DE OPLEVING VAN DE PVDA

Bos de redder, maar voor hoe lang?

Als crisismanager doet PvdA-leider en minister van Financiën Wouter Bos het goed. Maar oude valkuilen dreigen, nu de gevolgen van de kredietcrisis voelbaar worden.

HET KAN SNEL GAAN. Een goede maand geleden werd aan PVDA-partijleider Wouter Bos gevraagd of hij ook bij de Kamerverkiezingen van 2011 zijn partij weer wil aanvoeren. Het antwoord was ja. Maar eigenlijk was dat ja-woord niet interessant. Bos had moeilijk iets anders kunnen zeggen, omdat hij zichzelf dan voor de rest van deze kabinetsperiode vleugellam had gemaakt.
Veel interessanter was de reden waarom Bos toen, op 24 september, die vraag over het partijleiderschap kreeg voorgelegd. Omdat de PVDA er in de peilingen belabberd voor stond. Van de in 2006 toch al tegenvallende 33 Kamerzetels was, weliswaar virtueel, deze zomer nog maar ongeveer de helft over. Een narrige Bos, de ogen naar het plafond gericht als minister-president Jan Peter Balkenende naast hem het woord voert, symboliseerde in september tijdens een persconferentie hoe de PVDA-partijleider er ook figuurlijk voor stond.
Maar zie, een dikke vier weken, een paar geredde banken, vele miljoenen aan spaargeld en nog meer miljarden euro’s later, en Bos is ineens de held.
Kijk hem bezig tijdens een van zijn vele optredens, in de Tweede Kamer of tijdens een persconferentie: altijd even beminnelijk, hier en daar een grapje makend en bovenal van de hoed en de rand wetend, zodat hij zonder spiekbriefje of voorgestoomde teksten op een natuurlijke manier uitleg geeft over subprime hypotheken, spaartegoeden bij Icesave, het verschil tussen aandelen en securities bij een bank die hij heeft ‘gered’ of de rol van de Franse president Sarkozy als na 1 januari een niet-euroland EU-voorzitter wordt. Daar staat een andere man, één die zich in zijn element voelt, die niet alleen een leider wil zijn, maar daar nu – met behulp van de kredietcrisis – ook de kans toe krijgt.
Dat betaalt zich uit. De waardering voor Bos is volgens de opiniepeilers gestegen van een rapportcijfer van 4,9, wat toch een onvoldoende is, naar een 6,2. Daarnaast staat zijn partij bij de Politieke Barometer van Nova en Peil van Maurice de Hond weer op respectievelijk 27 en 25 Kamerzetels.
Ook de achterban is enthousiast. ‘Dit is de oude, indrukwekkende Wouter Bos. Hopelijk blijf je zo stralen’, reageert de een op het web. ‘Ga zo door en we komen er als partij weer helemaal bovenop’, schrijft een ander als reactie op Bos’ eigen weblog. De toch al drukke minister van Financiën houdt dat digitale dagboek deze weken overigens opvallend goed bij. Elke stap die het kabinet zet bij het redden van Fortis, ING of Icesave-spaarders komt in zijn eigen blog aan bod, in de bij het bloggen horende ik-vorm. Dat versterkt nog eens het idee dat Bos hier de redder is van de Nederlandse banken en het Nederlandse spaargeld.
Minister-president Balkenende, Bos’ collega in het kabinet maar concurrent in het politieke krachtenveld, trekt dezer dagen aan het kortste eind. Waar Sarkozy en de Britse collega Gordon Brown zich als gevolg van de financiële crisis wel in de kijker weten te spelen, lukt dat Balkenende niet. Voor hem geen glorierol en daardoor in de peilingen ook geen hoge waarderingscijfers voor zijn persoon of stijgende zetelaantallen voor het CDA. Die laatste laten zelfs een neergang zien. Het CDA ziet het knarsetandend aan.

Dat de kredietcrisis het falen aantoont van de huidige vrije-marktwerking, die met zijn perverse prikkels vooral het kortetermijnbelang van de aandeelhouders bevoordeelt, is ook nog eens mooi meegenomen voor de sociaal-democraten. Een lichte euforische stemming als ware hier een overwinning behaald, valt dan ook af en toe waar te nemen bij de PVDA. Maar als er één partij is, en binnen die partij één persoon, die moet weten dat een stemming ook zo weer kan omslaan, dan is dat de PVDA en haar leider Wouter Bos. In 2002 werd de partij na twaalf jaar regeren door de kiezers afgestraft, waarna die kiezers nog geen jaar later alweer in groten getale terugkeerden, al kwam de partij toen niet in de regering. In het voorjaar van 2006 leek de oppositierol de partij en haar leider te gaan voeren naar een zetelaantal van 57 en het premierschap, maar toen het er in november van dat jaar bij de verkiezingen echt op aan kwam, werden het slechts 33 zetels en het vice-premierschap, waarna de partij dat zetelaantal in de peilingen tot september van dit jaar alleen maar verder zag wegzakken, met al het gemor over de persoon Bos van dien.
Hoe broos kan ook de huidige ‘winst’ zijn. De problemen waar de PVDA voor komt te staan, zitten verborgen in een enthousiaste reactie op de blog van Bos, nadat deze het in IJsland weggezette spaargeld had veiliggesteld: ‘Als PVDA-lid en tevens Icesave-spaarder ben ik vanavond heel erg opgelucht…’ Ja, als Bos zijn geld maar redt. Maar hoe zal datzelfde PVDA-lid straks reageren als hij als gevolg van de recessie zijn baan kwijtraakt, zijn pensioen ziet verminderen of de premie daarvoor ziet stijgen, zijn eigen huis minder waard ziet worden en Bos bij al die tegenslag niet veel voor hem kan doen?

