Boris Johnson is weer de partijlieveling

Londen – Het was Ronald Reagans favoriete manier om een toespraak te verlevendigen: een russenmop. Boris Johnson deed zondag iets soortgelijks.

Hij had deze zomer, zo begon de Britse minister van Buitenlandse Zaken op het Conservatieve partijcongres, gesproken met een ambtgenoot. Hij wilde de naam van diens land niet noemen. Maar het ging om ‘een land met een economie ter grootte van de Australische (doch krimpend), veel sneeuw, een nucleair arsenaal, balalaika’s, oligarchen en een leider die zich tot zijn middel ontkleedt’.

Tijdens het onderhoud met de Rus kreeg Johnson het verwijt dat de Britten in 1990 het idee van democratie hadden losgelaten op de voormalige Sovjet-Unie. ‘Hang on, Sergey, ben je niet voor democratie?’ vroeg de Brit, om vervolgens alle aanwezigen in de kamer te vragen of ze voor democratie zijn, ervan uitgaand dat dit net zo onschuldig is als ‘Maria von Trapp vragen of ze bezwaar heeft tegen regendruppels op rozen’. Tot zijn verbazing reageerden de Russen meewarig op deze impertinente vraag, ervan overtuigd dat deze satirisch bedoeld was.

De congresbezoekers lachten, zoals ze nog vaak zouden lachen tijdens de Brexit-toespraak van de partijlieveling. Maar de ondertoon was serieus. Vrijheid, democratie en mensenrechten hebben het moeilijk in de wereld. En volgens Johnson is het de schone taak van de Britten om de wereld in te trekken, niet alleen als koopman maar ook als priester.

Groot-Brittannië kan zo na een Brexit, met zijn eigen stem, een belangrijkere rol op de wereld spelen dan als onderdeel van een kibbelunie. ‘We leiden de wereld door een verbod op ivoor om de olifant te redden’, klonk het, ‘zeker nu de verdeelde EU een veto probeert uit te spreken over het ivoorverbod.’ En sinds de Britse marine voor de Somalische kust rondvaart ‘zijn er meer piratenfilms met Thomas Hanks verschenen dan gevallen van piraterij’.

Johnson benadrukte dat de Britten vooral gebruik gaan maken van hun zachte macht, variërend van de bbc tot J.K. Rowling ‘die in sommige Aziatische landen als een godheid wordt aanbeden’. Het Britse wereldrijk is verleden tijd, constateerde Johnson, maar de wereldrijken van de toekomst zijn, in de woorden van zijn held Churchill, wereldrijken van de geest. Zijn visie van Global Britain klinkt overmoedig, maar het is een verademing vergeleken bij de dijkverhogende Nexit-sentimenten in de polder.