Protest-ethiek anno 2011

Boos zijn is genoeg

Occupy Amsterdam krijgt kritiek vanwege het gebrek aan leiders en programma. Over één ding zijn de betogers het echter eens: de politiek moet zich erbuiten houden. ‘Het volk is aan zet.’

Medium hh 13392474

POLITIEKE PARTIJEN weren of niet? Over die vraag discussiëren de betogers van Occupy Amsterdam, afgelopen maandag, zittend op de trappen van het Beursplein-café. ‘Weren’, zo meent de eerste demonstrant die het woord neemt. 'Zodra partijen of vakbonden zich hier gaan vertonen wordt het campagnevoeren.’ De stelling wordt beantwoord met instemmend gemompel van de vijftig man die zich bij de Beurs van Berlage verzameld hebben. 'Maar hoe zit het met de openheid van de beweging?’ luidt de tegenwerping van een jongen in leren jack met grijze sjaal. 'Het is voor mij geen probleem als buschauffeurs hier rondlopen in vakbondshesje. Zolang er maar niet één groep gaat domineren.’ Een enkeling ziet een kans om de gelederen te versterken. 'De Telegraaf schrijft best positief over Occupy. Ze hebben alleen moeite met al die socialistische en marxistische symbolen. Als we die nou weglaten, trekken we in een keer de hele PVV leeg’, aldus een jonge deelnemer. Na een dik half uur is er consensus over de stelling dat politieke partijen mogen 'participeren, maar niet domineren’.
De vergadering over politieke inmenging was de eerste na het weekend waarin de Occupy-beweging ook in Nederland voet aan de grond kreeg. Brandpunt van de Nederlandse tak van de beweging die wereldwijd honderdduizenden mensen de straat op doet gaan uit naam van de 99 procent, was het Amsterdamse Beursplein waar betogers de microfoon grepen om hun verontwaardiging te uiten over onderwerpen uiteenlopend van privacyschending tot de kap van regenwouden, van bankiersbonussen tot het opsouperen van fossiele brandstoffen. Iedereen die boos is over iets wat buiten zijn macht om gebeurt was welkom om het Beursplein, of welk plein dan ook, te komen bezetten. Noem het protest-ethiek anno 2011. Het is de verontwaardiging die telt. Waar die vandaan komt doet minder terzake.
Volgens Jacquelien van Stekelenburg, onderzoeker aan de Vrije Universiteit en gespecialiseerd in protestbewegingen, weerspiegelt de Occupy-beweging daarmee deze tijd die ze, onder verwijzing naar de socioloog Zygmunt Bauman, als 'liquide’ omschrijft. 'In de protesten zie je de overgang van een vaste naar een vloeibare samenleving. Vaste verbanden maken plaats voor vluchtige associaties. De Occupy-beweging bestaat uit een verzameling losse individuen die tijdelijk aanhaken. Wat ze met elkaar verbindt is een algemeen gevoel van onvrede.’
Dat de Occupy-protesten drijven op een potpourri aan grieven, en niet op een specifieke politieke agenda, bleek voer voor critici. Waar de demonstranten op Wall Street de afgelopen weken bemoedigend werden toegesproken door de economen Joseph Stiglitz en Jeffrey Sachs en cultfilosoof Slavoj Zizek, moeten de Nederlandse Occupiers het vooralsnog zonder steun van opiniemakers stellen. De reacties die er komen, zijn merendeels geringschattend. In de kranten werd vooral het gebrek aan een vastomlijnd programma breed uitgemeten. Veel columnisten reageerden teleurgesteld. Frank Kalshoven schreef in de Volkskrant dat hij maar wat graag de loftrompet op de Occupy-protesten had gestoken, maar dat de punten van de betogers deels té ambitieus, deels overbodig waren. Schrijfster Renske de Greef stelde in NRC Handelsblad dat ze best zou willen demonstreren, 'maar niet samen met deze mensen’.