Nu de gevolgen van de financiële crisis beginnen neer te slaan in de reële economie, zoals dat dezer dagen wordt genoemd, doemt er voor het kabinet en dus ook voor Bos en zijn PVDA een reeks reële problemen op die de politieke tegenstellingen – die in het heetst van de crisis even op de achtergrond waren geraakt – weer volop naar de voorgrond zullen brengen.
Dan gaat het ook weer over tegenstellingen binnen de PVDA zelf. Bos mag het nu dan goed doen, maar wat dreigt is dat wederom, net als na de verkiezingen van 2003, de lessen die na de laatste verkiezingen door een interne partijcommissie onder leiding van Ruud Vreeman waren getrokken, in de vergetelheid raken. Die commissie concludeerde dat de richtingenstrijd die in de partij smeult, niet goed gevoerd en uitgediscussiëerd was. Een van de oorzaken daarvan was dat velen die strijd niet aandurfden toen Bos het in de aanloop van de verkiezingen van 2006 zo goed leek te doen. Bos zelf ook niet. Zetelwinst en het premierschap waren zo belangrijk dat stevig discussiëren over de inhoud maar de indruk zou wekken dat er onderling ruzie is. Onder het tapijt ging de richtingenstrijd.
Daar ligt ze nog steeds te smeulen. De benoeming van Mariëtte Hamer tot fractievoorzitter, eerder dit jaar, was geen definitieve overwinning van de PVDA-oude stijl, maar ging gepaard met veel tandengeknars en het inslikken van meningsverschillen over fundamentele zaken. De vraag is of Bos zijn herwonnen zelfvertrouwen en positie zal aangrijpen om alsnog dat inhoudelijke debat aan te gaan. Of zal hij zich opnieuw laten leiden door gunstige opiniepeilingen en angst voor ruzie in de tent?
De kans is immers groot dat de richtingenstrijd de neiging heeft op te laaien nu het slecht dreigt te gaan met de economie. Want waar staat de PVDA nu de eerste bedrijven de gevolgen van de recessie ondervinden en daardoor vooral uitzendkrachten de laan uit worden gestuurd, vooral jongeren en vrouwen dus? Juist dit onderwerp – de insiders op de arbeidsmarkt met hun goede rechtsbescherming versus de outsiders – ligt gevoelig binnen de PVDA. In het voorjaar van 2006 was Bos zelf nog voorstander van een flexibeler ontslagrecht, juist om dit soort toestanden voor te zijn. Dat Hamer in deze kabinetsperiode dwars is gaan liggen toen CDA-minister Piet Hein Donner van Sociale Zaken de flexibilisering wilde regelen, wil nog niet zeggen dat de PVDA het daar nu onderling over eens is.
Het geworstel van de PVDA met haar houding ten opzichte van haar grootste concurrent op links, de SP, speelt hierin ook een rol. Hoe graag de PVDA’ers nu ook roepen dat de SP geen oplossing heeft voor de crisis, de dankbare Icesave-spaarder annex PVDA’er wil zekerheid over zijn baan en zijn inkomen. De SP komt op voor die zekerheid. Een deel van de PVDA vindt dit weliswaar een schijnzekerheid, maar wederom is de kans groot dat uit angst voor de SP dit deel de mond wordt gesnoerd.
Ook met het CDA zullen de meningsverschillen weer sterker op de voorgrond treden. Afgelopen vrijdag, toen Bos premier Balkenende verving tijdens de wekelijkse persconferentie na de ministerraad, vroeg hij zich af hoe verstandig het zou zijn om als overheid in tijden van een recessie te bezuinigen. Dat was een retorische vraag. Maar wat zei CDA-fractievoorzitter Pieter van Geel ook alweer tijdens de recente Algemene Politieke Beschouwingen? ‘Als de wereldeconomie langer dan verwacht in een dip raakt, dan blijft dat niet zonder gevolgen. Rekeningen moeten betaald worden, niet doorgegeven naar de toekomst.’ Oftewel: bezuinigen als de staatsfinanciën daartoe aanleiding geven.
Nog een probleem is dat Bos nu weliswaar in veler achting stijgt, maar dat zijn bewuste personificering van het crisisbeleid straks ook als een boemerang op hem zal terugslaan. Het nu knarsetandende CDA, dat lijdzaam moet toezien hoe Bos alle lauwerkransen naar zich toetrekt, zal weinig animo voelen om de minister van Financiën te hulp te komen. Laat hem ook dan maar alleen de kooltjes uit het vuur halen.