Boos op festival

Er waren veel woedende reacties op het Holland Festival van dit jaar. Wagner-fanaten vonden dat diens Ring werd ontheiligd, in het Amsterdamse Oosterpark, op een groot popfestivalscherm, gratis en gelardeerd met bockworst, frieten, wijn en bier.

Toneelliefhebbers beweerden dat de Italiaanse regisseur Romeo Castelluci de grenzen van wat nog toneel mag heten overschreed door zijn eigen zes kindertjes met een speelgoedtrein rond te laten dartelen en alleen met één kleine gele ster aan te geven dat het hier om Auschwitz ging. De Amsterdamse justitie liet enorme daadkracht zien door van een controversiële fototentoonstelling een paar blote jongetjes en een vader-met-halve-erectie in beslag te nemen. Duitsofielen waren boos omdat vanuit Düsseldorf een provocerende voorstelling van Oscar Wildes Salome was gehaald, waarin regisseur Einhar Scheef zijn acteurs martelde door ze in de nok van de Stadsschouwburg aan een enorm kruis te hangen of aan één been bloot op te hijsen, en de toeschouwers pestte door een verblindende schijnwerper en veel onverstaanbaar gekrijs op ze te richten. Bewonderaars van de schrijfster Marguerite Duras verweten festival leider Ivo van Hove dat hij haar India Song van alle warmte en weemoed had ontdaan. En mijn kleindochter van zes klaagde omdat er tijdens het sprookjesspektakel Arthur met muziek van Purcell in de hele Stadsschouwburg geen ijsje te krijgen was. Alleen deze laatste klacht snijdt hout: wie jongeren wil trekken moet ook voor ijsjes in de pauze zorgen. Voor het overige betekent al die kritiek dat de festivalprogrammering interessant en spannend was.