‘BOORMAN MOET BEDRIEGEN’

In een recente speech voor het jaarlijkse diner van het Willem Elsschot Genootschap keek de Amsterdamse burgemeester Job Cohen naar Elsschots romans in het licht van de huidige crisis.

De relevantie ligt voor de hand, vooral wat Lijmen/Het been betreft. Cohen citeerde Elsschot zelf, die over dit werk zei: ‘In Boorman heb ik de moderne handelsgeest willen uitbeelden. Boorman bedriegt de mensen, neemt wat hij krijgen kan, speculeert op de domheid der reclamezieke zakenlui, alles omdat de mensen hem daartoe in de gelegenheid stellen, omdat iemand als hij in een kapitalistische maatschappij eenvoudig niet anders kan. Boorman moet bedriegen, zoals een bankier interest moet vragen. En een notaris die zijn hypotheken zo maar weggeeft, nou, die kan net zo goed heel zijn fortuin aan de armen geven en gek worden.’

Het deed Cohen denken aan Bernie Madoff en de hele kredietcrisis. Hoe kon het zo ver komen? Cohens antwoord blinkt niet uit door originaliteit: ‘Hebzucht zit nu eenmaal in de menselijke natuur ingebakken en we moeten dan ook niet verrast zijn over de gevolgen als wij de hebzucht ongebreideld haar gang laten gaan.’ Zo wordt de crisis weer eens herleid tot een moraliteitslesje. Het probleem? ‘De menselijke natuur’. De oplossing? Die natuur ‘breidelen’. In Cohens visie betekent dat vermoedelijk meer staatsinterventie om te beletten dat de kapitalistische trein door hebzucht ontspoort.

Voor Cohen gaat de crisis over ‘uitwassen van de hebzucht’ (de titel van zijn betoog). Elsschot daarentegen had het niet over uitwassen maar over het normale functioneren van de kapitalistische economie. Boorman doet wat hij doet, niet omdat hij buitenmatig hebzuchtig of gemeen is maar ‘omdat iemand als hij in een kapitalistische maatschappij eenvoudig niet anders kan. Boorman moet bedriegen, zoals een bankier interest moet vragen.’

Wat Elsschot aan de kaak stelt zijn niet de uitwassen maar de essentie zelf van ‘de moderne handelsgeest’. Als burgemeester van Amsterdam kun je hem daar moeilijk in volgen.

Cohens toespraak