Amerika’s staat van paranoia

Boos en bang

Barack Obama is een racist, fascist, moslim, socialist, marxist, dief en leugenaar. Gaat radicaal rechts in de Verenigde Staten door het lint of is dit slechts het lelijke gezicht van vrije meningsuiting?

NEW YORK – ‘Je kunt niet zomaar zeggen dat de president van de Verenigde Staten alle blanke mensen haat’, zei talkshowpresentator Joe Scarborough dinsdag in zijn programma Morning Joe op zender MSNBC. ‘Je kunt je niet wentelen in samenzweringstheorieën, zoals Beck een maand lang deed, door te suggereren dat de overheid concentratiekampen aan het opzetten is, en dan zeggen “ik kan het tegendeel niet bewijzen”.’
Met deze woorden opende Scarborough de aanval op zijn populaire collega Glenn Beck van Fox News. Hij voegde eraan toe: ‘Het opwekken van dit soort haat kan dodelijke gevolgen hebben. Ik zat in 1995 in het Congres, dus ik weet waartoe dit kan leiden.’ Daarmee verwees Scarborough naar de aanslag uit 1995 op een federaal gebouw in Oklahoma City, uitgevoerd door de extreem-rechtse terrorist Timothy McVeigh, waarbij 168 mensen omkwamen.
Scarborough, een Republikein die van 1995 tot 2001 parlementslid was, eindigde zijn tirade met een oproep aan conservatieve politici om Beck tot de orde te roepen. ‘Ik heb het tegen u, Mitt Romney, en elke andere Republikein die in 2012 president wil worden – jullie moeten je uitspreken tegen dit soort haat, want uiteindelijk ontploft die altijd in je gezicht.’

VEERTIEN jaar terug schreef het Southern Poverty Law Center (SPLC), een non-profitorganisatie die de activiteiten van zogeheten haatgroeperingen in de VS monitort, een brief aan Janet Reno, minister van Binnenlandse Zaken onder president Clinton, en waarschuwde Reno dat de opkomst van rechts-extremistische milities een ‘recept voor een ramp’ was. Nog geen half jaar later was de bomaanslag in Oklahoma City.
In augustus van dit jaar publiceerde het SPLC het rapport The Second Wave, waarin de organisatie opnieuw aan de bel trok over opkomend rechts-extremistisch geweld. Veel van de recente moorden en (pogingen tot) aanslagen die het rapport opsomt, zijn deels een reactie op de verkiezing van president Obama, schreef het SPLC.
Zo werd een man die aangaf ‘zeer van slag’ te zijn door de verkiezing van Amerika’s eerste zwarte president betrapt op het maken van een radioactieve bom. Twee racistische skinheads uit Tennessee waren van plan Obama te vermoorden. Een marinier in actieve dienst had hetzelfde plan. Een andere man, ook gefrustreerd door de verkiezingsuitslag, schoot twee agenten dood in Florida. Een man uit Pittsburgh die bang was voor inbeslagneming van zijn wapens vermoordde drie agenten. In Boston schoot een blanke man uit woede over de ‘genocide’ tegen zijn ras twee Afrikaanse immigranten neer.
Heidi Beirich, hoofd research van het SPLC, is minstens zo bezorgd als ze in de jaren negentig was: ‘Destijds ging rechts door het dak vanwege de verkiezing van Bill Clinton. De perceptie was dat een linkse president ieders wapens en vrijheid zou afpakken. Kortom, dezelfde retoriek als nu. Maar nu hebben we een Democratische, zwarte president en een hopeloos slechte economie. Ik heb veel militieleden persoonlijk geïnterviewd; bijna allemaal hebben ze een of andere economische tegenvaller gehad. De mensen zijn boos, bang en overspannen. Gisteren sprak ik een vrouw die Tea Party’s (anti-belastingbijeenkomsten – mvg) organiseert in het land. Zij had veel mensen horen praten over de noodzaak om geweld te gebruiken tegen de overheid. Er heerst zoveel paranoia onder de mensen die ik spreek: ze denken echt dat de overheid op het punt staat ze iets vreselijks aan te doen.’
Een mogelijk nog belangrijker verschil met de jaren negentig is volgens Beirich dat de huidige anti-overheidbeweging en extreem-rechtse ideeën steun vinden in de mainstream media: ‘Het is één ding als een zot als Orly Taitz (leider van de Defend Our Freedoms Foundation – mvg) verkondigt dat Obama niet in de VS is geboren en daarom geen legitieme president is. Het wordt anders als ook Lou Dobbs van CNN dergelijke dingen gaat roepen.’
Waar in de jaren negentig de radio de voornaamste megafoon voor radicaal rechts was, onder leiding van de nog altijd zeer aanwezige Rush Limbaugh, is dit nu de kabeltelevisie. Op Fox News komt het lawaai van commentatoren als Bill O’Reilly, Sean Hannity en de al eerder genoemde Glenn Beck, die Obama al een racist, fascist, nazi en marxist heeft genoemd. Op MSNBC heeft voormalig presidentskandidaat Pat Buchanan, tegenwoordig politiek commentator, onlangs gesuggereerd dat blanke Amerikanen nu lijden onder ‘precies hetzelfde als wat ooit de zwarte bevolking is aangedaan’.

