Boris en de mafia

Op 11 januari jongstleden verdwijnt Boris Fastovski, handelaar van Russische origine, gevestigd te Amsterdam. Er worden circa dertig verdachten opgepakt, die inmiddels allemaal weer zijn vrijgelaten. Heeft de Russische mafia zich in Nederland gevestigd? En waarom betreft het bijna allemaal joodse asielzoekers?
DE ZAAK: In behandeling bij het Centrale Executieve Recherche Bureau Georganiseerde Criminaliteit en Drugs.
Onderwerp: De vermoedelijke toedracht van de ontvoering en zeer waarschijnlijke liquidatie van Boris Fastovski, geboren te Sint Petersburg op 3 oktober 1967.

De feiten: De ouders van Boris Fastovski bezitten een keten van supermarkten en zijn zeer vermogend. Begin jaren negentig, na het wegvallen van de Muur, is de handel met het Westen opgebloeid. Aan alles is een tekort. Door het ontbreken van een betrouwbare politiemacht ter bescherming van de samenleving, ontstaat er een mafioos protectiesysteem, met in het kielzog daarvan een golf van ontvoeringen en afpersingen. De bedreigingen aan het adres van Boris Fastovski worden steeds ernstiger. Het betalen van protectiegeld lijkt de enige uitweg. Daarom vraagt Fastovski - inmiddels vier jaar geleden - in Nederland politiek asiel aan. De familie Fastovski is joods, wat het leven in Rusland, met zijn virulente antisemitisme, extra moeilijk maakt. Nederland is op dat moment het enige land in West- Europa waar Fastovski zich tamelijk eenvoudig kan vestigen. Hij vertrekt met zijn neven, de gebroeders F., naar Amsterdam en krijgt, met behulp van de Jewish Agency, politiek asiel.
Fastovski doet in Nederland goede zaken met Rusland. Hij maakt gebruik van de supermarktketen en handelscontacten van zijn ouders. Hij handelt vooral in tweedehands voertuigen, boter en vlees. Na enige tijd begint hij ook in wodka te handelen. Hij gaat contacten aan met wodka-leverancier Tho mas L. in Luxemburg. Vanaf juli 1994 exporteert hij grote hoeveelheden. De verwachting voor het jaar 1995 was een hoeveelheid wodka ter waarde van acht miljoen dollar. Thomas L. levert op krediet en Fastovski betaalt na afzet.
Op woensdagochtend 11 januari 1995 verlaat Boris Fastovski zijn woning in Amsterdam. Hij gaat op weg naar de Vreemdelingendienst. Normaal gesproken is hij altijd telefonisch bereikbaar via een draagbaar toestel, maar die dag werkt het systeem niet. Rond de middag wordt hij vermist. Zijn zakenpartners raken ongerust en melden zijn vermissing bij de politie.
OP 11 JANUARI, de dag van zijn verdwijning, belt Boris Fastovski naar de Discount Bank in Luxemburg. Hij spreekt met bankmedewerker H., die hij goed kent. Hij zegt een fax te zullen sturen met het verzoek een bedrag van 450.000 gulden over te maken naar een rekening van de Banque General aldaar, op naam van Igor R. Deze rekening is eind december geopend, nog geen twee weken voor Boris’ verdwijning.
Bankmedewerker H. merkt aan Boris dat hij anders is dan anders. De fax arriveert later die dag, volgens de politie wijkt Boris’ schrift af van wat ze van hem gewend zijn. In de fax lijkt een verborgen boodschap te zijn opgenomen. Zo schrijft hij tweemaal ‘Luxemburg’ en meteen daaronder tweemaal 'Lexemburg’. Bovendien maakt hij opvallende schrijffouten in de naam van H. en in zijn eigen naam. Volgens de politie wijst dit erop dat Boris Fastovski onder druk stond toen hij de fax schreef.
Op 12 januari belt Boris, die inmiddels een dag spoorloos is, opnieuw naar zijn bank en vraagt wat zijn banksaldo is. Bankmedewerker H. vindt dat vreemd omdat Boris een paar dagen eerder, op 9 januari, nog bij hem is geweest en zeker op de hoogte moet zijn van zijn saldo. H. zegt hem dat er 450.000 gulden op staat. Er staat in werkelijkheid 630.000 gulden op, maar er kan slechts 450.000 gulden worden overgemaakt naar een andere rekening, omdat er 200.000 gulden op moet blijven staan om de creditcards van Fastovski te garanderen.
Diezelfde dag, op 12 januari, rijdt F., de ongeruste zakenpartner en neef van Fastovski, naar de bank in Luxemburg. Tijdens zijn bezoek aan de bank belt Fastovski opnieuw naar bankmedewerker H. Die vraagt in het bijzijn van F. waar hij zich op dat moment bevindt. Fastovski antwoordt: 'Bij mijn zuster in Amsterdam.’ Het is opvallend dat neef F., die als een van de eersten over een mogelijke ontvoering begon en zeer ongerust was, Boris niet aan de lijn vraagt. Boris blijkt geen zuster te hebben, daar hij enig kind is. Juist daarom ziet de recherche er een aanwijzing in dat hij ontvoerd is. Bij navraag bij de familie blijkt dat in zijn gezin wel een nichtje is opgegroeid, genaamd Margarita D., die 'Rita’ wordt genoemd.
