Groen

Boris en Daan

Een tijd geleden ontmoette ik in Almere Boris, een ruwharige teckel van een jaar of elf. Kort daarop werd hij naar de dierenarts vervoerd om een spuitje te krijgen, want bij een eerder bezoek aan de dierenarts was geconstateerd dat Boris iets heel ergs had. In de praktijk was echter een invaldierenarts aanwezig die voor de zekerheid ook nog ‘even ging voelen’. Niks aan de hand, nou ja: een verstopte urineleider. De invaldierenarts maakte ter plekke van Boris een soort vrouwtje door een nieuwe opening in zijn buikje te snijden en nu kan hij nog jaren mee. Een paar weken later was ik weer in Almere en kon ik nog eens met Boris spelen. Ik deed een beetje wild, Boris deed ook een beetje wild en ging toen heel ontroerend proberen mijn arm te berijden. Een beetje halfslachtig, maar dat vond niemand vreemd.
Een dag later ging ik bij Vlieger twee nieuwe signeerpennen kopen, want mijn signeerpen was op. Op de eerste verdieping is de pennenafdeling en daar loopt al jaren een kortharige Jack Russel rond. Ik weet niet hoe hij heet, maar ik denk dat het een Daan is. Een heel rustige hond en ‘een echt reutje hoor’ volgens de verkoper. Ik droeg dezelfde broek als de avond ervoor. Daan werd erg opgewonden van mijn broek en tegen de tijd dat de juiste signeerpennen gevonden waren van mij in z’n geheel. Hij sprong tegen me op en toen ik hem begon te aaien, ging ook hij mijn arm berijden. Daarna mocht ik niet weg. Hij sprong twee keer zijn eigen lengte hoog, blafte, beet in mijn handen en mouwen en ging pontificaal voor het trapgat staan.
Dat is dus de functie van een mens in een hondenleven: geursporen overbrengen. Twee honden die elkaar nog nooit hebben gezien, elkaar ook nooit zullen zien, bij elkaar brengen. Opwinding veroorzaken over een afstand van dertig kilometer. Een gewillig been bieden. Ik had erg veel zin om vanuit de winkel direct weer naar Almere af te reizen om te zien wat Daan op zijn beurt bij Boris teweeg zou brengen.