Boris dittrich

Televisie-illegaal Gümüs werd slachtoffer van alle publiciteit en mag ondanks mediaman Dittrich niet terug naar Nederland. Dittrich stopt ermee als asielwoordvoerder en richt zich nu op het euthanasiedebat. Gelukkig is daar ook veel media-aandacht voor.

DE AGENDA VAN het asieldebat wordt vaak niet in de Tweede Kamer gemaakt, maar in de media. Rijen illegalen vlak na de Bijlmerramp, asielzoekers slapend tussen de maïsplanten, illegale hongerstakers in een kerk, Zekeriya Gümüs en familie: hún optredens op televisie en in kranten waren belangrijker voor de Haagse agenda dan mooie voorstellen of ideetjes van de staatssecretaris. Kamerleden en bewindslieden die zich met asielbeleid bezighouden weten het: asielbeleid en de beeldvorming in de media gaan hand in hand.
Kamerlid Boris Dittrich, die het bijltje er afgelopen dinsdag moegestreden bij neerlegde, wist dat als geen ander. Van halfzacht pseudo-ideologisch sociaal-liberaal gezever houdt de D66-modelpoliticus niet. Boris kent maar één type ideologie en dat is de ideologie van de media. En in dat licht zat hij als woordvoerder vreemdelingenbeleid op de juiste plaats. Als geen ander weet het Kamerlid in Den Haag de weg naar camera of microfoon te vinden. De Haagse verslaggever die verlegen zit om een quote, consultere Boris Dittrich - een inzicht dat breed gedragen is. Altijd heeft Dittrich wel wat te zeggen. Een pittig oordeel met veel begrip en zacht stemgeluid gebracht. Boris is soms ‘ontstemd’. Vaker: 'verontrust’.
En dan volgen er kamervragen. De afgelopen jaren niet alleen over het asielbeleid, maar bijvoorbeeld ook over de sluiting van kwaliteitsslagerij Rodriquez in Amsterdam of, onlangs nog, over de kokette Marlayne die dit jaar Nederland op het Eurovisie Songfestival zou vertegenwoordigen. Alles goed en wel, maar is het nou wel zo verstandig dat deze juffrouw in het Engels zingt? Nee, vond Boris. Dus: kamervragen. Dittrich ontpopte zich als 'chauvinistische nationalist’, oordeelde de meestal zo bedeesde Trouw-columnist Koen Koch.
En dat kwam ongetwijfeld hard aan bij Boris. Ook al omdat hij eerder zo onheus bejegend werd na zijn nijvere inspanningen voor een wetsontwerp om stalking, het stelselmatig hinderlijk volgen van een persoon, strafbaar te stellen. Als advocaat was Dittrich zelf nog eens slachtoffer van de ex-partner van een cliënt ('Achtervolgingen op straat waarbij de man demonstratief met een mesje een appel liep te schillen’) en om medeslachtoffers juridische bescherming te bieden offerde hij een zomervakantie op.
Niet dat hij zomaar wat roept. Welnee, dat doet Boris niet, vindt hij zelf. In een interview beklaagde hij zich zelfs eens over collega-kamerleden die hun huiswerk niet zo goed doen als hij en wel zomaar wat in de ether slingeren. 'In de politiek’, zei Dittrich, 'moet je af en toe je mond houden. Je moet eerst onderzoeken wat er echt aan de hand is en dan pas je mening geven.’ Volstrekt redelijk standpunt, alleen vreemd het te horen uit de mond van misschien wel de meest geciteerde parlementariër. Dat vindt ongetwijfeld ook Elizabeth Schmitz, de veelgeplaagde oud-staatssecretaris van Justitie. In een gesprek met Vrij Nederland hekelde zij de parlementaire stijl van Dittrich. 'Ga je met hem in debat, dan vraagt hij antwoord op de kleinste details. (…) Hij moet ook eens even nadenken voor hij iets roept.’
DE STORMACHTIGE politieke carrière van Boris O. Dittrich (1955) begon voor D66 in de deelraad van Amsterdam-Zuid. Hij was toen rechter in Alkmaar na eerder bijna tien jaar als advocaat gewerkt te hebben. In 1994 kwam hij dankzij de ongekende verkiezingsoverwinning van het D66 van Hans van Mierlo als dertiende D66'er in de Tweede Kamer en kreeg hij direct de zware portefeuille Justitie toegeschoven. Mede vanwege zijn familiegeschiedenis geen opmerkelijke move. Dittrichs vader kwam in 1948 als studentenleider vanuit Tsjechoslowakije naar Nederland. Boris werd híer geboren en zegt zich verwant te voelen met de zoon van Zekeriya Gümüs die op zevenjarige leeftijd terug moest naar Turkije, het onbekende land van zijn vader. 'Ik ben zelf in Nederland geboren en ik heb me voorgesteld hoe het geweest zou zijn als ik op mijn zevende het land zou zijn uitgezet. Het zou vreselijk zijn geweest. Je hebt je eigen rol in de klas, je eigen vrienden op straat. Maar toch denk ik dat ik me meer laat leiden door een algemeen humanistische opstelling. Ik vind de mens heel belangrijk en wil geen onnodige schade berokkenen.’