Eveneens op 12 januari komt Fastovski’s medevennoot D. er via het telebankingsysteem achter dat met een betaalpas van de onderneming, in gebruik bij Fastovski, vijf maal geld is opgenomen bij verschillende geldautomaten: vier maal in Amsterdam en eenmaal in Amstelveen. Drie keer honderd gulden bij een bank in de Vijzelstraat om 16.15 uur en een keer honderd gulden op het Singel om 16.22 uur. Degene die van Boris’ pasje gebruik maakte, had aanvankelijk kennelijk niet door hoe de geldautomaat werkte, want 'snachts om 02.06 uur wordt in Amstelveen in een keer duizend gulden opgenomen.
Ook op diezelfde dag, 12 januari, belt verdachte Joeri B. naar zijn bank in Luxemburg en vraagt of er 250.000 gulden is binnengekomen op de rekening die eind december is geopend. B. had toen een valse identiteit gebruikt, die van Igor R. Een dag later, op 13 januari, belt hij weer naar de bank. Nu vraagt hij of er in totaal 500.000 gulden op zijn rekening is gestort.
Op 13 januari probeert een onbekende man de creditcards van Fastovski in te leveren bij zijn bank in Luxemburg, in de hoop op die manier de garantiesom van twee ton te kunnen innen. De montagefoto van de Luxemburgse politie lijkt op die van verdachte B.
OP ZATERDAG 14 januari vindt op het hoofdbureau van politie in Amsterdam een bespreking plaats. De politie heeft het vermoeden dat Boris Fastovski wordt vastgehouden op een adres in Bloemendaal. Hoofdinspecteur A.M. van Dorp krijgt echter geen toestemming om bij het bewuste pand gebruik te maken van richtmicrofoons; bovendien mag er geen braak of verbreking worden gepleegd en mag het pand niet worden betreden. De Russische bewoner van het pand, eveneens een zakenman, werd lange tijd als de hoofdverdachte gezien, maar er is nooit enig bewijs tegen hem gevonden.
In de nacht van zaterdag op zondag vertrekt een politieteam naar het pand. Van Dorp krijgt echter aanwijzingen dat er in de omgeving van het pand diverse zogenaamde 'scannerfreaks’ rondrijden in een vijftal voertuigen. Daarom wordt geen actie ondernomen en wacht het team op grote afstand. Uiteindelijk wordt de actie beeindigd.
Op 16 januari wordt de Mitsubishi van Fastovski aangetroffen op Schiphol. Volgens de politie is er echter geen enkele aanwijzing dat Boris het land per vliegtuig heeft verlaten.
Op 19 januari belt een van de verdachten, B., vanuit een telefooncel op de Herengracht naar de Banque Generale te Luxemburg met de vraag of de 450.000 gulden zijn gestort. Al eerder, op 12 en 13 januari, had hij met dezelfde vraag opgebeld. Het bedrag blijkt nu gestort te zijn, het geld is afkomstig van de rekening van Fastovski. Het bedrag is in twee keer gestort, op 12 januari 250.000 gulden, enige dagen later 200.000 gulden.
De vader van Boris Fastovski, die meteen na de verdwijning van zijn zoon naar Nederland is gekomen, verklaart tegenover de politie dat hij op 24 januari is gebeld door een zakenpartner van Boris in Rusland. Die zou door iemand zijn benaderd over te betalen garanties, die verband houden met Boris’ ontvoering. Volgens de vader zou er pas van garanties sprake zijn als Boris levend zou opduiken, niet eerder. Hij legt de politie het verschil uit tussen de Russische en de Nederlandse ontvoeringscultuur. In Nederland zou men proberen in onderhandeling te komen met de ontvoerders, waarbij men als eerste voorwaarde om serieus op de zaak in te gaan, een levensteken van de ontvoerde zou verlangen. In Rusland gaat het volgens Boris’ vader anders. Ook wanneer de ontvoerde levend zou worden teruggevonden, is er nog steeds een goede kans dat de daders het losgeld krijgen. Wanneer dat niet wordt betaald, kunnen er familieleden worden gedood.
NA DEZE VERWIKKELINGEN lijkt de zaak-Fastovski te stagneren. De bijna dertig verdachten zijn inmiddels allen weer op vrije voeten. Een frustrerende affaire voor de politie, die de zaak hoog heeft opgenomen. Er zijn talloze huiszoekingen verricht, bankrekeningen in Luxemburg onderzocht, telefoons afgetapt, camera’s in tuinen gezet en sporen onderzocht in auto’s. Met F16’s is boven Amsterdam-Noord gevlogen om met behulp van geavanceerde foto-apparatuur de plaats van het lijk op te sporen. Fastovski’s lichaam is echter nooit gevonden.