De kritiek dat de Occupiers geen duidelijke agenda hebben, is voorbarig, meent Van Stekelenburg. 'Bij klassieke demonstraties krijgen deelnemers hun eisenpakket aangereikt van een organisatie, zoals een partij of een vakbond. De Occupy-beweging moet zelf een ideologie bij elkaar knippen en plakken. Dit protest is nu nog een kwestie van intekenen en je eigen grieven meenemen. Maar naar verloop van tijd kunnen daar zeker collectieve claims uit voortvloeien.’
Zizek waarschuwde de aanwezigen in Zuccotti Park voor het te snel opgaan in het eigen gelijk. Zijn boodschap zou dus ook wel eens voor de critici kunnen gelden. Het gemak waarmee de Occupy-protesten worden afgedaan doet geen recht aan de moeite die wordt genomen om tot een agenda te komen. Op alle plekken waar de protesten plaatsvinden is veel aandacht voor discussie. En met resultaat. Bekend is de kritiek op de financiële sector en de politici die het bancaire stelsel een hand boven het hoofd houden. Maar in het verlengde daarvan richten de betogers zich tegen de politiek als zodanig. Occupy heeft niets met 'het kiezen van mensen die het volk toch niet vertegenwoordigen’, zoals een demonstrant op het Beursplein luid riep.
Van Stekelenburg ziet een parallel met de 15-mei-beweging in Spanje die duizenden indignados ('verontwaardigden’) op de been bracht. 'Uit het onderzoek bleek dat die beweging een nieuw type demonstrant trok: hoogopgeleide jongeren die, zoals dat in vaktermen heet, weinig sociaal ingebed zijn en nauwelijks banden hebben met de politiek. Ze zijn zelden lid van een organisatie en hebben een laag politiek vertrouwen. In Nederland, traditioneel een land met een hoog politiek vertrouwen, is die groep weliswaar een stuk kleiner, maar je ziet dat dit type demonstratie vooral de bewust politiek afzijdigen aanspreekt.’ Afkeer van partijpolitiek, kortom, heeft het potentieel om een collectieve claim te worden.
Bijna zonder uitzondering vinden de demonstranten dat het systeem van parlementaire democratie 'verouderd’ is. Max der Werff, nette broek, das, blauw jasje, getooid met een bescheiden bord met daarop de tekst 'Stop de VOC-mentaliteit’, hoopt dat politieke partijen zich buiten de beweging houden: 'Het grootste gevaar is dat deze beweging politiek wordt gekaapt. Het zou de dood van de protesten betekenen.’ Dennis, een jonge Amsterdamse softwareontwerper, hoopt dat de bezetting van het Beursplein het begin is van een 'beweging die niet meer meedoet aan verkiezingen’. Tot voor kort was hij lid van D66. Hij zegde zijn lidmaatschap op. Partijpolitiek is vooral iets voor 'baantjesjagers’ meent hij. Stemmen doet hij niet meer. Ook volgens Seth Lievense, docent maatschappijleer en een van de initiatiefnemers, is het idee van volksvertegenwoordiging achterhaald. 'Wat de Occupy-protesten laten zien, is dat we geen vertegenwoordigers nodig hebben om onze stem te laten horen’, aldus Lievense.