DE KRACHT en hardnekkigheid van het grote ongenoegen onder rechts Amerika begonnen pas deze zomer tot de rest van het land door te dringen. Ja, al sinds de verkiezing van Obama waren er de Birthers geweest – fanatieke Obama-haters die ervan overtuigd waren dat hij niet in Hawaï maar in Kenia was geboren, en dus onrechtmatig president was geworden. Geen bewijsmateriaal kon de Birthers overtuigen van hun ongelijk. En in de winter en lente volgden de Tea Party’s, door Fox News en de Republikeinse Partij geregisseerde demonstraties tegen belastingverhogingen – of beter, tegen de angst daarvoor, want tot dusver heeft Obama nog geen enkele belastingverhoging doorgevoerd. Er leek geen reden om de Birthers of de Tea Party’s erg serieus te nemen. Toen het lawaai leek te verstommen en Obama’s waarderingscijfers in de zeventig bleven, deed het Witte Huis de hoepla dan ook af als The Silly Season.
In de daaropvolgende maanden zwol het lawaai echter aan tot serieus kabaal. Onder aanvoering van talkshowpresentatoren Rush Limbaugh en Glenn Beck werden de aanvallen extremer en nog persoonlijker. In juli begonnen politici in het hele land town hall-bijeenkomsten over de hervorming van de gezondheidszorg te organiseren, die regelmatig ruw werden verstoord door woedende demonstranten. Hun protesten waren niet altijd even rationeel. Denk aan bejaarden die brullen dat de overheid met haar poten van ‘hun Medicare’ moet afblijven – Medicare is een overheidsprogramma – of aan demonstranten die roepen geen ‘death panels’ te willen, alsof Obama van plan zou zijn ongeneeslijk zieken vervroegd te laten inslapen.
Maar hoe irrationeel ook, het kabaal hield aan. Op kabeltelevisie bleef er serieuze aandacht voor de Birthers en andere dwaze complottheorieën. En maar weinig Republikeinse politici bleken bereid zich publiekelijk tegen de Birthers en andere extremisten uit te spreken. Enkele Republikeinse bewindslieden sloten zich zelfs bij het koor aan. In Texas opperde gouverneur Rick Perry dat het misschien beter was als zijn staat zich van de unie zou afscheiden. Afgevaardigde Michele Bachmann uit Minnesota zei publiekelijk dat ze bang was dat Obama ‘opvoedingskampen voor Amerika’s kinderen wil oprichten’. Sarah Palin, bij de laatste verkiezingen nog kandidaat voor het vice-presidentschap, waarschuwde Amerika tegen ‘Obama’s death panels’.
De geest was uit de fles toen afgevaardigde Joe Wilson uit South Carolina op 9 september in de verenigde vergadering van het Huis en de Senaat tijdens een speech van de president ‘U liegt!’ brulde. Drie dagen later ‘marcheerden’ tienduizenden woedende demonstranten door Washington DC en maakten Obama uit voor onder meer racist, fascist, moslim, socialist, marxist, dief en natuurlijk leugenaar.
De massale Tea Party-rally werd ook bijgewoond door senator Jim DeMint uit South Carolina. Op de nationale televisie verklaarde DeMint, in vrijetijdskleding, dat hij zich tussen de mensen in de menigte meer op z’n gemak voelde dan tussen zijn medesenatoren. Hij stond vlak bij borden met hakenkruizen en afbeeldingen van gekrulde slangen, waaronder geschreven stond: ‘Verraad me niet’.
Extremisme is gemeengoed geworden. Dat bleek onlangs ook uit een peiling door onderzoeksbureau Public Policy Polling: 42 procent van de ondervraagde Republikeinen zei dat Obama geen Amerikaan is, 22 procent wist het niet en slechts 37 procent dacht dat hij wel een Amerikaan is. Ook ter linkerzijde bleken extreme aannames te hebben postgevat: 25 procent van de Democraten zei dat ze dachten dat president Bush opzettelijk de aanslagen van 11 september 2001 niet had tegengehouden, om in het Midden-Oosten oorlog te kunnen voeren.
