Het Russische vijandbeeld blijft

Boos op de opdringerige adelaar

Rusland verheugt zich op een post-Amerikaanse wereldorde. Maar nog altijd is confrontatie met de grote vijand van weleer het afzetpunt voor de Russische identiteit. ‘We beschouwen onszelf altijd door de ogen van het Westen.’

Medium anp 31768938

Wat als de Sovjet-Unie niet uiteen was gevallen? In de geschiedwetenschap zijn dit soort als-dan-redeneringen doorgaans weinig populair (niet-bestaande feiten laten zich lastig bestuderen). Maar leg deze vraag voor aan een gezelschap Russische politiek experts en er ontstaat een uiterst serieuze discussie – met als dominant geluid dat het Rode machtsblok in 1991 te plotseling ineenklapte, dat de Verenigde Staten daarom de kans kregen om de wereld zowel politiek als economisch naar hun hand te zetten, en daarbij Rusland te kleineren. Tijdens een recente bijeenkomst, georganiseerd door de Valdai Discussion Club, een Russische denktank voor internationale vraagstukken, weerklinkt die overtuiging tijdens het openingsdebat dat in het teken staat van de 25ste verjaardag van het uiteenvallen van de Sovjet-Unie.

De jaarlijkse conferentie van de Valdai Discussion Club is een aardige graadmeter voor wat er in de hoofden van de Russische bovenlaag omgaat. Begonnen in 2004 als poging om een brug te slaan tussen Rusland en de internationale intellectuele elite is dit Russisch Davos de afgelopen jaren meer parallel gaan lopen met de koers van het Kremlin dan andersom. In 2014 nam Vladimir Poetin voor het eerst persoonlijk deel. Hij hield een speech die door velen wordt gezien als programmatisch voor hoe het Kremlin de wereld tegemoet treedt: op basis van een vijandbeeld. Poetin richtte zijn pijlen vooral op Amerika, de ‘zogenaamde winnaar’ van de ‘zogenaamde Koude Oorlog’ die volgens hem sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie permanent op missie is om de wereld zowel politiek als economisch naar zijn beeltenis te scheppen.

De woorden die Poetin twee jaar geleden sprak, zijn een bewijs van een Russische constante: het zelfbeeld wordt in belangrijke mate bepaald door de verhoudingen met de ander. ‘Het is een kwestie van de innerlijke spiegel’, zei Lev Gudkov, directeur van het Levada Center, een onafhankelijke opiniepeiler in Rusland die onder druk staat sinds te zijn aangemerkt als ‘buitenlandse agent’, recentelijk in een interview. ‘We beschouwen onszelf altijd door de ogen van het Westen.’ Het interview verscheen in een speciaal nummer van het tijdschrift Russia Direct, gelieerd aan staatskrant Rossiyskaya Gazeta, met als thema: ‘Nationale identiteit. De 25-jarige zoektocht naar een nieuw Rusland’. Het is een illustratie dat Rusland midden in een nieuwe fase van soul-searching zit, die vooral in het teken staat van het afschudden van het idee dat het de verliezer van de Koude Oorlog is. Ironisch genoeg draait dat uit op een nieuwe confrontatie met de Verenigde Staten.

Om de positie van Rusland in de huidige wereldorde verder te bespreken, laat een honderdtal Russische en buitenlandse denkers zich dit jaar per skilift vervoeren naar een luxehotel bij Sotsji, met uitzicht op besneeuwde bergtoppen. Deze editie van de Valdai-conferentie doet denken aan De toverberg van Thomas Mann: een internationaal gezelschap dat de omgang tussen de volken van de wereld bespreekt, terwijl het de longen vult met frisse berglucht. En net als in de roman van Mann staat de vredige alpinesetting in scherp contrast met de oplopende spanningen dichter bij zeeniveau. De verhoudingen tussen Rusland en de Verenigde Staten zijn gedaald tot het niveau van de meest gespannen momenten tijdens de Koude Oorlog.

Vooral de oorlog in Syrië drijft de Russen en de Amerikanen steeds verder uit elkaar. Na herhaalde Russische bombardementen op Aleppo braken de VS begin oktober het diplomatieke verkeer met de Russen af, contact wordt slechts zeer voorzichtig weer hersteld. De Russische regering is ervan overtuigd dat juist zij voor het goede strijden door Assad te hulp te schieten in de strijd tegen islamitische strijdgroepen. ‘Als wij er niet waren geweest, was nu niet Raqqa, maar Damascus de hoofdstad van IS’, aldus Mikhail Bogdanov, onderminister van Buitenlandse Zaken op de Valdai-conferentie. In die uitspraak klinkt teleurstelling door, gemeend of niet, over het afwijzen van de uitnodiging om samen met de Verenigde Staten een front te vormen tegen IS, net zoals de twee landen in de vorige eeuw samen optrokken tegen nazi-Duitsland.