HUN ALGEHELE kritiek op het circus van politieke partijen, volksvertegenwoordiging en Kamerdebatten delen de Occupiers met het type ontevreden burger dat zich bij voorkeur uitlaat op digitale fora zoals GeenStijl en De Dagelijkse Standaard. Hun klacht is dezelfde: niet politici, maar de politiek als geheel is het probleem. Voor zowel de 'reaguurder’ als voor de Occupier is het hele systeem verrot. Verschillen tussen links en rechts doen dan niet meer ter zake. Niet omdat de samenleving een postideologisch tijdperk is ingegaan, maar omdat de VVD net zo perfide is als GroenLinks. Beide vertegenwoordigen voor hen hetzelfde failliete systeem. Maar wat de Occupier onderscheidt van zijn cynische tegenhanger op de populaire weblogs, is dat hij de straat op gaat in een poging gelijkgestemden te ontmoeten voor een uitwisseling van ideeën. En daarbij duldt hij geen inmenging.
Op de vrijdag voor de manifestatie lieten de initiatiefnemers daarom weten dat politieke organisaties niet welkom zijn op het Beursplein. Een teleurstelling voor de jongerenafdelingen van de VVD, SGP, GroenLinks en PVDA. De SGP-jongeren en de JOVD zeggen dat ze de Occupy-actie hoe dan ook wilden mijden. De jongerenorganisaties van de PVDA en GroenLinks konden zich voorstellen wel aanwezig te zijn, maar hebben begrip voor de banvloek. 'Om de financiële wereld wakker te schudden heb je een brede beweging nodig, niet een die bepaald wordt door een politieke kleur’, zegt Rick Jonker, voorzitter van de Jonge Socialisten.
Tekenend voor de manier waarop Occupy Amsterdam bestaande institutionele kanalen omzeilt is de wijze waarop de betoging van de grond kwam: zonder organisatie van bovenaf. 'Het lijkt onmogelijk’, zegt Henk de Vries, 'maar het gebeurt gewoon.’ Zijn naam (een alias) duikt geregeld op op de Facebook-evenementensite van Occupy Amsterdam. 'Ik raakte geïnspireerd door Occupy Wall Street. We hebben niets anders gedaan dan het opzetten van een Facebook-account. Niemand kan dit nog stoppen.’ Hij heeft het druk met het van de site houden van politieke organisaties en politici die van de Occupy-beweging willen profiteren. 'Ik heb net twee Kamerleden geband. We hebben vooral last van FNV Bondgenoten en de SP. Jan Marijnissen wilde een heel verhaal posten. Echt, ze hebben hun kans gehad om het te regelen in de gewone politiek. Ze zijn te laat. Nu is het volk aan zet.’
De gevestigde politiek lijkt daar zelf soms anders over te denken. Behalve een batterij SP-leden die tot ergernis van Henk de Vries toch flyers uitdeelden, was ook Ronald Plasterk aanwezig op het Beursplein. Wat hem betreft mag zijn aanwezigheid als een solidariteitsverklaring van de PVDA met de Occupy-beweging worden opgevat - een steunbetuiging die hij uitbreidde met een opiniestuk in de Volkskrant afgelopen maandag, waarin hij een hervorming van het financiële stelsel uiteenzette. 'Het model van een kapitalistisch systeem waarbinnen iedereen zijn eigen belang nastreeft, de wereld van Reagan en Thatcher, is failliet’, aldus het Kamerlid dat zich aan de rand van de massa betogers ophield. 'Deze manifestatie draait om het uiten van de onvrede over de uitwassen van dat systeem. Hier worden alternatieven bedacht. Uiteindelijk moeten wij die weer vertalen in de Tweede Kamer.’
Het is de vraag of de Occupiers de analyse van de oud-minister delen. Tijdens de vergadering over politieke inmenging, afgelopen maandag, werd voorzichtig geopperd om te onderzoeken of bestaande politieke kanalen niet juist gebruikt kunnen worden om de Occupy-beweging te versterken. De suggestie vond weinig weerklank. Wel gingen de handen op elkaar voor een demonstrant die riep dat vakbonden, partijen en andere belangenclubs 'vooral hun T-shirts thuis moeten laten’. Wat hem betreft waren het 'allemaal vertegenwoordigers van de kapitalistische consensus’ - dus niet welkom.
Kan de Occupy-beweging het zonder politieke vertegenwoordiging stellen? De meningen lijken vooralsnog verdeeld. Tussen de stukken karton, beschreven met slogans als 'Fuck Ayn Rand!’, 'Make love, not money!’ en 'Wie heeft er nog terroristen nodig met bankiers als de onze?’ hing een wit velletje, beschreven met een bescheiden handschrift: 'Slogans are easy, but will you give up all your toys if it makes the world a better place?’ Over die vraag moet nog vergaderd worden. Tijd is er in ieder geval genoeg. Net als hun Amerikaanse collega’s die al weken Zuccotti Park bezet houden, zijn de Beursplein-bezetters van plan voorlopig te blijven.

Beeld: Roger Cremers/HH