Economie

Bos en gas

Al drie jaar op rij is er een begrotingsoverschot. Het financieringsoverschot verbetert van 0,3 procent van het nationaal inkomen in 2007 tot 1,3 procent in 2009. Toch verzieken de sterk opgelopen gasbaten het begrotingsbeeld.
In 2009 ontvangt de overheid zo’n 16,8 miljard euro aan gasbaten. Die baten verbloemen de magere begrotingsprestaties van de regering al jarenlang systematisch. Als we de gasbaten weglaten, dan zien we in 2009 een financieringstekort van 1,4 procent van het nationaal inkomen. Geen overschot. Het tekort loopt niet terug, want het was ook al 1,4 procent in 2007. Er is door Balkenende IV dus geen enkele budgettaire inspanning geleverd om het financieringstekort te verkleinen. Die gasbaten moeten uit de begroting worden gehaald. En niet alleen om te voorkomen dat ministers van Financiën ten onrechte pronken met overschotten.
Van de gasbaten stroomt 58 procent direct in de begroting. Volgens de begrotingsregels moeten hoger dan geraamde gasbaten voor tekortreductie worden gebruikt. De overige 42 procent van de gasbaten wordt gestort in het Fonds Economische Structuurversterking (FES), waaruit allerlei infrastructuurprojecten worden gefinancierd.
Zowel het direct uitgeven van gasbaten als het verkwanselen van gasbaten aan onrendabele infrastructuurprojecten zou moeten stoppen. De gasvoorraad is over enkele decennia uitgeput. Het overheidsvermogen wordt daardoor uitgehold, waardoor er minder overblijft voor toekomstige generaties. Overheidsconsumptie is daarom niet structureel gedekt met belastingen, maar met tijdelijke gasbaten. De uitputting van de gasvoorraad zorgt aldus voor een houdbaarheidsprobleem in de overheidsfinanciën. Met de vergrijzing in aantocht moet de overheid netto vermogen opbouwen of toekomstige aanspraken op de overheid verminderen. Het is dan onverstandig om het aardgas te gebruiken voor overheidsbestedingen. Daarnaast is er geen enkele discipline om het FES-geld op verantwoorde wijze te investeren. De lijst aan mislukte investeringsprojecten is treurig lang. Denk bijvoorbeeld aan de Betuwelijn, de Hogesnelheidslijn en de zeesluis bij IJmuiden.
Vrijwel het hele economengilde – van Flip de Kam, Frank Kalshoven en Rick van der Ploeg tot de economen van De Nederlandsche Bank – stelt voor om de gasbaten uit de begroting te halen en te storten in een investeringsfonds (‘sovereign wealth fund’). Dat is een verstandig idee. De gasinkomsten stromen dan niet langer direct in de begroting, maar het gasfonds belegt de gasbaten in de financiële markten. De overheid kan vervolgens over de rendementen van het gasfonds beschikken en naar eigen goeddunken besteden. De toekomstige generaties kunnen dan ook profiteren van de opbrengsten van het aardgas, en er wordt voorkomen dat de gasbaten worden geïnvesteerd in onrendabele projecten. Iedere goede minister van Financiën zou dit een prachtig voorstel moeten vinden.
Helaas was minister Bos minder gecharmeerd van de ideeën voor een gasfonds. Hij zei: ‘Moeten ambtenaren gaan beleggen of moeten we het geld steken in onderwijs en verduurzaming van de energie?’ Deze opmerking bevat twee misvattingen.
Ten eerste: de overheid is helemaal niet aangewezen op de gasbaten om overheidsinvesteringen te doen. Als kan worden aangetoond dat bepaalde investeringsplannen rendabel zijn, dan kan daarvoor worden geleend op de kapitaalmarkt zonder dat dit het overheidsbudget belast. De overheid kan sowieso lenen, ook voor niet-rendabele investeringen. Alleen moeten toekomstige generaties dan de schulden aflossen. Dat is niet verstandig. Daarom zou er alleen geleend mogen worden voor het rendabele deel van overheidsinvesteringen en de rest moet gewoon via de belastingen worden betaald.
Ten tweede: politici beleggen nog veel slechter dan ambtenaren, zie de vele beleidsrampen met prestigieuze infrastructuurprojecten. Het is een niet te onderschatten voordeel van een gasfonds dat de handen van politici gebonden zijn en zij niet direct kunnen beschikken over de gasbaten. Als de opbrengst van het gas bijvoorbeeld wordt geïnvesteerd in staatsobligaties, dan is dat economisch gelijkwaardig aan aflossing van de staatsschuld maar ook gelijk aan investeren met een gegarandeerd risicovrij rendement.
Bos’ argumentatie om geen gasfonds op te willen zetten schiet te kort. En hij zou ook niet moeten pronken met begrotingsoverschotten die volledig aan de gasbaten te danken zijn. De gasbaten moeten daarom uit de cijfers voor het begrotingstekort worden gefilterd. En de gasbaten zouden moeten worden gestort in een Gasfonds. Daar wordt iedereen beter van, behalve bestedingsgrage politici.