Volgens de politie vormen de verdachten een criminele organisatie die zich bezig houdt met wederrechtelijke vrijheidsberoving, gijzeling en afpersing. Het zou gaan om een samenwerkingsverband tussen personen van Russische origine, die erop uit zijn het marktaandeel in de wodkahandel van Fastovski over te nemen. Het losgeld zou moeten worden overgemaakt naar een fabriek in Rusland, die, zo vermoedt de politie, met het geld vervolgens wodka in Nederland zal gaan bestellen om op die manier het losgeld wit te wassen.
De vraag rijst hoe de politie aan deze verdachten is gekomen. Waarschijnlijk had de politie in eerste instantie geen enkel aanknopingspunt en wist ze weinig van de nogal gesloten Russische gemeenschap in Amsterdam. Een groot deel van de verdachten zijn Russen die in Nederland politiek asiel hebben gekregen omdat ze joods zijn en dus verondersteld worden aan antisemitisme bloot te staan. Daarnaast zijn er ook Israeli’s opgepakt, die eerder voor kleine delicten waren gearresteerd. De enige reden voor hun arrestatie lijkt dat ook zij joden zijn.
De politie had daarbij waarschijnlijk het jaarverslag 1994 van de BVD in het achterhoofd. Daarin waarschuwt de Binnenlandse Veiligheidsdienst nadrukkelijk voor de georganiseerde misdaad uit Rusland en de andere Gos-staten. De Russische mafia zou een bedreiging vormen voor de veiligheid van de staat en de democratische rechtsorde in Nederland. 'Ook Nederlandse politionele instanties zijn inmiddels geconfronteerd met criminele benden uit het Gos’, zo valt in het verslag te lezen. 'Gebleken is dat de aanwezigheid van de Russische mafia in Nederland toeneemt en haar organisatiegraad hoger wordt. De mafia recruteert haar leden voornamelijk uit de stroom asielzoekers. De mafia houdt zich onder andere bezig met vrouwenhandel en prostitutie, grootscheepse autodiefstal, afpersing, witwasactiviteiten en immigrantensmokkel. Daarnaast worden mogelijkheden voor drugssmokkel en wapenhandel onderzocht.’
Het jaarverslag maakt niet duidelijk of de Russische mafia in Nederland onder de asielzoekers recruteert; het zou namelijk goed kunnen dat dat al bij potentiele asielzoekers in Rusland gebeurd. Ook wordt niet vermeld of leden van de mafia het politiek asiel als een dekmantel gebruiken.
OPVALLEND IS dat een aantal van de bijna dertig verdachten er een uitbundige levensstijl op nahoudt. Ze bezoeken dure sauna’s en casino’s, ze rijden in peperdure auto’s en frequenteren chique restaurants als de Oesterbar. Een aantal verdachten is van eenvoudige afkomst, sommigen waren bouwvakker of afwasser. Boris Fastovski’s neef en zakenpartner, die om niet-verifieerbare redenen niet verdacht was, woonde enige tijd in een asielzoekerscentrum en verhuisde vervolgens naar de Bijlmer. Kort daarna koopt hij een pand in Buitenveldert voor 700.000 gulden. Een van de verdachten ontvangt een toelage als asielzoeker van 1346 gulden per maand, maar huurt een huis in Wassenaar en heeft een diamantbedrijf in Moskou. Een andere verdachte is vuurwapengevaarlijk en zou in Duitsland worden gezocht voor moord. Verschillende verdachten hebben aangekondigd een flinke schadeclaim te zullen indienen bij de Nederlandse staat, omdat ze langdurig zijn vastgehouden en inkomstenderving hebben geleden.
Talloze vragen blijven onbeantwoord. Volgens Thomas L., de zakenpartner van Fastovski in Luxemburg, was Fastovski op 9 januari, twee dagen voor de ontvoering, in Luxemburg. Hij was in het bezit van 25 miljoen Iraakse dinars, waarmee hij naar zijn bank zou gaan om die wit te wassen. Het is een raadsel hoe Fastovski aan die dinars is gekomen. Het lijkt erop dat ze uit Rusland afkomstig zijn; in ieder geval is de economische boycot van Irak flink overtreden. Waarschijnlijk gaat het om olie in ruil voor levensmiddelen.
Eveneens opmerkelijk is het feit dat Fastovski op 3 januari vanuit Rusland zijn retourvlucht van Amsterdam naar Sint Petersburg heeft verschoven naar 14 januari, kort na de datum van zijn verdwijning.
De BVD verwacht dat de netwerken waarover de Gos-mafia in Nederland beschikt, in de toekomst snel zullen groeien. De BVD zal daarom haar samenwerking met politie en justitie op dit gebied intensiveren, om zo beter zicht te krijgen op dit voor Nederland betrekkelijk nieuwe fenomeen. Zolang de zaak-Fastovski nog niet is opgelost, is er weinig reden te geloven dat die groei spoedig een halt kan worden toegeroepen.