Ondertussen rolt Rusland met zijn spierballen. Begin oktober zette Poetin een streep door een aantal nucleaire verdragen met de Verenigde Staten, uit ergernis dat de Amerikanen te weinig vorderingen maken met het vernietigen van hun radioactief oorlogsmaterieel. Aan het eventueel intrekken van deze dreigende stap verbond Poetin een eisenpakket dat de grieven van Rusland tegen het Westen weerspiegelt: het terugbrengen van Navo-aanwezigheid tot het niveau van het jaar 2000, het opheffen van de handelsbeperkingen die zijn opgelegd vanwege Oekraïne en herstelbetalingen voor de schade die is geleden als gevolg van die sancties.

Kort daarna stelde Rusland langeafstandsraketten op in Kaliningrad, bij de Poolse grens, waarmee Berlijn binnen het bereik van Russische kernwapens kwam te liggen. De Admiraal Kuznetsov, een Russisch vliegdekschip, legde een tocht af via het Kanaal richting Middellandse Zee. Stuk voor stuk zijn het onderstrepingen van het Russische gezegde dat tv-presentator en Kremlin-spreekbuis Dmitry Kiselev aanhaalde toen hij over dit machtsvertoon sprak: ‘Het duurt even om het Russische paard te zadelen, maar daarna rent het hard.’

‘Met Amerika zelf is niet veel mis, het is een land waar we veel van kunnen leren. Wel mis is een scheve machtsbalans’

Ook wat betreft het denken is het Russische paard in volle galop, zo blijkt tijdens de driedaagse bijeenkomst van de Valdai-club. De deelnemers schetsen de contouren van een nieuw internationaal bestel dat door sommige aanwezigen het etiket ‘de postwesterse wereld’ opgeplakt krijgt. ‘Het wordt meer en meer merkbaar dat de unipolaire wereld van de afgelopen 25 jaar, waarin Amerika de toon zet, plaatsmaakt voor een multipolaire wereld waarin Rusland, China en Amerika elkaar in evenwicht kunnen houden’, legt politiek analist Alexei Klebnikov uit. Volgens hem moeten deze analyses niet worden verward met Russisch anti-Amerikanisme. ‘Met Amerika zelf is niet zoveel mis, het is een land waar we veel van kunnen leren. Wel mis is een scheve machtsbalans, in het voordeel van Amerika.’

Een vergelijkbare analyse komt naar voren in een gesprek met Alexei Mukhin, directeur van het Centrum voor Politieke Informatie, een politiek adviesbureau dat goede banden met het Kremlin onderhoudt. ‘Op dit moment is de macht in de wereld scheef verdeeld’, zegt Mukhin. ‘Zeker nu Rusland buiten de G8 staat, kunnen de Verenigde Staten doen wat ze willen.’ Hij somt de voorbeelden op die nagenoeg iedere Rus – van de man op straat tot de professor op de universiteit – paraat heeft wanneer Amerika ter sprake komt: militaire interventies in Afghanistan, Irak en Libië, zonder steun van de VN Veiligheidsraad, en met chaos en instabiliteit in die landen als gevolg. ‘Amerika ziet het als zijn taak de wereld veiliger te maken. Het probleem is: die taak zien wij ook voor ons weggelegd, maar we hebben andere opvattingen over wat dat betekent’, aldus Mukhin.

Mukhin vertegenwoordigt een geluid dat de afgelopen jaren sterker is gaan klinken in de Russische omgang met het Westen en dat ergens tussen de uitgestoken hand en het rabiate anti-Amerikanisme van sommige Russische politici valt. Welke overtuigingen daaraan ten grondslag liggen, kwam duidelijk naar voren in een artikel dat afgelopen voorjaar verscheen in Foreign Affairs. Het was geschreven door Fyodor Lukyanov, voorzitter van de Russische Adviesraad voor Buitenlands en Defensiebeleid. Volgens Lukyanov is de huidige spanning tussen Rusland en de Verenigde Staten niet enkel het gevolg van conflicten in Syrië en Oekraïne, maar vooral ook van verschillende opvattingen over de betekenis van de geschiedenis sinds 1991.

‘Voor Amerikanen en andere westerlingen is de erfenis van de sovjet-ineenstorting simpel: Amerika won de Koude Oorlog en nam zijn rol in als ’s werelds enige supermacht, terwijl post-sovjet-Rusland er niet in slaagde zich als regionale macht te integreren in een door Washington geleide naoorlogse liberale internationale orde’, aldus Lukyanov. Russen zien het volgens hem anders: ‘In hun ogen is Ruslands ondergeschikte positie het illegitieme resultaat van een onophoudelijke campagne om het land onder de duim te houden.’

