Borrelaars

Ter viering en bestendiging van onze onderlinge relaties bestaan er borrels, ogenschijnlijk doelloze bijeenkomsten waar men volgens ongeschreven codes langs elkaar cirkelt, handen schudt, praatjes maakt, uitbundig lacht en meestal dronken wordt.

Ik dacht altijd dat alle borrels hetzelfde waren, totdat ik er laatst eentje meemaakte in een zaal van Amsterdam Arena, voor reclamemensen, mediabureaus, adverteerders, enzovoort. Al in de parkeergarage - de enige manier om de zaal te bereiken - merkte ik dat ik een andere biotoop van de samenleving betrad.
Gladgeschoren jongens in krijtstreeppakken, met hippe designbrillen. De borrels waar ik gewoonlijk kom, zijn gevuld met journalisten, schrijvers, columnisten, kunstenaars. Die kleden zich anders. Bovendien strijken en wassen ze die andere kleren minder vaak. Hier leek het eerder een samenkomst van vastgoedmensen of verzekeraars, al zullen leden van de financiële en onroerendgoedsector zelf feilloos het verschil kunnen zien.
Een verschil met mijn kranten- en kunstborrels was dat het officiële gedeelte waanzinnig professioneel overkwam. Waar ik gewend ben dat elke presentatie en forumdiscussie steevast opent met een hapering van de techniek (wanhopig geklop tegen microfoons) kwam alles in flitsende animaties op een scherm, en had ik - die voor dit gezelschap een column voordroeg - een plakmicrofoontje langs m'n kaak lopen dat geen zuchtje storing gaf.
Er werden allerlei prijzen uitgedeeld. Hiervoor waren twee jonge meiden in rudimentaire rode jurkjes ingehuurd die geen andere taak hadden dan steeds een bokaal achter uit de coulissen te pakken, die naar de juryvoorzitter te dragen die hem vervolgens overhandigde aan de winnaars van de beste dagbladadvertenties. Tijdens de borrel werden deze meisjes vakkundig weggehouden bij de drinkers. Ook al zo'n verschil met de kunsten, waar ze gewoon in het wild rondfladderen zodat er voor de doorgewinterde borrelaar/publicist nog altijd de illusie bestaat dat hij zo'n meisje bij wijze van jackpot kan oppikken.
Ik bestelde een biertje en keek wat rond. Bij mij kan het op zulke manifestaties van schijnbare informaliteit twee kanten uitgaan: of ik aard in een kring bekenden, met wie ik me enigszins aan de periferie prima vermaak, of ik kan nergens voet aan wal krijgen waardoor ik een beetje wezenloos ronddool, me met de minuut ongemakkelijker voel, me dusdanig aan iedereen begin te ergeren dat het elke weg naar plezierig contact barricadeert en ik er uiteindelijk ongemerkt tussenuit piep.
Terwijl ik een amuse weglepelde (een kreeft-asperge-cappuccino of iets dergelijks), verzoende ik mij ermee dat dit laatste het geval ging zijn. Het probleem was dat iedereen hier aan het werk leek. Waarschijnlijk was dat ook zo. Juist het informele karakter maakt het zo venijnig. Je kunt tonnen mislopen waar je naast staat. Niet dat hier ter plekke keihard zaken werden gedaan, maar er werden wel de randvoorwaarden voor geschapen. Men was elkaar aan het voormasseren. Men was in de weer met het laten zien van je gezicht.
‘Ik ga weer even door. Spreek je later nog.’
Alleen daarin al verraadt de borrelaar zijn karakter: je hebt er die aan vertrouwde zakenpartners en collega’s blijven kleven, als schipbreukelingen aan wrakhout, terwijl anderen juist alléén op avontuur gaan, het ongewisse tegemoet dat zich schuilhoudt in al die kringetjes en clustertjes - allemaal met een stapel visitekaartjes in hun vestzak, allemaal met agenda’s in hun achterhoofd.
De mensen met wie ik wel aan de praat raakte bleken steeds de dichters uit het gezelschap te zijn: bedenkers van slogans. Eentje had geparodieerd op de slogan van een bekende concurrent. ‘Mag dat dan zomaar?’ vroeg ik hem. ‘Nee, waarschijnlijk niet. Maar dat gebeurt heel vaak. De opdrachtgever zoekt uit wat er in het ergste geval kan gebeuren, meestal is dat een boete, en laat dan berekenen of hij dat risico wil lopen. Als er een zaak van komt is dat meestal juist prettig, omdat dat weer gratis publiciteit betekent.’
Berekenend. Misschien was dat een goede benaming voor die typische, zakelijke sfeer hier. Dat waren mensen die hun beroep hadden gemaakt van het sorteren van effecten, van het incalculeren van schadeclaims.
Ik moest even denken aan Michel Houellebecq die bij de Duitse vertaling van zijn laatste roman voor de rechter is gesleept door een Zwitserse euthanasievereniging. Volgens de roman vormt de as, uitgestrooid in het meer van Zürich, een bedreiging voor zalmforellen. Nee, hier kon toch onmogelijk een gelikte publiciteitsstrategie achter zitten. Dit kwam uit de vertrouwde koker van morsige jasjes en ongeschoren rokers.
Toen ik er tussenuit wilde piepen gaf de organisatie me een bos bloemen mee, en een kistje wijn. Jawel een kistje! Alweer zo'n verschil. Gewoonlijk krijg je één supermarktwijntje mee. Bij de uitgang zag ik de meisjes in hun rode jurkjes weer. Ze deelden glimlachen uit en goodie bags, die loodzwaar bleken. Beladen strompelde ik naar het station. Ik verlangde al naar een iets minder professionele borrel.