En daarom heeft Boris Dittrich zich vanaf het begin van zijn kamerlidmaatschap hard gemaakt voor dat Turkse kleermakertje in de Amsterdamse Pijp. 'Een streng illegalenbeleid kan gecombineerd worden met een positieve beslissing voor het gezin Gümüs’, schreef de parlementariër al jaren geleden in Het Parool. Vergeefs, zo bleek: Gümüs’ beschermengel kreeg van de staatssecretaris nul op het rekest. En misschien wel vanwege alle media-aandacht, werd de kleermaker het land uitgestuurd: regels zijn regels, liet Schmitz weten, en daar valt niet mee te spotten. Een icoon van het Nederlands illegalenbeleid geboren: voor de goegemeente werd Gümüs het beeld van hardvochtig Nederlands beleid, voor de politiek het symbool van een consequentie - iets waar toch jaren om gevraagd was. Voor Dittrich betekende het een zware nederlaag.
'EEN HONGERSTAKING mag nooit aanleiding zijn voor een beleidsverandering, want dan is het uiteindelijk niet meer de politiek die bepaalt, maar de mensen die in hongerstaking gaan’, zei de democraat Dittrich tijdens het debat over de hongerstakers van de Agneskerk, eerder dit jaar. Een mediahype rond een kleermaker in de Pijp mag geen aanleiding zijn voor een beleidsverandering met terugwerkende kracht, voegde de Tweede Kamer hem vorige week met zoveel woorden toe. In het debat over het eenmalige generaal pardon voor witte illegalen, pleitte juist Boris Dittrich weer voor het terughalen van 'zijn’ familie Gümüs. Op grond van de nieuwe regeling van staatssecretaris Cohen had Gümüs waarschijnlijk wél een verblijfsvergunning gekregen. 'De familie wordt gestraft’, zei Dittrich, 'omdat ze vrijwillig is teruggekeerd en zich aan de democratische spelregels heeft gehouden. Mensen die in hongerstaking zijn gegaan, konden wel blijven.’ Hoongelach was Boris’ deel in naar nu blijkt zijn laatste debat als woordvoerder vreemdelingenbeleid. Moeten alle mensen die ooit zijn uitgezet, maar wellicht tegenwoordig onder een andere regeling vallen, teruggehaald worden en opnieuw worden beoordeeld? Zelfs GroenLinks, dat tot niet zo lang geleden patent had op een vergelijkbare Ideologie van het Idealisme, vond het voorstel van Dittrich van de gekke. Zekeriya Gümüs zal voorlopig in Turkije moeten blijven; had hij maar niet Nederlands eerste televisie-illegaal moeten worden. Slachtoffer van zijn eigen roem.
EN DUS SLACHTOFFER van de media. Boris Dittrich begrijpt dat. Mediahypes, al werkt hij daar zelf nog zo hard aan mee, zijn vaak funest voor zuivere journalistiek, schreef hij begin vorig jaar na de hype rond de 'muiterij van de procureurs-generaal’ in dagblad Trouw. 'Alle deelnemers aan dit (media-, - pv) spel gebruiken elkaar en worden op hun beurt gebruikt’, wist hij. Als geen ander. Er zou daarom in Nederland een forum van wijze mannen moeten komen die de kwaliteit van de 'waakhond van de democratie’, journalistiek dus, op peil zou houden. Veel journalisten reageerden verbeten. Een 'heilloze weg’, schreef de krant waarin Dittrich zijn pleidooi publiceerde zelfs in het hoofdredactioneel commentaar op de voorpagina. Het waren gelukkig niet alléén journalisten die in opstand kwamen. Een communicatiewetenschapper adviseerde Dittrich in een ingezonden stuk niet de journalistiek maar zichzelf een waakhond cadeau te doen. 'Zo een die erg hard blaft als hij weer eens een ondoordacht en overbodig voorstel lanceert.’ Daar zou de politiek inderdaad wel bij varen.
Dittrich richt zich nu op het euthanasiedebat. Gelukkig is daar ook veel media-aandacht voor. De euthanasie-woordvoerders kunnen hun borst vast natmaken.