Maaike Schutten

Borderline-chicklit

Maaike Schutten
15 minuten
521, 285 blz., € 17,90

Met Bright Lights, Big City vond Jay McInerney begin jaren tachtig pardoes het populaire bratpack-genre uit. Strak gestileerd proza over hippe, jonge mensen die hippe jonge-mensen-dingen doen. McInerney schreef bijkans ook de grappigste roman van het genre: Story of My Life (1988). Het is opvallend hoezeer – al bestond dat genre toen nog nauwelijks – het boek leest als chicklit. Neem de uitgangspositie: twentysomething Alison Poole baant zich, vergezeld door haar hartsvriendinnen en gewapend met een flinke dosis bijtende humor, een weg door het relationele landschap van New York.

15 minuten, het debuut van Maaike Schutten (1976), heeft dezelfde uitgangspositie. Alexis baant zich, vergezeld door haar boezemcollega’s en gewapend met een dosis gewiekste humor, een weg door het relationele landschap van Amsterdam. Ze is de onderknuppel op een reclamebureau wier privé-leven onherroepelijk met haar werk wordt verbonden als ze wat krijgt met de popster die de hoofdrol speelt in een campagne.

Schutten schrijft grappig. Haar humor ligt vooral in de beschrijving van Alexis’ reclamewereldje, dat bevolkt wordt door de meest vreselijke figuren. De styliste die kirt: ‘Ik vind het zo heerlijk dat ik met de outside bij kan dragen aan een happy inside.’ De burelen van het reclamebureau worden bemand door mensen met namen als Frenk, J.P., Rodzjer en Yljaaa, mannen die gesprekken onderbreken om ‘even een brainwave te noteren’. Alleen de hysterische homo die alles Fa-bu-lous vindt ontbreekt. Alhoewel, er is Serge, de receptionist wiens tepelpiercing je kunt zien door zijn see-through blouse.

Om op McInerney terug te komen: Story of My Life is geen chicklit. Er is een dubbele laag. Alisons bijtende humor is camouflage, ze heeft wel degelijk het besef dat haar leven – de coke, de champagne, de one night stands – volledig aan de oppervlakte blijft en niets een authentieke waarde heeft. Alexis in 15 minuten heeft dat besef niet. Ze prikt niet door de stereotypes heen die haar omsingelen, sterker nog, ze zwijmelt erbij weg. Als het popstervriendje een liedje voor haar schrijft met de tekst ‘I don’t care about my pension plan/ I don’t care about investments/ All I care about is you’ krijgt ze knikkende knieën.

Deze roman is borderline-chicklit, met als unicum dat de heldin geen voorbeeldrol heeft voor de moderne vrouw. Uiteindelijk is Alexis opportunistisch en aandachtsgeil; haar enige motivatie om iets met de popster te krijgen is dat hij Nederlands Meest Talentvolle Popster is. Zelfs Alison Poole zou beter weten.