Borgia ben ik

Hella S. Haasse
De scharlaken stad
Querido, € 7,50

Mensen zijn hoopvolle wezens en geluk dient zich dan ook eerder aan als verwachting dan als feit. Daarom presenteert ook ieder boek dat klaarligt om te worden gelezen zich als mogelijke locus ervan. Beklijven doet het slechts zelden, omdat de hoop maar in uitzonderingsgevallen bewaarheid wordt.

Ligt het gelukkige lezen zo ver in onze eigen geschiedenis terug omdat we ooit minder blasé waren: nog bereid tot de overgave die voor elk geluk de voorwaarde vormt? Wellicht zijn we te achterdochtig geworden om ons te laten overrompelen en te vertrouwen. Als dat zo is, kan het leesgeluk door de ervaren lezer nooit zonder schroom worden opgebiecht. Liefst schuift hij het zo ver mogelijk terug naar het verleden waarin hem zijn naïviteit nog niet kan worden nagedragen. Daar huist dan de herinnering aan Mays De dood van Winnetou, de Katjangs, waarvan ik zelfs de schrijver ben vergeten, en aan Tolkiens ene regel over «the land of Mordor where the shadows lie», die zijn hele epos samenvatte_._

Later voegde zich bij hen een ratjetoe van boeken en soms onwaarschijnlijke herinneringen: aan Julianus de Afvallige van de onderschatte Gore Vidal, aan Beatus Ille van Muñoz Molina en de Buddenbrooks van Thomas Mann. Redenen daarvoor waren er vermoedelijk te over, maar om redenen bekreunt geluk zich niet. Het slaat het boek dicht met een zucht, zijn onmiskenbaar kenteken. Want leesgeluk ontdekt zichzelf pas bij het afscheid, zoals het ook in de jeugd zonder tranen al niet goed denkbaar was.

Op de laatste bladzijde van Eliots Middlemarch, Buzzati’s Woestijn van de Tartaren of – vol titelironie – Miltons Verloren paradijs bewijst het er geweest te zijn.

Moet ik te midden van hen allen een favoriet uitkiezen? Dan misschien Hella Haasses De scharlaken stad, wier hoofdfiguur («Borgia ben ik; tweevoudig, drievoudig Borgia misschien») ik sinds mijn achttiende steeds opnieuw had willen zijn.