Tot een paar weken terug dacht men dat de invloed van de uiterst rechtse beweging in verhouding tot haar krankzinnigheid zou blijven: luid, maar klein. Gematigde, ‘centrische’ intellectuelen als David Brooks, David Frum en Sam Tanenhaus betoogden dat de Republikeinen hun geloofwaardigheid verspeelden door zich te verbinden met fantasiepolitiek.
Iets dergelijks was eerder in 1964 beweerd door de historicus Richard Hofstadter. In zijn beroemde Harper’s-essay The Paranoid Style in American Politics deed hij de ook toen bestaande paranoia in het Amerikaanse openbare leven af als een ‘afleiding’. Destijds had de Republikeinse presidentskandidaat Barry Goldwater zich verbonden met het deel van het electoraat dat woest was over de opkomst van de Burgerrechtenbeweging. Het Amerikaanse politieke proces, zo betoogde Hofstadter, werkt via ‘consensus’ en ‘wederzijds respect’. Er is geen ruimte voor volk dat de geschiedenis ten onrechte als één grote samenzwering of een ‘moreel melodrama’ beschouwt. Goldwater leed dat jaar inderdaad een verpletterende nederlaag tegen Lyndon Johnson.
De gezaghebbende politiek analyticus Charlie Cook waarschuwt de Democraten echter voor de parlementsverkiezingen van november 2010. Er zijn tekenen dat een kentering mogelijk is, schrijft Cook: meer intensiteit bij de oppositiepartij, hoge werkloosheid en dalende waarderingscijfers van de zittende president – nog maar 56 procent volgens de laatste peiling door New York Times/CBS News.
Toch maakt de Democratische politieke consultant Bob Shrum zich geen electorale zorgen. ‘De Republikeinen gokken op negativisme en falen van de tegenpartij’, zei hij vorige week tegen New York Magazine. ‘Daarmee lopen ze in hun eigen politieke val. Als de mensen inzien dat er geen concentratiekampen zijn, als blijkt dat de angstverhalen rondom Obamacare (Obama’s gezondheidszorgplan – mvg) onzin zijn, dan volgt er een reactie tegen de mensen die ons dat allemaal verteld hebben.’
Vervolgens haalde Shrum het voorbeeld van Franklin D. Roosevelt aan. Dertig procent van de mensen haatte FDR en dat aantal bleef tijdens zijn drie ambtsperiodes gelijk. De Democraat wendde die haat aan om zijn eigen achterban te mobiliseren. In een campagnespeech in 1936 in New York zette hij rechts weg als ‘georganiseerd geld’ en verklaarde hij: ‘Ik verwelkom hun haat.’
Het is zeer de vraag of Obama in het huidige klimaat Roosevelts recept moet volgen. Haat gaat immers vaak gepaard met gewelddadige fantasieën – en die komen soms uit. Het bekendste gewelddadige voorbeeld uit de recente Amerikaanse geschiedenis is de moord op John F. Kennedy. Hij werd in de maanden voor zijn dood door rechtse activisten uit Texas beschuldigd van ‘verraad’, een term die ook Obama-haters graag bezigen. Een town hall-bijeenkomst van Obama over de gezondheidszorg in New Hampshire werd bezocht door een gewapende man die een affiche meedroeg waarop stond: ‘Verraad me niet’ en ‘Het is tijd om de boom der vrijheid water te geven’. Dat laatste was een ondubbelzinnige referentie aan een citaat van Thomas Jefferson, de man die in 1776 de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring opstelde. Het bedoelde Jefferson-citaat: ‘De boom der vrijheid moet van tijd tot tijd worden ververst met het bloed van patriotten en tirannen.’