Rusland heeft zich lange tijd geschikt in de verliezersrol, maar heeft sinds een aantal jaren gekozen voor de rol van revanchistische grootmacht. Volgens Lukyanov is dan ook de tijd gekomen om afscheid te nemen van het paradigma van winnaars en verliezers, en de rechten die daaraan ontleend worden. Ten eerste omdat het de verstandhouding tussen Rusland (dat een inferioriteitscomplex krijgt aangepraat) en Amerika (dat lijdt aan winnaarsarrogantie) in de weg staat, maar ook omdat de internationale machtsverhoudingen inmiddels veranderd zijn. Er zijn andere grootmachten op het wereldtoneel verschenen, die niet alleen de Amerikaanse economische dominantie bedreigen, maar ook de morele en militaire hegemonie van de Verenigde Staten betwisten. Rusland rekent zich daartoe, in ieder geval wat betreft die laatste twee.

De opvatting dat de – lange – eeuw van Amerika op zijn einde loopt, is niet louter een speeltje van Kremlin-minded Russische intellectuelen die een historiografisch rookgordijn proberen op te trekken om Russische militaire bemoeienis met Oekraïne en Syrië aan het zicht te onttrekken. Dat het zwaartepunt van de macht van West naar Oost verschuift, is de afgelopen jaren veelvuldig opgetekend. Recentelijk is de aandacht daarbij meer komen te liggen op wat dat betekent voor hoe het Westen naar zichzelf kijkt. In zijn recente boek Easternisation laat Gideon Rachman, buitenlandcommentator van de Financial Times, zien dat zelfs als de leiders van de Verenigde Staten beseffen dat hun invloed aan het afnemen is, dit op het hoogste politieke niveau niet wordt toegegeven. De electorale risico’s daarvan zijn te groot (hier ligt een verklaring waarom de spanning tussen Rusland en Amerika vooral oploopt met de verkiezingen in het vooruitzicht).

Tegelijk zit er iets dubbels in de Russische omgang met de verschuivende internationale verhoudingen. De macht van de Verenigde Staten mag dan tanende zijn, de gewraakte unipolaire wereldorde mag niet rustig sterven maar wordt in Rusland gevierd met een uitvoerige dodendans. Terwijl Nederland op zondag lacht met Arjen Lubach wordt de Russische kijker getrakteerd op Zondagavond met Vladimir Soloviev, een discussieprogramma waar als vast onderdeel een buitenlandse pro-westerse gast wordt uitgenodigd, die dient als stootzak voor de Russische opiniemakers en politici die tekeergaan tegen Amerika.

‘73 jaar Sovjet-Unie heeft het vermogen van de Rus om voor zichzelf te denken vernietigd’

Op zaterdagavond staat Postscriptum op het programma, gepresenteerd door Alexei Pushkov, voorzitter van de Commissie internationale Zaken van de Doema en auteur van Confrontatie: Obama versus Poetin. Zijn boek is een woedende aanklacht tegen Amerika dat een ‘reset’ beloofde van de Russisch-Amerikaanse betrekkingen, maar volgens Pushkov gewoon is doorgegaan Rusland in een hoekje te drijven en een puinhoop van de wereld te maken. De bewijslast komt in de vorm van de verdere uitbreiding van de Navo-infrastructuur aan de grens met Rusland en een wereldwijde economische crisis die zijn oorsprong vond in het Amerikaanse financieel stelsel. Pushkovs tv-programma ligt in het verlengde van wat hij schrijft.

‘Iedereen heeft genoeg van de hegemonie van de Verenigde Staten’, zegt Leonid Reshetnikov, gevraagd naar waarom het anti-Amerikanisme zo sterk opspeelt in Rusland. ‘En het zelfvertrouwen groeit dat die ook inderdaad voorbij is.’ Reshetnikov – geboren in 1947, carrière gemaakt bij de buitenlandse veiligheidsdienst – is voorzitter van het Russisch Instituut voor Strategische Studies, een per presidentieel decreet opgericht adviesorgaan voor veiligheidsvraagstukken. ‘Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie geloofde men dat Rusland geen concurrent meer zou zijn voor de Verenigde Staten. Nu blijkt dat wel zo te zijn’.

