipen in de liquiditeit’, merkte oud-Robeco-topman Jaap van Duin eens op, verwijzend naar de overvloed aan goedkoop geld in de financiële wereld. Een flink deel van de verklaring is in Japan te vinden, waar de rente op de yen aanhoudend laag is. Doel is de Japanse export te stimuleren. Maar een neveneffect is dat beleggers goedkoop de Japanse munt lenen om hiermee in andere landen obligaties te kopen, waarvoor ze veel meer rente krijgen. Tel uit je winst.

Hoe groot deze carry trade – goedkoop geleend geld beleggen in hoger renderende valuta – op dit moment is, weet niemand. Schattingen lopen uiteen van tachtig tot vele honderden miljarden euro’s. Het gevaar zit in de koers van de yen. Wat als die plotseling gaat stijgen? Dan zien beleggers zich opgezadeld met veel hogere yenschulden. Om die af te lossen moeten zij hun obligaties verkopen, waardoor de vraag hiernaar sterk afneemt. Een mogelijk resultaat is dat het duurder wordt voor overheden om geld te lenen, wat gevolgen heeft voor de rente, wat weer invloed kan hebben op al het andere genoemde in dit artikel, enzovoort.

4) Derivatenzeepbel

De risicovolle hypotheken zijn slechts één voorbeeld van de handel in zogenoemde derivaten. Onder die term valt een keur aan financiële producten, het ene nog gekker en abstracter dan het andere. Bij opties, termijn- en ruilcontracten kunnen sommigen zich nog wat voorstellen, maar zelfs de risico’s die al deze handel met zich meebrengt, zijn op zichzelf staande financiële producten geworden. De onderliggende waarde van alle derivaten bedroeg een jaar geleden 369.000 miljard dollar, een veelvoud van de totale omvang van de wereldeconomie. Indrukwekkende getallen om op te dreunen, al kan de waarde van zo’n vergelijking betwist worden.

Deze handel in derivaten verloopt voor een belangrijk deel niet via de beurs, maar onderhands, tussen partijen onderling. Tot de belangrijkste spelers behoren de hedgefondsen, die bovenop hun eigen vermogen een veelvoud lenen om bijvoorbeeld extra veel in derivaten te kunnen investeren. Critici waarschuwen voor een zeepbel die uiteen dreigt te spatten. De bloei van de derivatenhandel is te danken aan een relatief lange periode van goedkoop geld en rust. Als in één van die twee factoren verandering komt, zijn de gevolgen niet te overzien.

5) Een nieuw inflatiespook

Deels overlappend met de waarschuwingen voor te veel goedkoop geld en een derivatenzeepbel zijn de zorgen over een stiekeme inflatie. Dat chique ongemak vertoont een opmerkelijke gelijkenis met de gut feeling van jan met de pet over euro-inflatie, uit de klauwen lopende topinkomens en de handel in gebakken lucht in derivatenland. De geldhoeveelheid neemt sterk toe, zoveel is duidelijk. Maar in de officiële statistieken is geen spoor te vinden van hogere inflatie. Waar blijft het overtollige geld dan? Het is gissen, maar de mogelijkheid van een nieuw inflatiespook is reëel. Het zou een gevolg kunnen zijn van de ‘financialisering’ van de economie. Wie geld heeft, investeert het liever aan de beurs of in andere financiële producten dan in nieuwe bedrijven en uitbreiding van productie. Dat is immers tijdrovend, risicovol en het brengt mede door de wereldwijde concurrentie al decennialang minder op. De sluipende geldontwaarding zou volgens een artikel in NRC Handelsblad dan ook niet bij goederen en diensten zitten, maar bij financiële activa. ‘Kijk naar de opgeblazen prijzen van uiteenlopende zaken als metalen, vastgoed, verhandelbare bedrijfskredieten en nog veel meer. En huiver.’

Dat lijkt verdomd veel op het uit de jaren negentig bekende verhaal van de boom en de bubbel. De Bank voor Internationale Betalingen (bib) gooide afgelopen weekeinde olie op het vuur. In zijn jaarverslag waarschuwt de ‘bank der centrale banken’ voor de golf van goedkope kredieten, hoge schulden en financiële waaghalzerij. De vooruitzichten zijn desondanks goed, aldus de bib, maar economie is geen wetenschap die zich zomaar laat kennen en voorspellen. ‘Vrijwel niemand voorzag de Grote Depressie van de jaren dertig of de crises die Japan en Zuidoost-Azië troffen in de jaren negentig. Aan iedere neergang ging een periode van economische groei zonder inflatie vooraf die uitbundig genoeg was om veel commentatoren te doen spreken van het aanbreken van een “nieuw tijdperk”.’