Onlangs zette Reshetnikov zijn overtuigingen nog eens uiteen in een rapport getiteld ‘De Amerikaanse Ideologie. De Amerikaanse poging tot mondiale overheersing’, waarin Amerika wordt afgeschilderd als opdringerige adelaar die zijn klauwen uitstrekt door middel van de Navo, de dollar en Amerikaanse multinationals. Hij schreef het samen met Katehon, een ultra-conservatieve denktank die zich tegen ‘neoliberale globalisering’ keert en hamert op het belang van ‘traditionele waarden’, belichaamd in instituten als de familie (waarbinnen geen plaats is voor homoseksualiteit) en de Russisch-orthodoxe Kerk. Volgens Reshetnikov vormt het Amerikaans imperialisme nog altijd een bedreiging voor Rusland precies omdat het in zijn land nog altijd ontbreekt aan een eigen identiteit die meer behelst dan ‘post-sovjet’.

‘Rusland begint in feite nu pas over het ineenstorten van de Sovjet-Unie heen te komen en zich af te vragen welke rol het wil spelen in de huidige wereldorde’, aldus Reshetnikov. Op de vraag waarom een kwart eeuw na de val de Sovjet-Unie het denken over een eigen Russische identiteit zich nog steeds in de beginfase bevindt, luidt het antwoord: ‘73 jaar Sovjet-Unie heeft het vermogen van de Rus om voor zichzelf te denken vernietigd. Het duurt lang om daarvan af te komen.’

Reshetnikov is niet de enige die de botsing met de Verenigde Staten verbindt met identiteitspolitiek. In zijn artikel voor Foreign Affairs komt Fyodor Lukyanov tot dezelfde slotsom. ‘Rusland is in de greep van een identiteitscrisis. Daarom hebben de Russische leiders ervoor gekozen om het idee van totale westerse overheersing uit te spelen’, schrijft hij. De militaire interventies in Joegoslavië, Irak en Libië en het aanmoedigen van de kleurenrevoluties in de post-sovjetlanden vormen ook volgens hem het bewijs van de breedgedragen overtuiging dat het Westen zich weinig aantrekt van nationale soevereiniteit als het dat uitkomt, en dus met twee maten meet wanneer het Rusland militaire bemoeienis buiten de landsgrenzen verwijt.

Er is weinig voor nodig om vanuit die voorbeelden de dreiging van interventie in Rusland zelf te voelen. Op die manier legt Lukyanov bloot wat op dit moment nog het afzetpunt van het Russische zelfbeeld vormt: ‘De diepgevoelde overtuiging dat het Westen altijd op zoek is naar klassieke geopolitieke expansie en wil dat iedereen naar westerse normen leeft. Als het kan door overtuiging, en als het nodig is met geweld.’

Dat Rusland steeds nieuwe wegen vindt om de botsing met de VS uit te spelen, bleek tijdens de afsluiting van de recente Valdai-conferentie. Vanaf het begin is er gefluisterd dat er mogelijk een ‘speciale gast’ zal komen. En inderdaad maakt Vladimir Poetin zijn opwachting tijdens de slotbijeenkomst. Dit jaar presenteert de Russische president zich als een hedendaagse andersglobalist. Hij spreekt over ‘een wereldeconomie die niet los weet te komen van een systemische crisis’ en de noodzaak ‘globalisering anders in te richten’. De Verenigde Staten hebben volgens Poetin te lang geleefd in de ‘euforie’ dat ze de Koude Oorlog gewonnen hebben en gekozen voor globalisering die veiligheid en voorspoed biedt voor henzelf, maar niet voor iedereen. ‘We moeten voorwaarden scheppen voor economische groei op een tempo dat een einde maakt aan een wereld die is verdeeld in permanente winnaars en permanente verliezers.’

Het zijn precies dit soort woorden die de anti-Amerikaanse opstelling van Rusland zo ongemakkelijk maakt. Het Russisch paradigma is tegengesteld en voelt tegelijk vertrouwd. De overtuiging dat globalisering geschoeid op Amerikaanse leest bij uitstek deelbelangen dient, is ook in Europa gemeengoed, van de linkse Occupy’ers tot de rechtse cultuurconservatieven. Ook teruggrijpen op identiteitspolitiek in een wereld waarin de politieke en economische verhoudingen volop aan het schuiven zijn, is ook het Westen niet vreemd. Rusland gaat hier nu in voorop. En niet alleen in de vorm van Poetin, die een vijandbeeld goed kan gebruiken bij de presidentsverkiezingen van 2018. De bevolking lijkt hem daarin te volgen. Het Levada Center rapporteerde in oktober dat 84 procent van de Russen Poetin steunt.


Beeld: Nationalistische activisten voor de Amerikaanse ambassade in Moskou tijdens een protest tegen de buitenlandpolitiek van de VS (Sergei Ilnitsky / EPA / ANP)